Berichten

“Onder
leiding van formateur Van Schelven is vandaag besloten om een zakencoalitie te
vormen. Die moet gedurende de periode tot de volgende gemeenteraadsverkiezingen
het stadsbestuur behartigen. In het te vormen college van burgemeester en
wethouders zullen wethouders van zes partijen plaats nemen: D66, PvdA, Gouda
Positief, ChristenUnie, CDA en GroenLinks. De SGP zal deze coalitie mede vorm
geven.
Van
Schelven: ‘Deze week is hard gewerkt aan herstel van vertrouwen tussen de
partijen na alles wat er afgelopen periode is gebeurd. Er is een breed gedragen
gevoel dat er verantwoordelijkheid moet worden genomen voor het stadsbestuur.
Dat ligt al de nodige tijd stil, en niemand heeft behoefte om in een impasse te
komen. In lijn met het advies van verkenner Andersson wordt nu een brede
coalitie neergezet, met een goede balans tussen vernieuwing en continuïteit.’
De
coalitie kan rekenen op 26 zetels in de Goudse gemeenteraad en heeft daarmee
een zeer ruime meerderheid. De partijen hebben besloten om te werken met een
beknopt actieprogramma als leidraad voor de samenwerking. Daarin zijn de
belangrijkste onderwerpen voor de resterende bestuursperiode verwoord. Om de
continuïteit van het stadsbestuur te borgen nemen de wethouders van de
voormalige coalitiepartijen weer verantwoordelijkheid. In lijn met het advies
van verkenner Andersson zullen ChristenUnie en CDA externe wethouderskandidaten
leveren. De partijen zijn van plan om de klus deze maand af te ronden, zodat
Gouda op korte termijn weer een volwaardig stadsbestuur heeft.”

Roland van Schelven, formateur

Deze week heeft de verkenner Hans Andersson zijn advies uitgebracht over de vorming van een nieuw college in Gouda. Dit advies is gebaseerd op twee gespreksrondes met alle fracties in Gouda. Zijn advies luidt om de vorming van de volgende coalitie ter hand te nemen: D66 – PvdA – Gouda Positief – ChristenUnie en CDA.

De komende weken zal er onder leiding van formateur Ronald van Schelven (burgemeester van Culemborg, voormalig wethouder en raadslid in Gouda) hard gewerkt worden aan de vorming van een college. Doelstelling is nog steeds om in september een nieuwe college te kunnen beëdigen.


Hieronder het verslag van de verkenner:


Op woensdag 17 augustus jl. hebben de griffier en ik met 11 fracties uit de gemeenteraad nadere
gesprekken gevoerd in de tweede ronde van mijn onderzoek.


De dag ervoor hebben we, vanwege een al eerder geplande vakantie, met de VVD een gesprek
gehad. De fractievoorzitters hebben tevoren met de deelname van de griffier ingestemd.


De gesprekken zijn door alle fracties voorbereid aan de hand van de vier gestelde vragen:
– over de meest wenselijke samenstelling van het nieuwe college, 

– over de inhoudelijke
programmapunten, 

– over de condities voor welslagen van een college en 
– over het moment waarop een
politieke formateur aan de slag kan.


In de gesprekken wordt door de meeste fracties eerst gereageerd op mijn analyse naar aanleiding van
de gesprekken in de eerste ronde.
Naast instemming en bijval is er ook kritiek. Bij Gouda Positief is er teleurstelling, men mist de nuance
en daardoor is de analyse eenzijdig vindt die fractie.
De fractie van GroenLinks herkent zich ook het minst in het deel van de analyse gewijd aan Gouda
Positief.
D66 vraagt waarom ik niet ben ingegaan op het innovatieve karakter van de in 2014 gevormde
coalitie. 

De samenstelling van deze coalitie was, in de politieke geschiedenis van Gouda, volstrekt
nieuw. En waarom heb ik niet ook laten zien welke goede resultaten de samenwerking tussen
D66-PvdA-GoPo-VVD-GL opleverde. 

Waarom, vragen de fracties van Gouda Positief en GroenLinks,
is de rol van de VVD in het ontstaan van de crisis niet scherper benoemd.


