Berichten



Normaal gesproken is het de bedoeling dat een college van B&W voor een hele bestuursperiode wordt samengesteld. Het gebeurt wel steeds vaker dat individuele wethouders aftreden. Maar dat alle wethouders worden ontslagen waardoor de burgemeester in zijn eentje de lopende zaken moet gaan behartigen, is een unicum.”


Op 15 augustus heeft de verkenner Hans Andersson zijn eerste bevindingen met de raad gedeeld en daarbij een duiding gegeven aan het ontstaan van de huidige situatie, (opvallende) zaken die hij daarbij constateert en ook heeft hij aangegeven hoe hij het vervolgtraject voor ogen heeft.
Doelstelling is voor de verkenner om op korte termijn – nadat hij op 17 augustus nogmaals met de fractievoorzitters heeft gesproken – met een concreet advies te komen met betrekking tot de college samenstelling.

Hieronder volgt de integrale tekst van de verkenner met hier en daar een toevoeging van mijn kant:


Op 6 juli jongstleden word ik gebeld door Jaap Smit, de Commissaris van de Koning.
Of hij mijn naam mag noemen – als één van de kandidaten – om als verkenner aan de slag te gaan in
de bestuurlijke crisis die in de gemeente Gouda is ontstaan.
Om te begrijpen wat er aan de hand is stel ik een aantal nadere vragen.
Hij verwijst daarvoor naar burgemeester Milo Schoenmaker, die thans als enige bestuurder het
dagelijks bestuur in Gouda vormt.
Wat een merkwaardige situatie: alle wethouders ontslagen én een burgemeester die in zijn eentje het
bestuur van de stad uitmaakt.
Hoe ondemocratisch kun je het organiseren, nooit eerder meegemaakt.
Ik denk snel na. Akkoord, ik ben bereid er in te duiken, mits behalve de burgemeester alle
fractievoorzitters in de gemeenteraad instemmen met mijn inschakeling.
En mits ik de onvoorwaardelijke steun krijg om alle – ook vertrouwelijke – informatie in te zien om een
grondig onderzoek uit te voeren.



Plan van aanpak

Vrijdagochtend 8 juli jl. zit ik bij burgemeester Milo Schoenmaker en raadsgriffier Eleonore Karman.
Ik krijg de eerste informatie over het verloop van de politieke gebeurtenissen en de ontstane situatie in
Gouda. 

Ook zij zijn enigszins verlegen met het fait accompli dat de burgemeester in zijn eentje aan het
roer van het bestuur van de stad staat.
Snel handelen is hun devies, grondig verkennen en een gedegen voorstel doen voor een uitweg uit de
bestuurlijke crisis.
Ik herhaal de voorwaarden voor mijn inschakeling: onvoorwaardelijke instemming van alle
fractievoorzitters en gegarandeerde toegang tot alle informatie.

Zaterdagavond 9 juli ontvang ik van de raadsgriffier bericht dat alle fractievoorzitters hebben
ingestemd met mijn komst.
Tevens krijg ik het verzoek om een plan van aanpak voor het verkennend onderzoek op te stellen.
Nog in hetzelfde weekend maak ik dit gereed.



Gesprekken

Maandagochtend 11 juli jl. start ik met de gesprekken met de fractievoorzitters, al dan niet in
combinatie met een oud wethouder of een lid uit de gemeenteraadsfractie.

Dankzij de goede organisatie van de griffier en de volle medewerking van alle betrokkenen kan ik op
vrijdag 15 juli jl. aan het einde van de middag mijn eerste inventarisatieronde voltooien.
In het voortgangsgesprek met de burgemeester en de griffier op 18 juli jl. maken wij nadere afspraken
over de volgende stappen.

Vandaag (15 augustus, tk) informeer ik u als fractievoorzitters als eerste en straks zal ik de voltallige gemeenteraad
over mijn eerste bevindingen informeren.
Mijn voornemen is om ná vandaag op woensdag 17 augustus a.s. met alle fracties een tweede ronde
in te gaan.

Doel daarvan is om nader te verkennen wat een solide basis voor een nieuw college van B&W zou
kunnen worden.


De gebeurtenissen

Gemeentepolitiek wordt gekenmerkt door de ratio van de bestuurlijke vraagstukken en de emotie
van de persoonlijke verhoudingen die verschillen van inzicht op het politieke vlak nu eenmaal met zich
mee brengen. 

Ook hier in de gemeentepolitiek van Gouda heb ik beide aspecten volop aangetroffen.

