Berichten

In de wijk Achterwillens is het dit jaar behoorlijk onrustig geweest door vandalisme en zelfs brandstichting bij het wijkcentrum. De vrijwilligers van wijkcentrum Achterwillens zijn de overlast meer dan zat en hebben onlangs aan de gemeente gevraagd om actie te ondernemen. Ze wilden bij voorkeur een samenscholingsverbod of cameratoezicht. De gemeente heeft inmiddels maatregelen genomen en die lijken nu effect te hebben. Tegelijk stond er op het Driewegplein nog een asbak op een wat merkwaardige locatie…

Cameratoezicht

De wijk heeft al lang te maken met overlast rond het wijkcentrum Achterwillens en bij het Driewegplein. Op de laatste locatie is al enige tijd cameratoezicht.
Naar aanleiding van de incidenten van de laatste maanden zijn (of worden) er aanvullende maatregelen getroffen rond het wijkcentrum:

      Aanpassing van het groen 
      Verlichting in de omgeving verbeteren, waardoor er is er meer zicht op de locatie en wordt de locatie minder aantrekkelijk om te hangen.  
      Er wordt nu middels een bord duidelijk gemaakt dat overlastgevend gedrag en hinderlijk hangen op de locatie in strijd is met de APV door middel van plaatsing van een bord bij de buurtvereniging en het parkeerterrein. 
      Er is extra toezicht ingezet door politie en stadstoezicht. 
      Er wordt opvolging gegeven indien personen bekeurd worden voor overlastgevend gedrag. In Gouda hebben wij het zogenaamde “stappenplan grenzen stellen”. Er wordt een dossier opgebouwd per persoon: na twee of meer boetes kan de desbetreffende persoon een gebiedsontzegging opgelegd krijgen voor een aantal weken. 
      Bewoners worden gemotiveerd te melden bij overlast, zodat politie kan acteren op meldingen 
      De gemeente Gouda beoordeelt in de hoedanigheid van verhuurder de eenmalige plaatsing van verlichting en camera`s aan het pand. Dit gebeurt in overleg met de huurder. 
      De mogelijkheid van het afsluiten van het parkeerterrein wordt verder uitgezocht.  
Gerichte aanpak naar jongeren
Met betrekking tot de jongeren zelf is er nu ook een gerichte aanpak:
  • Met de personen is contact gelegd en gesproken. Zij geven aan geen hulp nodig te hebben bij werken of leren, omdat zij een baan hebben. De personen die bekend zijn in de veiligheidsketen, krijgen vanuit de persoonsgerichte aanpak de mogelijkheid voor begeleiding op diverse leefgebieden.

En omdat voorkomen beter is dan genezen wordt er ook in het kader van preventie iets gedaan:
  • Het jongerenwerk zet vooral in op de jonge jeugd (8-13 jaar). Dit doet zij sinds het voorjaar in Oud Achterwillens en na de zomer is het jongerenwerk ook gestart in de Slagenbuurt. Hiervoor is zij in contact met Brede School, vrijwilligers van de Bühne en de basisschool. Signalen kunnen ingebracht worden in het actieoverleg Achterwillens. 
  • Ook Sportpunt Gouda heeft een bijdrage door de Buurtsport voor kinderen tot 12 jaar op het schoolplein aan te bieden. Jongerenwerk, Sportpunt Gouda en Brede School werken samen en vullen elkaar aan binnen de activiteiten. Sportpunt Gouda, Brede school en het jongerenwerk hebben wekelijks een activiteit. Het jongerenwerk werkt ook ambulant om te kijken wat er gebeurt op straat en wat de sfeer is bij zowel jonge als oude jeugd. Het jongerenwerk is minimaal vijf dagen ambulant aanwezig in de stad en neemt Achterwillens mee in de rondes.


Driewegplein

Waar rond het wijkcentrum en met de jeugd van alles wordt gedaan om de overlast te beperken, is het opvallend er bij het Driewegplein naast de supermarkt tot voor kort een asbak stond die het de (hang)jongeren extra aantrekkelijk maakt om zich daar op te houden, terwijl dit een bekende overlast locatie is. Vanuit de wijk werd mij bericht dat deze jongeren zich daar nogal eens intimiderend gedragen.

