‘..geroepen om present te zijn vanuit mijn geloof. Om te werken aan herstel en welzijn voor de hele samenleving’ dat was één van de zinnen uit mijn kandidaatstelling op 15 juni 2013. Met deze motivatie ben ik na 2 jaar burgerraadslid gestart als raadslid in 2014.

En als volksvertegenwoordiger wil ik ook verantwoording afleggen, het in mij gestelde vertrouwen terug geven aan de kiezer. Wat is er terecht gekomen van die ‘grote woorden’?  Ben ik inderdaad ‘van betekenis geweest’ voor de stad Gouda en haar inwoners?

Daarom een selectie van alle onderwerpen waar ik als raadslid voor heb geknokt in de periode 2018 – 2022.

 

Visie op jeugdzorg

De periode 2014 – 2018 werd vooral getypeerd door de decentralisatie (taken naar gemeenten ipv rijk) van Jeugdzorg, Wmo en Participatiewet. In deze jaren hebben we als ChristenUnie hard gewerkt aan de ‘transitie’ (structuurverandering), het goed organiseren van de zorg in de Goudse context. Na 2018 hebben we meer ingezet op de ‘transformatie’ (andere werkwijze) omdat alleen structuur en financiën niet voldoende bleek.

Een duidelijke visie en gemeenschappelijke taal tussen cliënten, gemeente en zorginstellingen is essentieel voor een goede samenwerking. Daarom heb ik het amendement ‘Positieve Gezondheid’

ingediend op 6 oktober 2021. Deze visie gaat uit van wat mensen wel kunnen en zet niet de beperking of de ziekte centraal. Kernwoorden hierbij zijn integraal en holistisch. De mens is meer dan alleen cliënt of zorggebruiker. Juist het aspect van zingeving, wat een onderdeel is van deze visie blijkt cruciaal te zijn voor het ‘herstel van het gewone leven’.

Ondanks de enorme inzet van alle betrokkenen om het sociaal domein goed te organiseren in Gouda komt de continuïteit van de zorg in gevaar. Het aantal zorggebruikers, en daarmee de kosten, zijn fors gestegen waardoor we als ChristenUnie ingezet hebben op twee lijnen:

  • Democratisering van de zorg
  • Financiele compensatie van het Rijk

De verantwoordelijkheid voor hulp en zorg willen we als ChristenUnie graag weer teruggeven aan de samenleving. De verzorgingsstaat en daarmee verkokering, professionele distantie en verlies aan regie is niet in het belang van zorgvragers. Daarom geloven we in de kracht en samenredzaamheid van de Goudse inwoners. Echter nooit ten koste van de kwaliteit en het aanbod van zorg. De gemeente blijft verantwoordelijk zodat niemand zonder zorg hoeft te zitten.

Eén mooi voorbeeld van democratisering van zorg is het initiatief Burgervoogden. Dit zijn gewone inwoners die betrokken blijven op jongeren in de jeugdzorg, juist bij de vele wisselingen van professionals in hun leven. Hiervoor heb ik juli 2020 een motie ingediend die geleidt heeft tot een pilot in Gouda en hopelijk een mooie impuls aan betekenisvolle relaties met kwetsbare jongeren. Daarnaast hebben we ingezet op ‘huur en buur project’, steunouders en JIM (jouw individuele maatje).

De andere lijn ‘financiële compensatie’ hebben we concreet gemaakt door een claim neer te leggen bij de Rijksoverheid voor de tekorten in de jeugdzorg in september 2020 met een motie. Uiteindelijk heeft het Rijk de gemeenten gecompenseerd voor de onterechte tekorten en kunnen we als Gouda het financiële hoofd boven water houden.