Het tot voor kort zittend college van B&W met een coalitie van D66-PvdA-Gouda Positief-VVD en
Groen Links leek op weg om de hele bestuursperiode vol te maken.
In de nacht van woensdag 29 op donderdag 30 juni maakt de VVD fractie bekend uit de coalitie te
stappen. U kent de gang van zaken van dichtbij, u was allen onderdeel van het politieke proces dat
daarna ontstond.



VVD

Aanleiding voor de stap van de VVD is de motie ‘instandhouding opvoedrelaties’’. Deze wordt op 22
juni ingediend door de Christen Unie. Twee coalitiepartijen – PvdA en Gouda Positief – ondersteunen,
samen met de oppositie, deze motie. VVD wethouder Laura Werger heeft vooraf aangegeven dat voor
haar de motie onuitvoerbaar is.

De motie is slechts een aanleiding, maar wel de druppel waardoor bestuurlijk voor de VVD fractie de
maat vol is. De VVD heeft de maanden ervoor het gevoel gekregen dat in de raad steeds weer op de
bestuurlijke afspraken, gemaakt in het college, wordt teruggekomen. Dit gebeurt doordat de
coalitiepartijen moties van de oppositie steunen. Naar de mening van de VVD komt daardoor het
liberale gezicht in dit college naar de bewoners van Gouda steeds meer in de verdrukking.

Achter de schermen blijken de tegenstellingen zéér heftig. Een poging van de burgemeester om de
ontstane situatie bespreekbaar te maken en een bestuurlijke crisis te voorkomen, mislukt.



Scenario’s

Voor het scherm in het raadsdebat op 4 juli vinden de coalitiepartijen dat Laura Werger moet
vertrekken.

D66-PvdA-Gouda Positief en Groen Links willen door met deze partijen als basis voor het nieuwe
college. Zij doen een voorstel om door middel van een verkenner te onderzoeken of er een
mogelijkheid is om in plaats van de VVD een nieuwe partij te vinden om een meerderheid in de
gemeenteraad te verkrijgen.

Als alternatief stellen zij voor eventueel verder te gaan met een minderheidscoalitie. Die zou dan met
gedoogsteun en wisselende meerderheden de stad moeten gaan besturen.
De oppositie is hiertegen en kiest voor het scenario van nieuwe coalitie onderhandelingen.



Motie van wantrouwen



Het gebrek aan vertrouwen tussen college en raad leidt ertoe dat een motie van wantrouwen met 
1 stem verschil wordt aangenomen. Alle wethouders worden ontslagen en burgemeester Milo
Schoenmaker gaat de lopende zaken waarnemen totdat er een nieuw dagelijks bestuur is gevormd.

Het is dan tegen twaalf uur ’s nachts op de vierde juli 2016. Er wordt door diverse betrokken
hoofrolspelers na afloop emotioneel gereageerd op de gebeurtenissen.
Gedane zaken nemen geen keer. De emotie in de onderlinge politieke verhoudingen lijkt het van de
bestuurlijke ratio te hebben gewonnen. Hoe is dit mogelijk?



Normaal gesproken is het de bedoeling dat een college van B&W voor een hele bestuursperiode
wordt samengesteld. Het gebeurt wel steeds vaker dat individuele wethouders aftreden. Maar dat alle
wethouders worden ontslagen waardoor de burgemeester in zijn eentje de lopende zaken moet gaan
behartigen, is een unicum. Dit verdient bepaalt niet de bestuurlijke schoonheidsprijs. Misschien dat de
wetgever zich hier ook nog eens over moet buigen.



Eerste bevindingen

Is er vanuit een bestuurlijke ratio een logische verklaring te vinden voor de hier in Gouda ontstane
crisis?
De gemeenteraad van Gouda telt 35 zetels.
Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2014 zijn deze 35 zetels verdeeld over maar liefst twaalf
partijen of fracties zo u wilt. 28 zetels worden bezet door raadsleden gekozen vanuit landelijke – ook
in Gouda actieve – politieke partijen en 7 zetels worden vervuld door lokale partijen.



Opvallend aan de – tot voor kort bestaande – coalitie die het college van B&W vormt, is:


–  dat géén van de christelijke partijen – in Gouda een héél duidelijk onder de bevolking aanwezige
politieke stroming – in dit college van B&W vertegenwoordigd is



– dat de VVD in dit college de portefeuille Zorg en Welzijn, Jeugd en Sport heeft. Veelal is zo’n
portefeuille in handen van een linkse- of middenpartij, in elk geval is het voor de VVD lastig om er een duidelijk liberaal profiel mee in het bestuur te realiseren.