Ik zeg er thans slechts het volgende over:
“Elke fractie heeft zijn eigen bestuurlijke waarheid en bepaalt die op basis van zijn ideologie en
beoordeling van de situatie.
De crisis was voor de meeste betrokkenen totaal onverwacht. De in Gouda uit de hand gelopen
politieke gebeurtenissen leidden tot een democratisch onbestaanbare bestuurlijke situatie.
Een onderzoek daarnaar roept dieper gelegen emoties en sentimenten uit het verleden op. Daar zul je
vanuit een gezamenlijke politieke verantwoordelijkheid een nieuw antwoord op moeten vinden.
Dat antwoord moet bestuurlijk rationeel kloppen en rekening durven houden met de naar boven
gekomen gevoelens en emoties.”



Contouren voor een nieuw college: verschillende percepties



Eén oplossing voor de samenstelling van een nieuw college van B&W waar alle fracties het over eens
zijn – zo bleek mij in de 12 vraaggesprekken – is er niet. Dat hoeft ook niet in een politieke arena. 

D66-PvdA-GoPo-GL willen eigenlijk het liefst door en zien het belang om het CDA en/of de
ChristenUnie uit te nodigen voor deelname in het college.

De ontstane bestuurscrisis heeft echter zijn prijs en dat betekent mijns inziens dat er voor de vorming
van een nieuwe stabiele coalitie aan vier soorten eisen zal moeten worden voldaan:

  1. Er zullen nieuwe verbindingen tot stand moeten worden gebracht tussen de tot heden bestaande coalitie- en oppositiepartijen
  2. Er zal een getalsmatig ruime meerderheid in de raad moeten kunnen worden gevormd, gebaseerd op stabiele coalitiepartners
  3. Zoveel mogelijk politieke stromingen, waaronder ook de lokale partijen, zullen in het college vertegenwoordigd moeten zijn
  4. Er zullen programmatisch inhoudelijk en qua bestuursstijl in een nieuwe coalitie nieuwe bestuursafspraken moeten worden gemaakt.
“Streef in een open proces naar een college met ook nieuwe partijen en enkele nieuwe mensen op de
wethoudersposities”, zo concludeerde ik in mijn eerste bevindingen.
Gezien de uitkomst van de gesprekken in de tweede ronde is dit mogelijk.

CDA en ChristenUnie
zijn, onder nieuwe programmatisch inhoudelijke en politiek procesmatige
voorwaarden, bereid te gaan deelnemen in een nieuw college.

Deze partijen zien D66 en PvdA als basis voor continuïteit. Zij zijn ook bereid tot nadere gesprekken
met GoPo. Om te bekijken of er met elkaar een voldoende vertrouwensbasis voor samenwerking in
een nieuwe coalitie is te vinden.


De meeste kleinere partijen uit de voormalige oppositie SGP – 50+ – GBG – SP – PvdD steunen
deelname van de twee christelijke partijen CU en CDA.

Deelname van GroenLinks aan zo’n college met een mix van bestaande en nieuwe partijen levert héél
verschillende percepties op.



GroenLinks


D66-PvdA-GoPo zien graag een college met GL erin, hoewel eenieder beseft dat een nieuw coalitie
met 6 partijen niet moet leiden tot ook 6 wethouders. Na de bestuurscrisis is naar de bevolking van
Gouda niet uit te leggen dat de kosten van het dagelijks bestuur van de gemeente weer met 100.000
euro zouden moeten toenemen.


CDA-CU-SP-VVD-SGP-G50+-GBG zien geen noodzaak tot deelname van GL, omdat het getalsmatig
maar om 2 zetels gaat en ideologisch de PvdA op links een voldoende sterke bestuurlijke rol vervult.
Enkele van deze partijen geven als argumentatie dat ze de bestuurlijke bijdrage van GL in het
afgelopen college niet sterk vonden.



VVD

Objectief is een feit dat, als de VVD in een nieuw college niet terugkeert op de rechterflank, deelname
van GL op links minder noodzakelijk is om in het college zelf een bestuurlijk evenwicht te creëren.
Gezien de aanleiding voor de crisis en de eigen keuze van de VVD om deelname aan de vorige
coalitie op te zeggen, ligt het niet voor de hand dat de VVD nu weer mee zou gaan doen.

Veel partijen geven echter aan dat, mocht dit nodig zijn, zij er geen doorslaggevend bezwaar tegen
hebben als er met de VVD opnieuw over deelname in het college zou worden gesproken.