 

Welkom aan nieuwkomers

Omdat ik hardgrondig geloof dat we als mensen aan elkaar gegeven zijn om samen meer te ontdekken van het leven en de Gever van het Leven wil ik gastvrij zijn. Dit is meer dan alleen vluchtelingen opvangen, het is de ander omarmen omdat die iets geeft wat ik niet heb. Daarom heb ik de afgelopen jaren gewerkt aan een goed vluchtelingbeleid en een inclusieve samenleving. Een voorbeeld hiervan is de motie ‘Coalition of the willing’ van december 2020 waardoor Gouda één van de gemeenten is die een veilige opvang wil voor 500 kwetsbare minderjarigen. In tegenstelling tot de toenmalige Nederlandse regering die weigerde om in 2020 gehoor te geven aan de urgente noodkreet. Gelukkig dat er nu wel ruimhartig gastvrijheid wordt geboden aan vluchtelingen uit Oekraïne en van harte hoop ik dat dit meer is dan een strategische keus en voortkomt uit een open en betrokken hart.

Gezond en actief

Met enige verbazing heb ik de weerstand van oa D66 en GrL in Gouda meegemaakt tegen het verbieden van lachgas. Ondanks de vele deskundigen die waarschuwden voor de enorme impact op de gezondheid van jongeren en de veiligheidsrisico’s bleven onze liberale collega’s vasthouden aan ‘ieders eigen keus’. Meerdere moties, samen met het CDA, een expertmeeting en veel duw en trekwerk heeft uiteindelijk gerealiseerd dat een verbod op lachgas is opgenomen in de APV van Gouda.

Naast het beschermen van inwoners tegen ongezonde middelen is het ook van belang om het sporten en bewegen van Gouwenaren te stimuleren. Met Sport.Gouda hebben we een goede organisatie die hierin kan ondersteunen. Tegelijk missen we nogal eens de sporter zelf als gesprekspartner bij het sportbeleid. Daarom hebben we opgeroepen met een motie (november 2018) om een cliëntenraad voor Sport.Gouda in te richten die ook kan fungeren als adviesraad voor sportbeleid.

 

Regionale betekenis

Als raadslid voor Gouda werk je nooit in een vacuum, steeds meer speelt de regio een rol en is een goede samenwerking met buurgemeenten van belang. De afgelopen jaren mocht ik hier ook een bijdrage aanleveren als lid van de Programmaraad Groene Hart rekenkamer. Daarnaast heb ik als lid van de Regionale Adviesraad Sociaal Domein (RASD) erg genoten van de samenwerking met regio collega’s. Juist omdat het sociaal domein zoals de zorginkoop regionaal georganiseerd is, is een goede democratische controle belangrijk.

 

Is er leven na de raad

Na 16 maart zullen er heel wat vergaderavonden uit de agenda vallen maar dat geeft weer ruimte voor andere mooie dingen. Ik heb genoten van de afgelopen jaren als raadslid en zie uit naar nieuwe uitdagingen om blijvend van betekenis te zijn voor Gouda en haar inwoners.

 

Wout Schonewille

Een bericht op onze social media kanalen heeft nogal stof doen opwaaien. We hebben, naïef als we zijn, een verkeerde foto geplaatst. Onder de titel ‘Waar gaat de ChristenUnie in Gouda zich voor inzetten?’ hebben we onze visie op prostitutie gedeeld. Dat dit resulteerde in een lobby om sekswerk als normaal te beschouwen, hadden we wel verwacht. Dat was echter niet waar de ophef over ging, die ging over de bijgeplaatste afbeelding. De foto was een zogenoemde buttplug, een soort seksspeeltje. Althans dat is wat google ons vertelde, vergezeld van onsmakelijke foto’s.

Natuurlijk onhandig en ook nogal naïef. Dat wordt ons dan ook op de socials enthousiast nagedragen, naast nogal wat onbehoorlijke kwalificaties. Na ons werk, tenslotte zijn we allemaal maar vrijwilligers met idealen, hebben we de foto dan ook aangepast.

Toch riep de hele commotie wel een vraag bij mij op. Wie is er nou eigenlijk naïef? Wie heeft bedacht dat een gemiddelde Gouwenaar moet weten wat een buttplug is? Wie zegt dat je ouderwets bent als je niet thuis bent (wilt zijn) in de wereld van wisselende sekscontacten en speeltjes? Sinds wanneer is een duurzame relatie tussen twee partners achterhaald?