Op zichzelf kan een dagelijks bestuur gebaseerd op een coalitie van PvdA-D66-Gouda Positief-VVD
en GroenLinks in Gouda een effectief bestuur van de stad vormen. Als er in de stad echter diverse
heikele politieke kwesties spelen, zoals bijvoorbeeld hier in Gouda ten aanzien van de Moskee of
Koudasfalt kan dit bij een – niet stabiele – coalitiemeerderheid in de gemeenteraad direct de positie
van het politieke bestuur raken.



Logisch is derhalve dat er voor een echt stabiel politiek bestuur de volgende eisen gelden:


–  een coalitie met een flinke – ook politiek inhoudelijk gedragen – meerderheid in de gemeenteraad
–  een – breed – samengestelde coalitie waarin alle belangrijke politieke stromingen onder de bevolking in de stad vertegenwoordigd zijn.


Coalitievorming


Deze bestuurlijke ratio biedt echter niet de volledige verklaring voor het ontstaan van de crisis in
Gouda.

Daarvoor moet men, zo is mij in veel van de vraaggesprekken gebleken, een spade dieper graven. En
terug naar de wijze waarop het college van B&W – na de verkiezingen in 2014 – tot stand is gekomen.
Direct na de verkiezingsuitslag van toen, zochten D66-PvdA-VVD en GroenLinks elkaar op om een
coalitie te sluiten ten behoeve van de vorming van een nieuw college. De Christelijke partijen en de
lokale partijen waren niet welkom. Ten dele bewerkstelligden zij dit zelf. 

De Christelijke partijen door
als gezamenlijk blok te veeleisend in het nieuwe stadsbestuur te willen meedoen. 

Ten aanzien van de
lokale partijen Gouda Positief/Gemeentebelangen Gouda zat het hem vooral op een aantal politieke
affaires in de raadsperiode 2010-2014. Door de overige politieke partijen is de stijl en werkwijze van
Gouda Positief toen scherp en als onheus populistisch gedrag van de hand gewezen.



U kent de gang van zaken. Vanwege deze uitsluiting wordt er een coalitievorming met alle overige
partijen gestart onder leiding van Theo Krins en Jan de Koning met externe begeleiding door
burgemeester Arie van Erk. Ondanks de grote inhoudelijke politieke verschillen lijken deze partijen
zich te kunnen gaan vinden in de vorming van een nieuw college van B&W.

Gouda Positief werd de spelbreker. Terwijl de coalitieonderhandelingen nog volop gaande waren,
loopt deze partij over en begint aan coalitieoverleg met D66-PvdA-VVD en GroenLinks.

Zo’n stap om tijdens lopende onderhandelingen – aanvankelijk in het geheim – aan een andere
onderhandelingstafel te gaan zitten is tegen de politieke mores.

De reacties zijn er dan ook naar: onbetrouwbaar, niet integer, achterkamertjespolitiek, een sneaky
coup, een politieke doodzonde.

In een aantal gesprekken met mij komt een diep wantrouwen naar Gouda Positief naar voren.

Wantrouwen


Bij enkele politiek belangrijke spelers in de oppositie ligt dit wantrouwen breder. En geldt het de hele coalitie, vanwege de wijze waarop – na een hele lange formatieperiode – in 2014 het college
van B&W tot stand is gekomen. Men vertrouwt de coalitie in het politieke proces niet.

Men gelooft ook niet in de oprechtheid van de woorden over ‘open bestuursstijl’. Sterker de coalitie
wordt verkeerde machtspolitiek – ook naar de stad – verweten.

Iedere poging om deze coalitie voor te zetten door voor de VVD een andere politieke partner te
zoeken wordt daarom door de oppositie partijen categorisch afgewezen.

Conclusie 

Op grond van het voorgaande, kom ik in mijn eerste bevindingen tot de volgende conclusie.
Bestuurlijk rationeel is het mogelijk een college van B&W te vormen door in plaats van de VVD één
nieuwe partij uit de raad bij de bestaande coalitiepartijen te laten aanschuiven. Politiek procesmatig
is dit erg onverstandig. Naar verwachting is het onmogelijk om daarmee voor de rest van de
raadsperiode een echt stabiel college te vormen.

Mijn dringende advies aan alle fractievoorzitters en fracties in de gemeenteraad is derhalve: doorbreek
het wantrouwen tussen de coalitie – en oppositiepartijen, voorkom een patstelling tijdens de vorming
van een nieuw college van B&W en streef in een open proces naar een college met nieuwe partijen en
enkele nieuwe mensen op de wethouderposities.