Als er programmatisch inhoudelijk goede nieuwe bestuursafspraken kunnen worden gemaakt én als er
in een open proces van coalitievorming een nieuwe samenstelling van een college tot stand komt,
moet het mogelijk zijn dat meerdere partijen uit de raad het college gedoogsteun verlenen. Inhoudelijk
moet een dergelijk college die programmapunten dan duidelijk agenderen en waarmaken.

En op markante momenten vraagt het ook de juiste wisselwerking tussen college en raad, de
gedoogfracties moeten dan een wezenlijke invloed hebben op het dagelijks bestuur.



Alternatieven


In de hier geschetste contouren van een nieuw college lijkt het alsof er maar één en de beste
samenstelling naar voren komt. Hoezeer dat in beginsel ook zo is, er zijn alternatieven.

  • Een alternatief is er in de vorm van alleen het CDA nieuw erbij, niet de CU en bijvoorbeeld toch GL in
    het college. Die oplossing heeft het bezwaar van voortzetting van de oude coalitie, waarbij de VVD voor één
    nieuwe partij wordt ingewisseld. Dat heeft het nadeel dat er niet echt geleerd wordt van de crisis, niet echte veranderingen worden
    doorgevoerd en dat er niet echt met meerdere partijen nieuwe bestuursafspraken worden gemaakt.
  • Een ander alternatief is dat er in plaats van GoPo als lokale partij wordt gedacht aan de combinatie
    van GBG met gedoogsteun van 50+. Deze combinatie levert 1 zetel minder dan GoPo, maar het belangrijkste bezwaar is dat nog maar
    moet blijken of dit een echte stabiele aanwinst voor het college is.
  • Tenslotte zijn er natuurlijk andere alternatieven denkbaar zoals een college zonder een lokale partij,
    zoals bijvoorbeeld: D66-PvdA-CU-CDA-VVD. Daarmee torn je echter aan één van de wezenlijke uitgangspunten dat zoveel mogelijk politieke
    stromingen, waaronder de lokale politieke, in het college vertegenwoordigd moeten zijn.

Kortom, mijn conclusie uit deze tweede ronde luidt: start met politieke onderhandelingen onder leiding
van D66 met verder aan tafel om te beginnen PvdA- GoPo – CDA – CU.

Steek daarbij alle energie in de voorwaarden om dit college werkelijk van de grond te brengen: qua
condities en programmatisch inhoudelijk.



Condities: bestuurlijke ratio en emotie



Bestuurlijk rationeel lijken er zich voor de nieuwe collegevorming – op grond van onze gesprekken met
de 12 fracties – duidelijke contouren af te tekenen.
De hiervoor geschetste mogelijkheden zijn binnen handbereik. Bepalend voor het welslagen van een
stabiel college zijn de condities voor de samenwerking en de mix van de huidige en nieuwe personen
in de politieke hoofdrollen.



Hierna put ik voor dit onderdeel van het advies ruimhartig uit de inbreng van de CDA fractie in de
Tweede ronde.


Allereerst geldt dat voor de vorming van een breed samengesteld college met ‘bestaande’ en nieuwe
coalitiepartners het van cruciaal belang is dat er een veranderopgave ligt die gezamenlijk tot een
nieuwe ambitie leidt. Wat worden de nieuwe afspraken over het programma en de bestuurscultuur van
het nieuwe college van B&W?

De basiscondities voor een succesvol samenwerkingsverband in een nieuw te vormen college zijn in
het kort opgesomd:



Vertrouwen

Als basisvoorwaarde: vereist dat bestaande en nieuwe partners elkaar het nodige gunnen én dat
GoPo + CDA/CU in een soort van mediation workshop elkaar op alle twijfels diepgaand ontmoeten. 



Verbinding
Tussen bestaande en nieuwe partijen in het college, naar alle fracties in de raad en naar de stad via
alle portefeuilles van het nieuwe college.



Continuïteit en vernieuwing

Moeten in het nieuwe college in balans zijn: Gouda daagt uit, Kadernota, en nader te bespreken
programmapunten en bestuursstijl zijn daarvoor de ankers.


Herkenbaarheid
Van de politiek naar de Goudse bevolking, gunt elk van de partijen elkaar zijn ideologie en
programmapunten om zich te profileren.



