Berichten

Gouda worstelt al geruime tijd met een groot aantal inbraken en betrokken veiligheidsinstanties doen er van alles aan om deze trend te keren. In het kader daarvan is ook ruimte gegeven aan “onorthodoxe maatregelen”. Bij het brainstormen daarvoor ten behoeve van het Actieplan 2017 is ook naar voren gekomen dat het een goede zaak zou zijn als dader een enkelband moeten gaan dragen. 


De wens – ook van de ChristenUnie – is dat er een mogelijkheid moet komen om door de reclassering deze maatregel te kunnen opleggen, zeker bij inbrekers die herhaaldelijk de fout in gaan.




Alle daders een enkelband (elektronische
controle), gedragsaanwijzing of
gebiedsverbod opleggen.
Het zoveel mogelijk inzetten van zowel het
bestuurlijk als strafrechtelijk arsenaal aan
maatregelen kan effect sorteren. In elke casus
moet bekeken worden wat mogelijk is. Ten
aanzien van de elektronische enkelband wordt
vanuit het OM aangegeven dat dit onder de
verantwoordelijkheid van de reclassering
gebeurt en dat het op dit moment niet mogelijk
is om dit instrument in te zetten als 24 uurs
monitoring van (potentiële) inbrekers. Voorts
kan ook gedacht worden aan het inzetten van
de mogelijkheden die de APV biedt, zoals het
verbod op het vervoer van
inbrekerswerktuigen en het gebiedsverbod
voor inbrekers.

Vanuit het OM is aangegeven dat een
enkelband onder verantwoordelijkheid van de reclassering gebeurt en niet als
24-uurs monitoring kan worden ingezet. Er loopt nu echter een pilot via
de landelijk portefeuillehouder woninginbraken in overleg met het
Ministerie van Veiligheid en Justitie. Begin dit jaar gaf het college aan deze
ontwikkelingen te volgen.

Onze
fractie heeft onlangs aan de Portefeuillehouder (de burgemeester) gevraagd wat
op dit moment de stand van zaken rond het electronisch toezicht is en onder
welke condities een enkelband kan worden gevoerd bij jongeren die crimineel
gedrag vertonen.

We ontvingen het volgende antwoord:
“In het strafrecht (ook het jeugd- en
adolescentenstrafrecht) is de mogelijkheid opgenomen tot het opleggen van
elektronisch toezicht (ET). ET kan opgelegd worden in het kader van schorsing
preventieve hechtenis, bij voorwaardelijke veroordeling, bij voorwaardelijke
invrijheidstelling (v.i.), bij detentiefasering (Penitentiair Programma), bij
tbs met voorwaarden en tbs met voorwaardelijke beëindiging van de
dwangverpleging.
RFId en GPS


In opdracht van de officier van justitie stelt de
reclassering hierover een advies op. Met ET kan het naleven van bijzondere
voorwaarden die een verdachte of veroordeelde zijn opgelegd, worden
gecontroleerd. Hierbij kan men denken aan een ‘locatiegebod‘ of een ‘locatieverbod‘.
Bij een locatiegebod moet de verdachte/veroordeelde zich gedurende bepaalden
tijden op een bepaalde locatie bevinden, vaak thuis. Bij een locatieverbod mag
de verdachte/veroordeelde zich niet op een bepaalde locatie begeven,
bijvoorbeeld in de buurt van het slachtoffer. Dit wordt dan gecontroleerd met
ET. De reclassering beschikt over 2 soorten
ET te weten de Radio Frequency Identification (RFId), de enkelband of Global
Positioning System (GPS), de GPS-enkelband.
Vanuit het Ministerie van Veiligheid en Justitie wordt
in dit kader momenteel een tweejarige pilot uitgevoerd onder de naam
‘verscherpt toezicht minderjarige HIC (High Impact Crime) plegers middels
elektronisch toezicht’.


Pilot

Deze
pilot is een gezamenlijk initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming
(RvdK) en de portefeuille High Impact Crimes.
De
pilot heeft als doel om te onderzoeken welke bijdrage elektronisch toezicht,
als onderdeel van verscherpt toezicht, kan leveren aan de resocialisatie van de
doelgroep en het terugdringen van recidive
.

Dit
naar aanleiding van aanbevelingen uit diverse onderzoeken waarbij gesteld wordt
om eerder door te pakken bij minderjarige delinquenten met complexe
problematiek en hierbij beter gebruik te maken van het bestaande
strafrechtelijk sanctie arsenaal, waaronder dus elektronisch toezicht.

Deelnemende
partijen zijn o.a. politie, RvdK, het Openbaar Ministerie (OM), Reclassering
Nederland, gecertificeerde instellingen (GI’s) en gemeenten.
De
pilot vindt plaats in een drietal regio’s, te weten Rotterdam, Amsterdam en
Midden-Nederland.

Vertraging


In
Rotterdam wordt de pilot uitgevoerd onder regie van het Veiligheidshuis. Het
WODC (Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum) is gevraagd een
proces- en effectevaluatie op te stellen. Er is sprake geweest van enige
vertraging in de aanloop naar de start van de pilot. Het is derhalve nog niet
precies bekend wanneer de evaluatie zal worden opgeleverd.”
Hoe nu verder in Gouda?
Het
is duidelijk dat eerst de evaluatie van de pilot zal worden afgewacht alvorens
er mogelijk vaker gebruik zal worden 
gemaakt van electronisch toezicht. Het zou mooi zijn als de pilot niet
te lang duurt en de evaluatie uitwijst dat dit middel vaker kan worden ingezet.

We spenderen nu veel tijd en energie in het oppakken
van inbrekers, maar doordat ze regelmatig terugvallen in hun oude gedrag
(“veelplegers”) moet daar meer grip op komen. Electronisch Toezicht
is m.i. een noodzakelijk middel – naast andere vormen van inzet – om het aantal
inbraken in Gouda drastisch terug te brengen.