Berichten

        Bron: AD Groene Hart / foto: Pim Mul

Al enige jaren dring ik aan op herstel van de voormalige panden van Punselie. Nadat de de panden in 2019 zijn gesloopt is in dat jaar ook met de herbouw van deze panden begonnen. Dat duurde echter maar kort omdat door de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) de bouw al snel werd stilgelegd. 
De oorzaak is dat het hoogteverschil van de fundering en de staalconstructie niet wordt geaccepteerd. Ze wijken te veel af van de verleende vergunning.
Inmiddels zijn we ruim een jaar verder en nog altijd ligt de bouw stil. Voor de fractie van de ChristenUnie – mede in verband de viering van Gouda 750 in 2022 – is dat niet acceptabel en daarom weer een update.

Wanneer kan herbouw weer starten?


Zodra de eigenaar met een geschikt nieuw plan komt, of wanneer hij de gebreken herstelt en weer volgens de omgevingsvergunning gaat bouwen, kan de last onder bestuursdwang (bouwstop) worden opgeheven. Tot die tijd is de bouwstop van toepassing.
De eigenaar heeft overigens bezwaar aangetekend tegen het bestuursdwangbesluit.

Is oplossing zonder rechtszaak mogelijk?

De eigenaar is zonder overleg in hoge mate afgeweken van de bouwvergunning. Daarop is een bouwstop opgelegd en zijn aansluitend diverse gesprekken gevoerd, maar deze gesprekken hebben helaas niet tot overeenstemming geleid. 


Hoge fundering nodig vanwege wateroverlast?


Volgens de gemeente heeft het waterprobleem in de Tuinstraat (overlopen riool) geen rol gespeeld, noch bij de aanvraag, noch bij de goedkeuring van het plan. Overigens was toestemming gegeven voor een hogere fundering, maar de eigenaar heeft een nog hogere vloer gestort. 

Opvallend is dat in 1,5 jaar slechts één melding m.b.t. wateroverlast in de Tuinstraat bij de gemeente bekend is…

 

Stand van zaken november 2020


Er zijn twee dwangsombeschikkingen naar de eigenaar verstuurd.
a. De eerste dwangsombeschikking (€ 60.000,-) is voor de restauratieve herbouw van de drie gesloopte pandjes. Op dit moment is de ODMH in afwachting van een zitting bij de rechtbank. Op die zitting zal ook de invordering van de verbeurde dwangsom* worden behandeld en de bouwstop ten aanzien van de reeds gestorte begane grond-vloer (zie onder b). Afhankelijk van de uitkomst zal in overleg tussen gemeente en ODMH een verdere route worden uitgezet met het doel om de gesloopte pandjes conform de vergunning restauratief te herbouwen. 

b. De tweede dwangsombeschikking (€ 15.000,-) is voor de te hoog aangelegde (beton)vloer. Op dit moment loopt hiervoor een bezwaarzaak bij de gemeente. De zitting heeft plaatsgevonden en behandeling wordt aangehouden om een aantal punten uit te zoeken. Als dat gereed is, zal de commissie een advies uitbrengen. 

 

*Het verbeuren houdt in dat de overtreder een dwangsombedrag is verschuldigd aan de gemeente Gouda. Deze schuld ontstaat van rechtswege. De verbeurde dwangsom moet op grond van de wet binnen zes weken worden betaald nadat zij van rechtswege is verbeurd. Vandaar dat dit dus nu bij de rechtbank ligt.

Het ligt erbij als een vod

 

De ODMH geeft aan dat ze na het opleggen van een bouwstop diverse malen met de eigenaar heeft overlegd, maar dat ze niet tot overeenstemming zijn gekomen. Ze dringt nadrukkelijk aan op een nieuw plan.

De eigenaar geeft een andere lezing. Hij zegt in het AD: “Als ze willen dat de stad wordt opgeknapt, moeten ze het gesprek aangaan. Wij vragen dingen aan, dienen voorstellen in voor de herbouw, maar we krijgen geen antwoorden. Alleen rekeningen en boetes. (..) Ze moeten het gesprek aangaan, anders gaat het net als bij de Turfmarktkerk. Die ligt er ook bij als een vod. (…) Dit hadden we eenvoudig kunnen voorkomen door te overleggen. Maar bij de ODMH zitten alleen maar juristen, geen bouwkundigen.”

Gouda 750 jaar

 

De situatie is nu zodanig geëscaleerd dat beide partijen via diverse juridische procedures met elkaar in “gevecht” zijn. Tot op heden is de gemeente steeds in het gelijk gesteld, maar het effect van deze procedures is ook dat het steeds onwaarschijnlijker wordt dat bij de viering van Gouda 750 deze pandjes herbouwd zijn.