Bestuurskracht

Is het team van wethouders in staat in een open bestuursstijl naar de Goudse bevolking collectief
daadkracht te tonen en in het algemeen belang – ook onpopulaire – beslissingen te nemen. 



Collegevorming
Zijn betrokken partijen bereid een open discussie te voeren over de programmapunten, bestuursstijl,
portefeuilleverdeling en gezamenlijk afspraken te maken over de uitvoering van het collegebeleid. 



Snelheid

Zien allen de noodzaak om op korte termijn tot een nieuw college te komen en vlot afspraken te
maken cq. tot compromissen te komen in het belang van het te bereiken resultaat en daarmee de
stad.


Gemeenteraad

Zijn betrokken partijen bereid in de coalitievorming, de overige partijen te informeren en actief mee te
nemen in het politieke proces van collegevorming.


Emoties en vertrouwen in het politieke proces komen direct voort uit de handelwijze van de betrokken
politici.



– De opdracht voor de tot voor kort zittende wethouders luidt daarbij om naast bestuurlijk rationeel gedrag, zich vooral op te stellen met een luisterend oor, open te staan voor kritiek, bereid te zijn tot intervisie en volgend gedrag naar de nieuwe partijen in een coalitie.


– Breng als nieuwe – potentieel toetredende partijen – de wijsheid op om deskundige + ervaren wethouders van buiten de directe Goudse politieke arena voor te stellen.


– Kies bij de collegevorming voor een onafhankelijk formateur in een zo open mogelijk proces met enkele nieuwe partijen en nieuwe mensen op de wethoudersposities.


Programmatisch inhoudelijk


Bestuurlijke continuïteit kan programmatisch worden bereikt door enerzijds uit te gaan van de
beleidsafspraken van D66-PvdA-GoPo in Gouda Daagt Uit.



De bestuurlijk financiële afspraken kunnen worden gemaakt aan de hand van de concept kadernota
2017-2020.



Anderzijds moet door alle partijen aan de onderhandelingstafel goed geluisterd worden naar de
wensen van de nieuw toetredende partijen CDA en CU.

         
Het CDA heeft als belangrijkste programmapunten:

  • –  Vernieuwing bestuursstijl (introductie van het werkprogramma ‘kracht van de samenleving’)

  • –  Lastenverlichting voor de Gouwenaar (o.a. gezinnen met kinderen met middeninkomens)

  • –  Impuls voor de zorg (‘eigen bijdrage’)

  • –  Investeren op sport en scouting (verenigingsleven)

  • –  Versterken burgerschap en integratie

  • –  Versterken veiligheid (‘Rotterdamwet’ en camera in beeld’)

  • –  Géén uitbreiding van koopzondagen
    –  Géén gereguleerde wietteelt in Gouda. 



De ChristenUnie brengt als specifieke punten in:

  • –  Burgerparticipatie en burgerinspraak vast onderdeel van beleidsvoornemens maken

  • –  Géén uitbreiding koopzondagen en géén steun voor raadsinitiatieven hierover

  • –  Géén experimenten met wietteelt door de gemeente.

  • –  Integrale voortzetting van Actieprogramma Economie met Gouda Onderneemt
    –  Bij Sociaal Domein is transformatie leidend: gezamenlijke verantwoordelijkheid voor goede zorg i.p.v. marktwerking en controle

In de onderhandelingen kunnen deze punten ook tot nieuwe accenten voor D66-PvdA-GoPo leiden.
Tevens hebben deze partijen eigen wensen naar aanleiding van de huidige omstandigheden in
Gouda. Voorbeelden hiervan zijn D66 die géén nieuwe bezuinigingen op Cultuur wil òf in de
economische agenda géén verlies van werkgelegenheid wil toelaten. 



De ervaringen met de
decentralisatie van het Sociaal Domein leiden er toe dat het CDA de focus graag verlegd wil zien van
het te zeer financiële accent naar méér sociale en individuele aandacht voor de burgers.




Als ernaar wordt gestreefd GL als gedoogpartij bij de collegevorming te betrekken, zal dit ook tot
specifieke programma inhoudelijke programmapunten moeten leiden. Hetzelfde kan het geval zijn op
de meer rechterflank ten aanzien van de SGP.


