Berichten


Landelijk is bepaald dat de energietransitie in belangrijke mate op regionale schaal moet worden opgepakt via een Regionale Energie Strategie (RES). Daarvoor zijn 30 RES-regio’s aangewezen. De regio Midden-Holland is er daar een van. De vraag is nu hoe de regio’s invulling moeten gaan geven aan hun energie doelstelling. Komt  een regio vol te staan met windmolens of enorme velden met zonnepanelen? En zo ja, waar dan?


In 2016 is de regio Midden-Holland gestart met het uitvoeren van de RES. Onze regio was een van de zeven pilots van Nederland. Het resultaat van deze pilot is het ondertekende Convenant (2018) waarin het doel is vastgelegd om te komen tot een energie- en klimaatneutrale regio in 2050


Eind 2019 is de huidige RES-organisatie in Midden-Holland opgericht waarin alle gemeenten, waterschappen, provincie Zuid-Holland en diverse maatschappelijke partijen hun rol hebben.

Vervolgens is een concept-RES opgesteld, die een eerste duiding van de opgaven en denkrichtingen bevat over hoe deze door de regio kunnen worden ingevuld. In de periode oktober 2020- juli 2021 worden de opgaven en denkrichtingen uitgewerkt in concrete ruimtelijk-energetische plannen

 

In de RES wordt beschreven hoeveel duurzame elektriciteit en warmte we willen opwekken. En op welke manier we dat gaan doen. Waar we windmolens of velden met zonnepanelen willen neerzetten. En hoe we duurzame warmte willen opslaan en naar de huizen brengen. 


Participatie

 

Er moeten nog veel keuzes gemaakt worden voor het plan echt klaar is. 

Daarbij is het belangrijk te weten hoe de inwoners in onze regio erover denken. 

Het participatieproces en onderzoek voor de RES  is in volle gang. 

Vanaf oktober zijn bewoners in een eerste communicatieronde geïnformeerd over de energie transitie in het algemeen en de RES in het bijzonder. 

Begin januari 2021 is de eerste participatieronde met onder meer twee enquêtes en diverse (lokale) kansentafels afgerond. Op de regionale bijeenkomst van 14 januari werden de volksvertegenwoordigers geïnformeerd over de inbreng van de participatieronde en de resultaten van het ruimtelijk onderzoek en konden ze reageren op de eerste resultaten.   

 

Op basis van de maatschappelijke participatie en de bestuurlijke en politieke afwegingen daarin, wordt een definitief regionaal energieplan, de zogenaamde RES 1.0 opgesteld. Dit plan dient in juli 2021 gereed te zijn. De RES wordt om de twee jaar geactualiseerd. Zodoende kunnen nieuwe ontwikkelingen en technieken worden meegenomen.


Keuzes maken

 

De opgave van onze regio laat zich vertalen in het realiseren van 67 windmolens of 544 ha zonnevelden of een combinatie van deze twee keuzes. Dat is geen geringe opgave en het stuit ook op flink verzet bij een aantal gemeenten. Er zijn nogal wat politici die niet eens willen praten over de mogelijkheid van plaatsen van windmolens…. 


Gouda zit in een wat lastige positie omdat ze op haar eigen grondgebied niet of nauwelijks invulling kan geven aan deze opgave en deze taak vooral ligt bij de omliggende gemeenten. In deze gemeenten maar bij ons provinciebestuur ligt het onderwerp windmolens buitengewoon gevoelig en dat maakt keuzes maken en het invulling geven aan onze ambities ingewikkeld.

In de praktijk zijn er mogelijkheden voor windmolens langs de snelwegen, dus langs de hoofdinfrastructuur, zoals nu ook bij Waddinxveen, waardoor er voor bewoners niet veel overlast is en ook voor zonnevelden zijn er wel locaties denkbaar. 

 

Versnippering

 

Ofschoon ik veel bewondering heb voor de inzet in onze regio en ook in de andere regio’s ongetwijfeld hard wordt gewerkt aan de RES, heb ik daar toch de nodige twijfels bij.