Als ik de reacties lees en de fanatieke ideologie daarachter op me in laat werken, ben ik verbaasd over zoveel naïviteit. De vrijgevochten, weldenkende mens heeft bedacht dat prostitutie gewoon is, dat het een normaal beroep is. Moeten we allemaal geloven dat er niks mis is, zelfs als de cijfers een heel ander verhaal vertellen? Is dat niet wat naïef? Is het niet naïef om te denken dat er geen kwetsbare mensen in onveilige situaties zitten? Zou het niet juist in het belang van moeders, dochters en zussen zijn om eens te luisteren naar hun verhalen. Zou het niet juist in het belang van vrouwen zijn dat er een uitstapprogramma is voor wie dat wil. Is het niet wat naïef om te denken dat die buitenlandse meisjes en vrouwen dit als ideaal hadden, toen ze naar Nederland kwamen of gehaald werden?

Inderdaad, ik ben naïef als het gaat om een buttplug, maar ik zou me pas echt zorgen maken als ik naïef was over het welzijn van vrouwen en meisjes.

Een dag na de laatste raadsvergadering stond ik op met het nieuws dat Poetin Oekraïne heeft aangevallen. Dat beheerste het nieuws en de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen was op slag niet zo interessant meer. Ik zou een blog schrijven over waar ik me namens de ChristenUnie Gouda voor heb ingezet. Dat voelde op dat moment zo ontzettend zinloos. Toch schrijf ik deze blog. Eerst zal ik uitleggen waarom.  

 

Nederlanders geven massaal geld en goederen voor de vluchtelingen uit de Oekraïne. Gelukkig zijn er veel mensen die meeleven. Het raakt mij dat iemand zoveel macht heeft terwijl de meeste mensen over de hele wereld, ook in eigen land, alleen maar vrede willen. Het maakt het voor mij duidelijk hoe belangrijk het is dat we in een democratie leven, waarin de macht gecontroleerd wordt. En laat dat nou net één van de taken zijn die de gemeenteraad uitvoert: het controleren van het college van burgemeester en wethouders. Ik vind dat we dat in Gouda goed en kritisch doen. Juist vanwege die controlerende functie is het belangrijk dat we, als inwoners, onze stem laten horen in Gouda. 

 

In de afgelopen tijd als raadslid mocht ik mij inzetten voor onderwerpen in het sociaal domein. Zo kwamen bijvoorbeeld de re-integratienota voorbij, de nota sportaccommodaties en de lokale inclusie agenda. Bij al deze onderwerpen heb ik mij ervoor ingezet dat alle inwoners van Gouda kunnen meedoen. Van jong tot oud, met of zonder beperking, in alle buurten van Gouda.  

 

Met de motie ‘buiten sportvoorzieningen’ hebben wij de gemeente opgeroepen om de regie te nemen, in gesprek met inwoners, over het plaatsen van buiten sportvoorzieningen in de buurt. Zodat buurtbewoners samen kunnen sporten en elkaar kunnen ontmoeten. Deze motie is unaniem aangenomen.  

 

Daarnaast heb ik mij het afgelopen jaar samen met de SP ingezet voor ruimere openingstijden van het zwembad en gelijke abonnementstarieven. Met name voor kinderen is het recreatief zwemmen in het binnen- en buitenzwembad erg beperkt. We hebben hierover vragen en vervolgvragen gesteld. De wethouder heeft toegezegd met een memo te komen over het gesprek wat hij met Sport.gouda hierover heeft gevoerd. De CU-fractie zal ook in de komende periode met dit dossier aan de slag gaan, zodat ons Goudse zwembad voor alle kinderen in de winter en zomer toegankelijk is. 