Voorkomen moet worden dat zich op principiële punten van het nieuw te vormen collegebeleid in de
raad door raadsinitiatieven, amendementen en dergelijke opnieuw politieke problemen voordoen.
Daarvoor is het nuttig om duidelijke afspraken te maken over fractiediscipline en de belangrijkste
zogenaamde vrije kwesties in de raad. 


Volgende stappen in formatieproces


Zoals blijkt uit de gesprekken met de fracties in de Tweede ronde, zijn allen ervan doordrongen dat de
formatie van een nieuw college van B&W thans met spoed ter hand dient te worden genomen.
Daarbij is het logisch dat het voortouw weer komt te liggen bij D66 als de partij die de grootste
verkiezingswinst heeft behaald én de grootste partij is geworden bij de laatste gehouden
raadsverkiezingen in 2014.



De meeste fracties dringen er, gezien de eerder opgedane ervaring én de ontstane politieke
bestuurscrisis op aan, de onderhandelingen te laten plaatsvinden onder leiding van een
onafhankelijke formateur óf een externe procesbegeleider. Als hier voor de betrokken partijen de juiste
deskundige en gezaghebbende persoon wordt aangetrokken, staat deze borg voor de kwaliteit, het
tempo en het goede resultaat van de onderhandelingen.



Wat betreft het tempo waarin de komende stappen naar een nieuw college zijn te zetten is de PvdA
heel optimistisch en gaat uit van 1 à 2 weken onderhandelingsgesprekken, zodat een politiek
formateur, die daadwerkelijk het college gaat samenstellen, in de week van 5 september van start
kan gaan. Het zou in dat geval inderdaad mogelijk zijn omstreeks 15 september in Gouda een nieuw
college van B&W te hebben. Dit is een streefdatum die eerder door vele fracties is genoemd.

De nuchterheid gebiedt echter te zeggen dat gezien alle voorwaarden en condities die er voor een
nieuw college noodzakelijk zijn, dit tijdpad niet haalbaar is, ook al houd je een hoog tempo aan.



Bij de inbreng in de Tweede ronde had de SGP een mooi procesvoorstel voor de komende stappen.
Hierna volg ik dit voorstel en maak er een geactualiseerd draaiboek van.


Week 35


–  Start onderhandelingen door D66-PvdA-GoPo-CDA-CU onder leiding van onafhankelijk formateur, aangezocht door D66 in nauwe afstemming met alle potentiële deelnemende fracties.
– Er vinden eerste verkennende gesprekken plaats aan de hand van de eerdere akkoorden,
concept kadernota en de nieuwe programmatische inbreng van elk der partijen.

– Er worden afspraken gemaakt en uitgevoerd over verdiepende gesprekken tussen GoPo en
CDA/CU onder leiding van een ‘mediationachtige’ deskundige.

– Partijen geven nog in dezelfde week aan welke max. 3 punten uit die bestaande akkoorden
kunnen en welke max 3 punten die zij er graag in willen hebben

– Heikele kwesties worden in petit comité voorbereid en vlot uit onderhandeld, betreffende partijen
doen daarbij gelijktijdig een tekstvoorstel.



Week 36


– Doorloop van de afspraken in week 35.
– Starten met vergelijkbare werkwijze concept Kadernota.
– Idem ten aanzien paragraaf over open bestuursstijl en burgerparticipatie.
– Streven naar voorlopige schriftelijke vastlegging van programma, financiën, bestuursstijl en burgerparticipatie in concept akkoord.


Week 37


–  Bespreken concept akkoord met individuele partijen en met eventuele gedoogpartijen.
–  Voorstellen/ondervragen kandidaat wethouders.
–  Benoeming en beëdiging wethouders.
–  Bespreking coalitieakkoord met ruimte voor amendering en aanpassingen


Week 38


–  Doorloop van de afspraken in week 37.
–  Vaststellen coalitieakkoord en Kadernota.



Dit draaiboek gaat er vanuit dat er omstreeks 22 september een nieuw college kan aantreden.
Nog steeds is dit mijns inziens een optimistisch scenario.
Goed om naar te streven, niet goed om na te jagen als er daardoor onnodige risico’s en nieuwe
problemen in het politieke proces van collegevorming ontstaan.



Gouda verdient het om na de bestuurlijke crisis een vertrouwenwekkend en politiek stabiel nieuw
college van B&W te krijgen.