De opgave waarvoor we staan vraagt naar mijn mening om een gezamenlijke aanpak van regio’s, bijvoorbeeld het hele Groene Hart en misschien zelfs op basis van een plan voor de hele provincie Zuid-Holland.

 

Door de omgeving op te knippen in relatief kleine regio’s ontstaat een versnipperd beeld en lopen we tegen allerlei weerstanden aan die op grotere schaal wellicht (in ieder voor een deel) kunnen worden voorkomen. Als je keuzes maakt vanuit een groot oppervlak kan je echt de beste locaties kiezen.

 

Provincie moet de regie nemen

 

Wat mij betreft trekt de provincie het initiatief voor de totstandkoming van de RES naar zich toe en neemt ze – om het beheersbaar te houden – in ieder geval de regie om te komen tot een RES voor het Groene Hart. Daarmee wordt hopelijk voorkomen dat dit gebied wordt versnipperd en verrommeld. 


Laten we ons zowel inzetten voor de RES als voor het behoud van het Groene Hart!

 

 

Op zich niets
mis met zo’n outlet op korte afstand van Gouda, of toch wel? De Holland Outlet Mall in Zoetermeer moet een grote toeristische 
trekker worden voor de stad Zoetermeer en een economische boost geven. Dit
om de problemen van leegstand in het Woonhart en het Stadshart goed aan te
pakken. Het woonhart staat op omvallen en is te klein om toekomstbestendig te
zijn. De ontwikkelaar verwacht maar liefst 5 miljoen bezoekers per jaar in de
nieuwe outlet. Daarvoor wordt circa 31.000m2 detailhandel toegevoegd,
met name voor de branches sport, mode en schoenen. Maar past deze grootschalige
toevoeging van detailhandel wel in een markt waar de behoefte naar detailhandel
vierkante meters juist afneemt? Past dit wel in het provinciaal beleid de
bestaande centra te versterken, of is deze uitbreiding alleen goed voor
Zoetermeer? In deze blog meer over deze ontwikkeling en de kanttekeningen die
ik wil maken. 

Bron artist impression: Provast

Oud plan versus nieuw plan

Ging het oude plan uit 2012 van de outlet
aan de rand van Zoetermeer “slechts” om de toevoeging van 20.000 m2, het nieuwe
plan is maar liefst 31.000 m2 groot. Wel voldoet Zoetermeer hiermee aan een
wens die geuit was door de provincie om geen nieuwe centra toe te voegen en
juist bestaande centra te versterken. De ruimte op papier  is ook gevonden, door een groot deel van
marktruimte die in Haaglanden aanwezig is voor de branches sport, mode en
schoenen op papier op te souperen. Maar winkels liggen niet in een regio, zoals
de site van Holland Outlet Mall ook zegt. Ze liggen in een groot stedelijk
gebied met veel consumenten niet alleen uit Haaglanden, maar ook zeker uit de
regio Midden-Holland. Zelf spreken ze zelfs van een bereik van 9 miljoen
bezoekers met 1 uur reistijd. Tot nu toe een prima ambitie toch, want als
Zoetermeer het niet doet, doet een andere stad in de Randstad het wel……..

Feiten en cijfers 
Zeer veel
gemeenten kampen echter al jaren met de afname van de detailhandel en zijn hard
aan het knokken er weer boven op komen. Voor dit soort gemeentes, kan een
ontwikkeling als Zoetermeer negatief uitwerken. In eerste berekeningen die
gedaan zijn voor Gouda zal de komst een omzetdaling van 6 tot 7 procent tot
2020 zijn voor de branche sport, mode en schoenen in Gouda. Ook al is er een
omzetgroei geprognosticeerd van 5 tot 6 procent tot 2020, deze groei vloeit
volledig toe aan Zoetermeer en gaat niet naar Gouda. De  bouw van een outlet zorgt dus voor
(mogelijke) leegstand in bestaande andere centra. Dit staat haaks op het
gevoerde beleid van de provincie om te zorgen dat de oppervlakte voor detailhandel
niet verder toeneemt en ingezet wordt op de versterking van alle centra  in Nederland, niet alleen het centrum van
Zoetermeer.