Tweede ronde

Jo Cox, de Britse politica die op 16 juni jongstleden werd vermoord, sprak in haar maiden speech in
het Engelse Lagerhuis de volgende woorden:
‘While we celebrate our diversity, what surprises me time and time again as I travel around the
constituency is that we are far more united and have far more in common with each other than things
that divide us’. 

Kort samengevat:

We hebben meer gemeenschappelijk dan wat ons verdeeld. Geldt dit ook voor Gouda?



In de vraaggesprekken bleek mij de bezorgdheid om de stad. Worden de bestuurlijke kwesties goed
opgelost? Worden de burgers, die een behoefte aan participatie hebben, in voldoende mate bij de
politieke keuzes betrokken? Deze vragen liggen voor coalitie- en oppositiepartijen niet anders.
Er is wantrouwen dat institutioneel verklaarbaar is vanuit de tegenstelling tussen coalitie- en oppositie.
Tegelijkertijd is er wellicht sprake van een nieuwe onderstroom.



Lukt het de politiek in deze tijd om openheid van bestuur en participatie van burgers te combineren
met een afweging die doorziet wanneer niet het algemeen belang maar een volstrekt eigen belang –
het nimby effect – prevaleert.
Kortom, oppositie en coalitie in Gouda staan voor hetzelfde: hoe besturen we in deze tijd de stad het
beste.



Woensdag aanstaande (17 augustus) wil ik graag door met de tweede ronde.
Korte gesprekken van 30 – 45 minuten met alle fractievoorzitters en zo u wilt secondanten over hoe
verder. 



Centraal staat daarbij de vraag: hoe vormen we een stabiel college van B&W tot aan de
verkiezingen van 2018?
Ik zal de griffier vragen deze gesprekken zo praktisch mogelijk in te plannen dat ze met uw en mijn
agenda uitkomen.
Tevoren of tijdens het gesprek ontvang ik graag schriftelijk antwoord op de volgende vragen:

  • –  Wat is naar uw mening de beste samenstelling van een nieuw college van B&W?

  • –  Welke programmapunten zijn inhoudelijk voor uw fractie voorwaarden om eventueel deel uit te

    gaan maken van zo’n nieuwe coalitie?

  • –  Hoe vorm je een dergelijk college en welke condities moeten daarvoor worden vervuld?

  • –  En wanneer kan er naar verwachting een opdracht voor een politieke formateur worden

    geformuleerd?


    Na deze tweede ronde van gesprekken zal ik een advies opstellen voor de samenstelling van een
    nieuw te vormen college van B&W dat kan rekenen op het vertrouwen van een ruime meerderheid
    in de gemeenteraad.

    U streeft naar een nieuw college medio september aanstaande. Dat lijkt mij een goed uitgangspunt.
    Tegelijkertijd zijn er nogal wat contra indicaties, die erop wijzen dat dit tijdstip niet haalbaar is.


De voorgaande formatie van een coalitie in Gouda kostte veel tijd en werd bekend als de op één na
langste formatie in het land.

In de vraaggesprekken komt regelmatig ter sprake hoezeer er in de onderlinge politieke
samenwerking in de gemeenteraad sprake is van een fundamenteel wantrouwen tussen de oppositie-
en coalitiepartijen.


Mediation


Sommige van de gesprekspartners pleiten daarom voor een nadere reflectie in de vorm van
mediation, voordat verder wordt gegaan op het politieke pad van collegevorming.
Dat begrijp ik, we moeten echter kiezen óf we zijn nog maanden onderweg om het ontstane
wantrouwen uit te diepen en indien mogelijk weg te nemen óf we aanvaarden dit als één van de
gegevenheden van politieke processen.
Bij dit politieke proces hoort dat je nu eerst stappen zet om het bestuur van de stad weer
democratisch te organiseren.
Daar waar gewenst kunnen dan later een aantal van de ontstane negatieve verhoudingen nader, al
dan niet onder begeleiding, onder de loep worden genomen.

Waar komen we dan op uit? Dat zullen we nader moeten bezien.

Het is van belang voor u en de onderlinge politieke verhoudingen dat u het devies van Jo Cox ter
harte neemt. Wat bindt ons en wat is in het gemeenschappelijke belang van Gouda?
Laten we met die open houding de gesprekken in de tweede ronde ingaan.
Daarna zien wij verder én of we erin slagen een gezaghebbend en gedragen nieuw college van B&W
in Gouda tot stand te brengen. 

Uw steun en inzet is daarbij bepalend.”