Wat de ChristenUnie betreft moet alles in het werk worden gesteld om die herbouw toch tijdig te laten plaatsvinden en we dringen daarom erop aan om er toch via gesprekken uit te komen, zo nodig met een mediator.

Vragen aan het college


Naar aanleiding van de situatie ronde voormalige panden van Punselie heeft de fractie van de ChristenUnie de volgende vragen voor het college:

 

1.    In hoeverre is het college het met ons eens dat tijdige herbouw van de pandjes in het kader van Gouda 750 in gevaar komt door de huidige aanpak met (gerechtelijke) procedures?

2.    Hoe verklaart het college dat de eigenaar aangeeft dat er van gesprekken geen sprake is geweest, terwijl de gemeente vermeldt dat die gesprekken wel degelijk hebben plaatsgevonden?

3.    In hoeverre is het college bereid om (nogmaals) – zo nodig met een mediator – met de eigenaar om tafel te gaan om op korte termijn tot een oplossing te komen?




Al enige tijd vraag ik namens de ChristenUnie aandacht voor panden in de Tuinstraat waar voorheen de fabriek van Punselie gevestigd was. De panden raken steeds meer in verval, terwijl het panden zijn met grote historische waarde. Omdat het erg stil bleef over de ontwikkelingen rond deze panden heeft de ChristenUnie opnieuw vragen gesteld en onlangs zijn deze vragen beantwoord door het college. Uit de beantwoording is duidelijk geworden dat er nu bestuursdwang zal worden uitgeoefend om sloop en herstel (“restauratieve herbouw”) te realiseren. 
Het zou mooi zijn als voor de viering van Gouda 750 jaar in 2022 deze pandjes weer in oude luister zijn hersteld en een nieuwe functie, bijvoorbeeld als Punselie Museum, hebben gekregen!

Hieronder de vragen aan het college en de antwoorden:

In april 2017 heeft de fractie van de ChristenUnie vragen gesteld over de slechte staat van onderhoud van de drie kleine woningen die behoren bij de koekjesfabriek Punselie. Op dit moment storten de pandjes, die overigens niet meer in eigendom zijn van Punselie, steeds meer in. Naar aanleiding van de beantwoording in 2017 en de situatie op dit moment, stelt de fractie van de ChristenUnie de volgende vragen: 


Asbest


In 2017 meldt het college dat aan de eigenaar is gevraagd om het ingediende asbestonderzoek aan te vullen en een nieuwe sloopmelding te doen en dat het college in afwachting is van de resultaten van dit onderzoek.


1. Wat is de stand van zaken op dit punt? Heeft het onderzoek naar asbest inmiddels plaatsgevonden? Er is in 2017 toegezegd dat een gesprek met de eigenaar zal worden aangegaan met als doel verder verval te voorkomen en herstel van de panden te realiseren.


Antwoord:
In 2015 is een omgevingsvergunning verleend voor de restauratieve herbouw van de bestaande panden op een nieuwe fundering. Dit nadat de panden zorgvuldig uit elkaar zijn genomen en met gebruikmaking van de uitkomende materialen.
Voordat deze werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, diende een asbestsanering plaats te vinden. Zoals gemeld bij de beantwoording in 2017, hebben wij de eigenaar gevraagd om het ingediende asbestonderzoek aan te vullen en een nieuwe sloopmelding te doen. Deze asbestinventarisatie is in juli 2017 ontvangen door de ODMH voor twee van de drie pandjes gelegen op de locatie Tuinstraat 10. Met deze asbestinventarisatie was het mogelijk om het asbest te verwijderen, indien er een sloopmelding zou zijn aangeleverd.

page1image7868480
Helaas heeft de eigenaar tot nu toe stelselmatig geweigerd de sloopmelding te doen, waardoor er geen toestemming was om het asbest te verwijderen.

Bestuursdwang


Nadat op 30 mei 2018 het pand gedeeltelijk is ingestort, heeft de ODMH eveneens op 30 mei 2018 bestuursdwang (gericht op het veilig stellen van de situatie) toegepast. Op basis hiervan zijn onmiddellijk de gevel gestut en hekken rond het pand geplaatst om gebruikers van de openbare weg te beschermen en om verdere instorting te voorkomen. Omdat er geen asbest buiten het pand is gekomen, is er wat dat betreft ook geen direct gevaar voor de gezondheid.
Voor die tijd is niet actief gehandhaafd, omdat er aanvankelijk geen direct gevaar was.