 

Als laatste wil ik het amendement bij de lokale inclusie agenda noemen. De wethouder, Corine Dijkstra, heeft een uitgebreide agenda opgesteld met acties zodat iedereen in de samenleving op een gelijkwaardige manier kan meedoen. Van het rolstoeltoegankelijk maken van publieke ruimte tot het opzetten van een buitenschoolse opvang plus. Wij hebben een toevoeging (amendement) voorgesteld om speeltuinen toegankelijk te maken voor kinderen met een beperking. Dit kan al simpel door bijvoorbeeld het plaatsen van een hek. Ook dit amendement is unaniem aangenomen. Ik vind het ontzettend mooi dat alle kinderen hiermee de kans krijgen om samen te spelen! 

 

Met heel veel plezier heb ik mij ingezet voor onze stad Gouda. Ik vond het erg mooi om bij zoveel verschillende onderwerpen betrokken te zijn en inspirerende inwoners te ontmoeten. Heel graag had ik mij nog een periode ingezet voor deze stad. Maar ik heb besloten om dat niet te doen en sta op een niet-verkiesbare plaats. Vanwege de controlerende taak die wij als gemeenteraad hebben vind ik het belangrijk om voldoende tijd te hebben voor het raadslidmaatschap. Ik kan op dit moment niet garanderen dat ik die tijd heb de komende vier jaar. Het was een lastige beslissing. En tegelijkertijd zie ik een heel mooi ChristenUnie team met veel talent en passie voor de stad Gouda. Dat maakt het loslaten een stuk makkelijker.  

Als laatste zal natuurlijk duidelijk zijn welke partij mijn stem zal krijgen. Maar bovenal wil ik u en jou in deze tijd oproepen: laat je stem horen voor een sterke gemeenteraad! 

Van onschatbare meerwaarde

Vandaag regende het de hele dag. Twee dagen geleden stormde het. Een klein fietstochtje door de wijk is genoeg om de grote schade te zien. Bomen zijn met wortel en al omgekieperd. Zo’n regendag als vandaag voelt als een lock-downdag. Op lock-downdagen is het buiten stil en binnen druk.

Als afleidende activiteit begon ik vroeger dan normaal met aardappelschillen. Ik schilde en mijn jongste van drie sneed aardappels doormidden. Mijn oudste van zeven kwam erbij staan en wilde ook helpen. Hij stak zijn hand uit en ik gaf hem voor het eerst een dunschiller en deed voor hoe je langzaam een aardappel schilt. Oei hoeveel pleisters zouden er nodig zijn, dacht ik even? Geen één natuurlijk; zo’n jongen kan meer dan je denkt, ontdekte ik opnieuw. De eerste aardappel werd heel langzaam en voorzichtig geschild en de vijfde behendiger en sneller.

Toen ik, samen met Ineke van Beijnum, verkennende gesprekken mocht voeren voor het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie waren de gesprekken over vrijwilligerswerk in de stad enthousiastmakend. Ik hoorde verhalen over het organiseren van activiteiten voor de buurt, het in de gaten houden van elkaar/ elkaar helpen en verhalen over mensen die zich al meer dan 20 jaar voor dezelfde organisatie inzetten…

Als het gaat om vrijwilligerswerk helpt het als het vrijwilligersorganisaties beleidsmatig gemakkelijk gemaakt wordt. Geen bureaucratie. meedenken, mogelijkheden koesteren en het beschikbaar stellen van budget. En dat, in de bewoording van het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie; omdat vrijwilligerswerk van onschatbare meerwaarde is.

Het op waarde schatten van vrijwilligers en het stimuleren burgerinitiatieven is belangrijk voor ChristenUnie. Iedereen die zijn hand uitsteekt om te helpen verdient het vertrouwen om ook te kunnen helpen. Maar de praktijk is weerbarstig, was het maar waar dat er overal aardappelschillers staan te popelen om te helpen. Nee in tegendeel, het vrijwilligerswerk staat onder druk en er komt veel op hen af. De gemeente kan komende jaren echt wat betekenen bij het aantrekkelijk maken van vrijwilligerswerk en het ondersteunen van vrijwilligersorganisaties. Hier heeft de ChristenUnie oog voor.