Namens de ChristenUnie heb ik aan het college opheldering gevraagd over die asbak en ik kreeg daarop het volgende antwoord:

“Deze is jaren geleden geplaatst (volgens een omwonende staat de asbak er overigens nog maar kort, tk) om de toenmalige supermarkt MCD wat tegemoet te komen. Ook toen was het een hangplek, met overlast en rommel o.a. sigarettenpeuken. Nu is de situatie gewijzigd en is deze asbak niet meer nodig . De nieuwe supermarkt heeft zelf een mobiele voorziening voor de nieuwe ingang, twee prullenbakken en een asbak van Nederland Schoon. Inmiddels is de opdracht gegeven de asbak te verwijderen.”

Het viel mij inderdaad op dat de Supermarkt een eigen mobiele asbak bij de winkel heeft staan, 10 meter van de door mij genoemde asbak. 
Buiten sluitingstijd heb je echter niets aan de asbak van de supermarkt en en hangjongeren willen toch vooral op hun eigen (hang)plek hun peuk kwijt. 

De asbak is nu in ieder geval verwijderd en ik ben benieuwd of dit iets gaat betekenen voor de plek waar (hang)jongeren zich ophouden. Het is uiteraard niet de bedoeling dat ze nu weer peuken tegen de muur gaan uitdrukken of peuken op straat gaan gooien. We gaan het zien.


Situatie nu

Door de maatregelen die zijn genomen, waaronder het plaatsen van camera’s rond het wijkgebouw, is de overlast in Achterwillens afgenomen. Door de politie zijn er geregeld controles uitgevoerd, waarbij er geen bijzondere zaken zijn geconstateerd. Ook zijn er geen meldingen meer geweest, geeft zowel de gemeente als de wijkvereniging aan.

Duidelijk is dat door goede samenwerking tussen gemeente, belanghebbenden in de wijk en de politie de overlast is afgenomen en de situatie aanmerkelijk is verbeterd. 


Punt van aandacht blijft nog wel dat jongeren in deze wijk behoefte hebben aan eigen plek. Daar is tot nu toe nog geen invulling aan gegeven. De vraag is dus wat dit gaat betekenen voor de wijk de komende tijd. Het lijkt me verstandig om dit punt niet te laten versloffen…


Roanne van Voorst, journalist en antropologe, heeft een interessant boek (“Jullie zijn anders als ons”) geschreven over hangjongeren.

Zij geeft terecht aan dat in het debat rond integratie vooral over (Nederlands Marokkaanse) hangjongeren wordt gesproken, maar heel weinig met hen.
We hebben daarnaast ook een stereotiep beeld van hen: een Marokkaanse jongen die zijn capuchon over zijn ogen trekt en die ’Rot op!’ zegt.
Veel belangrijker is echter om te weten waarom hij rondhangt, overlast veroorzaakt en niet naar school gaat.