In verband met het recent ingestorte dak, waaronder zich de asbesthoudende platen bevinden, dient een nieuwe asbestinventarisatie uitgevoerd te worden. De bestaande inventarisatie is daarvoor niet meer toereikend. Op basis van deze nieuwe inventarisatie kan dan alsnog een sloopmelding worden gedaan. Op 30 mei 2018 is bestuursdwang toegepast, vanwege verdere instortingsrisico’s en de veiligheid van de omgeving. Op 22 juni 2018 heeft een gesprek plaatsgevonden met de eigenaar en is hem verzocht om zo spoedig mogelijk zijn plannen kenbaar te maken. De eigenaar heeft vervolgens een bouwkundig ingenieursbureau ingeschakeld om het opstellen van een aantal benodigde documenten voor hem in gang te zetten ten behoeve van de asbestsanering en de herontwikkeling.

De huidige eigenaar – Bram de Wilde – verwijt de gemeente Gouda gebrek aan de medewerking. De gemeente is echter een heel andere mening toegedaan en gaat nu dwang uitoefenen om zo de sloop en herstel van de panden te realiseren.

Erfgoedverordening


Omdat de WABO (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) niet voorziet in een bouwplicht na het afgeven van een omgevingsvergunning, was er aanvankelijk geen juridisch handvat om de herbouw te bespoedigen. Wij hebben de eigenaar er echter wel op aangesproken. Inmiddels heeft de raad medio 2017 de nieuwe Erfgoedverordening vastgesteld waarin de onderhoudsplicht voor monumenteigenaren is opgenomen (art. 2.9, resp. 2.10). Het college is voornemens om voortbouwend op die verordening thans over te gaan tot een aanschrijving gericht op restauratieve herbouw in het kader van de instandhoudingsplicht.


Eigenaar geeft geen gehoor


2. Er is in 2017 toegezegd dat een gesprek met de eigenaar zal worden aangegaan met als doel verder verval te voorkomen en herstel van de panden te realiseren.Wat heeft het college gedaan sinds april 2017 om de eigenaar te bewegen om de panden te gaan slopen en de panden daarna te gaan herbouwen?


Antwoord:
De aandacht is het afgelopen jaar gericht geweest op het saneren van het asbest. Wij hebben hiertoe bij de eigenaar meerdere malen telefonisch en per e-mail aangedrongen om een sloopmelding aan te leveren. Zie ook de opmerking hiervoor over het ontbreken van een bouwplicht. De eigenaar heeft hier nog geen gehoor aan gegeven. Het slopen en uitvoeren van de verleende omgevingsvergunning voor het herstel en restauratie (2015) kan en mag dus pas plaatsvinden als de sanering van het asbest is uitgevoerd.


3. Wat gaat het college nu doen, gelet op de recente ontwikkelingen?


Antwoord:

Wij zijn in gesprek met de eigenaar. Wij zetten nu in op:
    1. Het saneren van het asbest via dwangsom en/of bestuursdwang (reeds in gang gezet) en
    2. De spoedige uitvoering van de restauratieve herbouw van de panden via een aanschrijving in het kader van de instandhoudingsplicht conform de Erfgoedverordening.
-->

Reeds geruime tijd staan voormalig panden van koekjesfabriek Punselie (Tuinstraat) leeg. De situatie is de laatste tijd sterk verslechterd: één pand is volledig ingestort, één pand wordt gestut en één pand staat nog overeind.


Mede in het kader van Gouda 750 jaar in 2022 vraag ik namens de ChristenUnie al geruime tijd aandacht voor verwaarloosde panden en om beter zicht te krijgen op wat er nu precies speelt rond deze specifieke panden heb ik vragen gesteld aan het college. Deze zijn nu beantwoord. Er is nog geen bouwactiviteit op deze locatie – zo blijkt uit de beantwoording – omdat het ingediende asbestonderzoek aanvulling behoeft. Daarnaast ontkent het college dat ze de huidige eigenaar tegenwerkt en gaat ze de eigenaar oproepen de panden te gaan herstellen. Ik ben benieuwd wanneer hij daadwerkelijk aan de restauratie gaat beginnen. 
In 2018 weer een rotte kies minder in Gouda?

Het is verheugend dat het college in het najaar met voorstellen gaat komen om pandeigenaren die hun panden willen opknappen financieel te gaan ondersteunen. Onlangs heeft de ChristenUnie dit idee geopperd en het is mooi dat dit nu wordt opgepakt.


Daarnaast is het jammer dat met betrekking tot onwillige eigenaren er blijkbaar maar beperkte handhavingsmogelijkheden zijn. Zeker als het geen (rijks)monumenten zijn.