Anna de Wit-in ’t Veld #30

Uitgesteld oordeel

Daar lag hij. Een man van begin veertig, op kamer 12. Ik liep de kamer in en begon een praatje – vroeg hoe het met hem ging. Hij baalde. Covid had ervoor gezorgd dat zijn donornier, die hij enkele jaren geleden kreeg, er mee opgehouden was. En nu was hij weer terug bij af; moest weer dialyseren en een zware en onzekere toekomst lag weer voor hem. Helaas is hij niet de enige; in mijn werk als medisch maatschappelijk werker voor mensen met nierfalen kom ik meer mensen tegen zoals hij. Mensen met slechte nieren behoren tot de kwetsbare groepen waarover veel gesproken wordt in de coronapandemie.

’s Avonds trilt mijn telefoon; het is een bericht van de school van onze zoon. Morgen moet hij opnieuw thuisblijven, omdat teveel leerkrachten ziek zijn of in quarantaine zitten. Vriendelijk wordt gevraagd om begrip. Nu baal ik ook. Want eerlijk gezegd is de rek er wel zo’n beetje uit. Met drie jonge kinderen hebben we te maken met een kinderdagverblijf, BSO en basisschool. En dat betekende quarantaines in wisselende samenstellingen en op onverwachte momenten. Soms wisten we niet meer hoe we het nog moesten verantwoorden naar onze werkgevers. En ik weet, wij zijn niet de enige die baalden van de maatregelen; ouders, alleenstaanden, jongeren, ondernemers, muzikanten…

Ondertussen kondigt het kabinet de ene na de andere maatregel of juist versoepeling aan en stromen Twitter, Facebook en het Museumplein vol met boze mensen, die vinden dat het allemaal te snel, te langzaam, te veel of te weinig gaat. En in toenemende mate begon ik mij af te vragen hoe nierpatiënt en ouder, politicus en ondernemer en u en ik nog bij elkaar gehouden kunnen worden binnen één en dezelfde samenleving.

Ik vind het bar ingewikkeld, al die meningen en dat geschreeuw door elkaar. En laat ik eerlijk zijn; ook ik heb mij laten verleiden tot het geven van een (achteraf gezien te) stevige reactie. Inmiddels heb ik ingezien dat al die grote woorden zéker niet leiden tot het bij elkaar houden van de samenleving. Integendeel zelfs. Maar wat dan wel?

Volgens mij is daar van alles over te zeggen, maar voor nu wil ik het bij één inzicht houden. Het is mij opgevallen hoe sterk de reflex kan zijn, om over onderwerpen die persoonlijk raken direct een uitgesproken mening te (willen) vormen. Maar om eerlijk te zijn: op wat gebaseerd? Vanuit welke ervaring? Vanuit welke bubbel? En nog veel spannender: wie ben ik en welke capaciteiten heb ik, om de aangevoerde informatie en wetenschappelijke inzichten, écht op waarde te kunnen schatten en de juiste conclusies te trekken?

Als er iets is wat de coronacrisis mij heeft geleerd, dan is het de waarde van het uitgesteld oordelen. Het aandurven om eens even ergens géén mening over te hebben. Of in ieder geval niet meteen. Maar die mening en beslissingen voor te behouden aan mensen die het beter kunnen weten – of in ieder geval zouden moeten weten – dan ik. Dat vraagt om durven vertrouwen en het loslaten.

Toegegeven, het klinkt nogal slap. Want wat kan het fijn zijn om je mening groots en vrijuit te verkondigen, te stáán voor je rechten en het maatschappelijke debat aan te gaan. Maar mij zul je nooit horen bepleiten dat het goed is om nooit een mening te hebben. En al helemaal niet om die mening niet uit te dragen. Maar wat een samenleving volgens mij helpt, is om een passende plaats in te nemen en die te kennen. En sommige beoordelingen en beslissingen over laat aan hen die het geheel beter overzien of ervoor geleerd hebben. Ik ben maatschappelijk werker. Geen viroloog. Geen politicus. En geen dansleraar. Dus wie ben ik, om een ander te doceren over coronavirussen, de noodzaak van bepaalde maatregelen of salsadansen? Over hemodialyse en peritoneale dialyse kan ik u echter wel van alles vertellen…