Daarnaast worden er heel veel rapporten geschreven over integratie, die overigens volgens haar aangeven dat het helemaal niet zo slecht gaat met de integratie in Nederland. Het schijnt echter gewoon drie generaties te duren voordat mensen volledig zijn geïntegreerd, de taal goed spreken en de achterstanden hebben ingehaald.
Op een gegeven moment besloot Roanne die hoofdrolspelers in zelf op te gaan zoeken. Ze voerde gesprekken met ze, ging met ze mee naar bijvoorbeeld hun school en probeerde zo meer te weten te komen over hun leefwereld.
Ze heeft zich overigens in diverse groepen minderheden verdiept, zoals Marokkanen, Turken, Antillianen, maar ook Chinezen en Polen.
Wat haar daarbij opviel is dat het met de Molukkers niet goed gaat: de derde generatie doet het slechter dan hun ouders. Ze zijn erg boos en hebben een anti-Nederlands sentiment. Ze waarschuwt dat dit met de Marokkanen ook kan gaan gebeuren.
Naar haar beleving is het belangrijk dat het integratiebeleid minder een ad-hoc karakter krijgt en moet loskomen van de focus op de cultuurlijn.
In Trouw staat dit citaat van de schrijfster: “We zitten veel te veel op die cultuurlijn, de gedachte dat hun geloof of hun culturele achtergrond de oorzaak is van het probleemgedrag en dat het agressieve gedrag nu eenmaal in hun cultuur zit gebakken. De oplossingen op cultuurgebied, zoals het houden van buurtbarbecues, lijken mij niet goed. Die subsidies zijn weggegooid geld. Ik denk dat die jongeren veel meer geholpen zijn met ouderwets sociaal-economisch beleid, gericht op onderwijs en arbeidsmarkt. Heel unsexy, maar wel effectief.”
Ook het volgende citaat in Trouw is het vermelden waard: “Wat me bij dat onderzoek opviel was dat onze eisen per groep zo verschillend zijn. Chinezen vinden we nog steeds exotisch en enig. We vinden het prima dat zij zo geïsoleerd leven. Ik sprak een lesbisch meisje van Chinese afkomst en die heeft exact dezelfde problemen als een homo-Marokkaan. Crimineel zijn ze ook. Zij doen aan mensenhandel, maar daar hebben we geen last van, dus dat geeft niet. In Amsterdam staan soms op straatborden ook Chinese tekens: vinden we prachtig. Zet op zo’n bord een straatnaam in Arabische tekens en Wilders heeft er weer een paar zetels bij.”
In Gouda pakken we de problematiek aan door een persoonsgerichte aanpak en vinden we het o.a. erg belangrijk dat de jongeren naar school gaan. De gezinsmanager heeft daar bij overlast gezinnen ook goed oog voor.
Roanne van Voorst geeft echter wel stof tot nadenken, zowel voor de landelijke als de plaatselijke politiek.

Op dinsdagavond heb ik een interessante en leerzame avond gehad bij wijkteam Bloemendaal. Ze hadden Hans Kaldenbach (Hogeschool Utrecht) met een acteur trainer uitgenodigd over het thema hangjongeren en straatcultuur.

Het werd een avond met veel prikkelende opmerkingen en leerzame oefeningen!

We begonnen met een belangrijke hoofdregel: “Je moet als burger contact leggen en een eervolle uitweg bieden.” Dit houdt in dat het belangrijk is om het gesprek aan te gaan en geen beter gedrag te “eisen” waar je bij bent. Geef de ander de ruimte om zichzelf te corrigeren als je bent doorgelopen.

Wat mij ook aansprak is de opmerking dat je jongeren die overlast veroorzaken (en een kort lontje hebben) niet moet benaderen vanuit….”ik vind….”, maar vanuit indirect taalgebruik: “je bent vergeten….”. Dat is veelal veel effectiever.

Een paar zaken die we volgens Hans moeten weten t.a.v. straatcultuur gedrag:

– Als je de jongeren aanspreekt, staan ze direct op scherp; let er dus op hoe je het aanpakt
– Ze pakken je terug op je zwakste punt; als je rust en zelfvertrouwen uitstraalt word je eerder met rust gelaten
– Je wordt al snel beschuldigd van discriminatie
– Als je ze aanraakt, is het alsof je ze in elkaar slaat

Er ontstond in de groep de nodige discussie over deze zaken, omdat je nogal eens met jongeren te maken hebt die absoluut niet bereid zijn hun gedrag aan te passen. We kregen mee dat je gradaties van overlastgevend gedrag hebt en sommige uitingen kan je als bewoner niet meer oplossen, daar heb je de politie voor nodig.

Aan de andere kant kan een heel open houding, zonder schroom ook helpen. Iemand merkte op: “Een hond bijt als die ziet dat je bang bent….dat gaat met mannen net zo.”
Ik laat die opmerking voor rekening van degene die dat zei, maar het geeft stof tot nadenken.

In de oefeningen bleek het best moeilijk te zijn om de gewenste reactie los te maken. Het is belangrijk dat je je bewust bent van je eigen gedrag en de mogelijke effecten. Een vriendelijk woord of een rake reactie kan meer opleveren dan er “keihard” ingaan.
Je kunt het vergelijken met judo en karate.
Kies je voor de dialoog, het gesprek of ga je gelijk in de aanval.
Doe vooral wat bij je past, maar wees ook bereid om te leren.

foto’s: Wim van Beek