Hierbij dan de vragen en de antwoorden door het college:

  • Wat heeft het college tot nu toe gedaan om de eigenaar te bewegen om deze locatie te gaan
    ontwikkelen?

De afgelopen jaren zijn er meerdere gesprekken gevoerd met de voormalige eigenaar van de
koekjesfabriek Punselie en de heer Middelburg (investeerder) om de locatie te ontwikkelen. 
In 2015 is
omgevingsvergunning verleend aan A.de Wilde Beheer B.V te Waddinxveen voor het herbouwen van de
drie panden aan de Tuinstraat.


De eisen en onderlinge afspraken met betrekking tot de restauratie/reconstructie van de drie panden zijn
opgenomen in deze vergunning. Tot op heden is om onbekende redenen nog geen aanvang gemaakt
met de werkzaamheden. Na gedeeltelijke instorting in april jl. is de eigenaar, de heer De Wilde, hierover
benaderd en gevraagd om het ingediende asbestonderzoek aan te vullen en een nieuwe sloopmelding
te doen. Het college is in afwachting van de resultaten van dit onderzoek.

  • In hoeverre herkent het college zich in de opmerking van de huidige eigenaar dat hij door de
    gemeente wordt tegengewerkt (citaat uit AD van 15 april)?


Het college herkent zich niet in de opmerkingen van de heer de Wilde, zoals deze in het AD zijn
verwoord, omdat zij hem al in 2015 een omgevingsvergunning voor herbouw voor het realiseren van drie
woningen heeft verleend. In verband met de aanwezigheid van asbest dient er zorgvuldig omgegaan te
worden met het sloopmateriaal. Dit ter voorkoming van mogelijke verspreiding van asbest in de
omgeving. Een gedegen onderzoek naar asbest is wettelijk vereist.

  • Welke acties kunnen we vanaf nu concreet vanuit het college verwachten om een einde te maken
    aan de huidige situatie van toenemend verval van deze panden?

Het college zal het gesprek met de eigenaar B. de Wilde aangaan met het doel om verder verval van
deze panden te voorkomen en spoedig herstel ervan te realiseren.

  • Meer in het algemeen constateren wij dat er in de binnenstad van Gouda behoorlijk wat panden
    te maken hebben met achterstallig onderhoud en zelfs ook verwaarlozing. Wat vindt het college
    hiervan?

Ook het college heeft geconstateerd dat het aantal panden in de binnenstad, dat dringend aan
onderhoud toe is, groter is dan gewenst. Zij constateert ook dat de urgentie en omvang ervan
uiteenlopend is. In het kader van ‘Gouda 750’ laat zij in samenwerking met het Platform Binnenstad en
de ODMH een schouw uitvoeren. Het college is voornemens de eigenaren van de panden met
achterstallig onderhoud en/of bouwkundige gebreken 
aan te spreken op hun verantwoordelijkheid als eigenaar, te stimuleren / ondersteunen en zo nodig aan te schrijven om hun pand voor het jaar 2022 te verbeteren. Bovendien heeft het college in dit verband voor gemeentelijke monumenten de onderhouds- c.q.
instandhoudingsplicht voor eigenaren opgenomen in de Erfgoedverordening 2017. 

  • In hoeverre is het college bereid om middelen (lening of subsidie) te verstrekken om aanpak van
    deze woningen door woningeigenaren te stimuleren?

Nu de oude budgetten voor restauratie van gemeentelijke monumenten, opknappen van winkelpuien en
bouwhistorisch onderzoek eind 2017 komen te vervallen, onderzoekt het college hoe eigenaren die
actief aan de slag gaan met het onderhoud, in hun voornemen kunnen worden ondersteund.
Hierover
zal in de tweede helft van dit jaar een voorstel naar de raad worden gestuurd.

  • In hoeverre is het college bereid om bij eigenaren die hun woning ondanks meerdere verzoeken
    van de gemeente niet opknappen, het initiatief over te nemen en de nota daarvan bij de eigenaar
    neer te leggen, zoals elders soms gebeurd?

Het onderhoud van panden is de verantwoordelijkheid van de eigenaar. In het licht van de Erfgoedvisie
ondersteunt het college deze verantwoordelijkheid met subsidies, leningen en advies. Wanneer
eigenaren echter verzuimen hun pand te onderhouden, kan (uiteraard na overleg) worden ingegrepen
als er gevaar dreigt of, in geval van monumenten, als verzuimd wordt de instandhoudingsplicht na te
leven (bestuursdwang).