De lokale verkiezingen staan voor de deur. En politici zijn net mensen. Dus grote woorden, makkelijke meningen en snelle oplossingen zullen ons ook in deze campagne vast weer tegemoet komen. Maar wat nu, als een kandidaat in een verhit verkiezingsdebat zou zeggen: ‘ik weet het nog niet’, ‘ik zal er eens over nadenken’ of ‘ik ga het navragen’? Tot voor kort zou het op mij misschien weinig indruk hebben gemaakt. Maar sinds corona is alles anders. En kan het maar zo gebeuren dat ik deze kandidaat mijn geloof en vertrouwen krijgt…

 

Martijn Riet

Is het jou ook opgevallen? Gezondheid is meer dan ooit een thema. Logisch. Vraag aan een willekeurig iemand in je omgeving of die persoon gezond oud wil worden en grote kans dat die persoon ja zegt. De kwetsbaarheid van onze gezondheid is in Coronatijd pijnlijk duidelijk geworden. Er is niets belangrijker dan een goede gezondheid.

Gelukkig is er veel dat je zelf kunt doen. Er schuilt een grote veerkracht in onszelf, ook als omstandigheden lastig zijn. Dat hebben we afgelopen tijd met elkaar gezien en geleerd. Tegelijkertijd weet iedereen met een beetje levenservaring dat gezond leven in onze huidige leefomgeving uitdagender is dan ooit. Een gezonde leefomgeving is dan ook het uitgangspunt, gecombineerd met het activeren van mensen in wat wél kan. Een gezonde leefomgeving helpt voorkomen en dat is beter dan genezen. Daarom heeft Gouda in 2021 samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties een Gouds Preventieakkoord opgesteld wat aansluit op het Nationaal Preventie akkoord. Meer dan 60 Goudse organisaties steunen dit en willen meewerken om Gouda gezonder te maken. Mooie voorbeelden zijn kooklessen in puur en gezond koken voor leerlingen en een aanbod in bewegen voor kwetsbare inwoners van Gouda.

ChristenUnie gaat nog een stap verder. Goede gezondheid is goed, positieve gezondheid is beter. Dit omvat veel meer dan vrij zijn van ziektes als corona. Positieve gezondheid stelt een betekenisvol leven van de mens centraal. Het leven verdient dit. Je ziet het daarom als een gouden draad geweven door het verkiezingsprogramma van ChristenUnie. Het gaat om een veilige gezonde woonplek, een groene leefomgeving waarin je kunt ontspannen, mee kunnen doen in de samenleving ook als het leven lastig is, toegankelijkheid van sport voor iedereen, jezelf ontwikkelen door passend onderwijs, het voorkomen van langdurige stress door hulp bij schulden, het werken aan werk voor die willen. Dit alles bepaalt hoe wij ons dagelijks leven ervaren.

Mijn persoonlijke inzet vertaalt zich in de uitvoering van een leefstijlprogramma wat toegankelijk is voor iedere Goudse inwoner met overgewicht. Als er iets opvalt gedurende de twee jaar dat ik het programma uitvoer, is het wel de winst van het ontdekken wat wél kan. Gezond leven is voor ons idee een kwestie van wilskracht, een alles of niets. Maar ja, wie lukt dat? Mij in ieder geval niet. In het programma richten we ons juist op oefenkracht. Dat staat voor het uitproberen van gezonde keuzes die passen bij je persoonlijke leven met al haar uitdagingen. ‘Beter iets dan niets’ geeft ruimte om te oefenen wat werkt. Er schuilt winst in kleine stapjes. Deelnemers ervaren dat ook in moeilijke en chaotische omstandigheden er de vrije keuze is om je gezondheid te eren. Over positief gesproken!

Bertina van Dolder (51) zet zich als leefstijlcoach dagelijks in voor een gezonder Gouda. Bertina is nieuw op de kieslijst en staat op nummer 26.