Wat overigens wel opvallend is, de ontwikkelaar rekent op 5 miljoen
bezoekers op hun internetsite, terwijl de onderzoeken en effecten zijn berekend
op 3,5 miljoen bezoekers (informatie bewonersavond 31 augustus 2016). Dit zou
dus kunnen betekenen dat de negatieve effecten groter zijn dan nu wordt
gesteld.

Wat vind de provincie? 

Naast de gemeenteraad van Zoetermeer, die in
november waarschijnlijk positief besluit gezien het onderzoeksgeld dat al
geïnvesteerd is, moet de provincie Zuid-Holland nog goedkeuring geven aan de
plannen. De vorige keer was er een nipte meerderheid tegen de plannen van de
Holland Outlet Mall aan de rand van de stad. Is er nu een meerderheid voor deze
plannen in de provincie? Volgens provinciaal beleid is dit in ieder geval niet
uit te leggen. Een tweetal citaten van dit beleid:
 

“De
provincie gaat uit van beperkte uitbreidingsmogelijkheden en verkiest
kwalitatieve versterking van winkelcentra boven kwantitatieve versterking.”
 

Mijn inziens gaat het bij 31.000
m2 uitbreiding niet om een kwalitatieve versterking maar om een kwantitatieve
die ook nog eens zorgt dat de kwaliteit van omringende centra af kunnen nemen.
 

“Van de ruim 30 miljoen
beschikbare meters in ons land bevinden zich meer dan 5,5 miljoen in
Zuid-Holland. Circa 600.000 m2 daarvan staat leeg. Leegstand heeft zijn
weerslag op de economische vitaliteit en de leefbaarheid van een gebied. Lege
winkels leiden tot aantasting van de ruimtelijke kwaliteit en tot sociale
onveiligheid. Te veel leegstand leidt dus tot een maatschappelijk probleem. De
provincie gaat er vanuit dat de vraag naar fysieke winkelruimte de komende
jaren verder afneemt, vanwege de opkomst van internet winkelen, demografisch
ontwikkelingen en veranderende consumentenbehoeften. Daarom stelt de provincie
strikte eisen aan uitbreidingsplannen. Zit de provincie daarmee op slot voor
nieuwe ontwikkelingen? Nee, zo erg is het niet. Alleen is het ‘bouwen voor
leegstand’ drastisch aan banden gelegd.
Bij
het voorkomen van leegstand  in de gehele
provincie, kan je je afvragen of een uitbreiding van 31.000m2 nog past in de
teruggang van de vloeroppervlakte voor detailhandel. Daarbij denk ik dat de
Holland Outlet Mall een goede ontwikkeling is voor Zoetermeer, maar zeker niet
voor de gehele provincie.
Tot
slot vraag ik me af of de provincie niet ook de uitkomsten van het nieuwe
koopstromenonderzoek moet afwachten en betrekken bij dit besluit. Het
koopstromenonderzoek wordt namelijk op dit moment uitgevoerd. De resultaten
worden eind 2016 bekend gemaakt.

Moeten
we in Nederland niet langzaam anders gaan denken en niet meer geloven in deze
nieuwe gigantische uitbreidingen in outletcentra, ook al is er nog marktruimte?
Ik denk het wel.
City Outlet Bad Münstereifel
Bron: ROS retail outlet shopping

Een
goed voorbeeld vind ik de City Outlet in Bad Münstereifel in Duitsland. Het
stadje had een gigantische leegstand. Door in dit mooie plaatsje in bestaande
panden in het centrum een outlet te starten, heeft dit stadje door een juiste
aanpak ook een economische boost gekregen. Ik ben er 3 jaren achtereenvolgend
op vakantie geweest en kan u zeggen dat deze aanpak de stad geen windeieren
legt. Is dit niet  een beter idee voor
Zoetermeer of wellicht ook voor andere steden. Voldoet het aanleggen van
city-outlets niet beter aan het landelijk en provinciaal beleid om de leegstand
in detailhandel terug te dringen? Ik denk van wel. Ga uit van de kracht van de
eigen centra en zorg voor een passende oplossing per centrumgebied.