<iframe width=”560″ height=”315″ src=”https://www.youtube.com/embed/oAJMJLbswyQ” title=”YouTube video player” frameborder=”0″ allow=”accelerometer; autoplay; clipboard-write; encrypted-media; gyroscope; picture-in-picture” allowfullscreen></iframe>

Er is een noodwet nodig om de bouw van onder meer ouderenwoningen en verpleeghuizen te versnellen. De inspraakprocedures voor omwonenden duren nu wel erg lang en een wet om de procedures te versnellen kan uitkomst bieden, vertelt Corine Dijkstra, namens de ChristenUnie wethouder Zorg in de gemeente Gouda en sinds dit jaar lid van de Taskforce wonen en zorg namens de veertig grootste gemeenten.

Zij verwijst naar de crisis- en herstelwet die begin 2010 werd ingevoerd om de bouw van infrastructuurprojecten naar voren te halen en zo de economie een stimulans te geven in crisistijd. De regeling zorgde voor kortere procedures waardoor projecten zoals nieuwe snelwegen, spoorverbindingen en havens sneller konden worden gebouwd.

‘Ik ben niet tegen alle juridische mogelijkheden die mensen hebben om hun gelijk te halen, maar het gaat soms wel ver hoor.’ Dijkstra ziet dat omwonenden steeds meer bezwaar maken tegen projecten, ook als het alleen om woonzorgprojecten of sociale huur gaat. ‘Gouda is een heel dichtbevolkt stadje. Overal waar je hier gaat bouwen, vraagt de gemeenteraad om draagvlak en participatie. En dat is ook heel belangrijk, maar tegelijkertijd kan het heel stagnerend werken.’ Soms duurt het ook wel tien jaar voordat een project gerealiseerd is. Zij ziet een rol weggelegd voor oud-minister van VWS Hugo de Jonge, de huidige minister van Volkshuisvesting, om de inspraakprocedures te versnellen. ‘Hij zou de getallen uit zijn VWS-tijd nog wel scherp op het netvlies moeten hebben.’

In Gouda is onlangs de woonzorgvisie opgesteld. Groot voordeel van het document is dat de gemeente nu ook scherper in beeld heeft wat de behoefte aan ouderenwoningen en verpleegzorgplekken is de komende jaren en wat het aanbod is in de hele regio, vertelt de wethouder. ‘De winst is dat we nu weten van het bestaande aanbod in buurgemeenten. Dat hadden we twee jaar geleden niet.’ Dat overzicht is cruciaal, merkt zij op. ‘Soms sloot bij wijze van spreken net over de gemeentegrens een verzorgingstehuis waar wij niet van op de hoogte waren. Maar wij hadden dat vastgoed wel voor iets anders kunnen gebruiken.’

Tot een paar jaar terug was het voor de gemeente nog helemaal niet duidelijk hoe groot de behoefte aan ouderenwoningen was. In het verleden wisten bijvoorbeeld zorginstellingen, zorgklantoren, CIZ en de gemeente elkaar niet altijd te vinden als het over benodigd vastgoed ging. ‘Je hebt natuurlijk veel zorg die niet gefinancierd wordt door de gemeente, via de Wmo, maar door de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet. En dat werkte wel wat langs elkaar heen, denk ik. Het gesprek over vastgoed was er nooit echt.’ Sinds een paar jaar is dat contact er wel, ‘maar daar hebben we echt een been in bij moeten trekken’. De wethouder roept zorgbestuurders dan ook op om lokale bestuurders op te zoeken als het gaat voor de verwachtingen van zorgvastgoed. ‘Soms is het wel een blinde vlek. Oppervlakte is schaars en omdat er vaak een aantal jaar overheen gaan, moet je dat niet bij je houden. Geef dit op tijd aan, aan gemeenten.’

Voor Dijkstra viel vooral op dat er nog altijd meer behoefte zal zijn aan verzorgingstehuizen. ‘Het hele idee van langer thuis wonen en dus minder vastgoed aan verzorgingshuizen is geen realiteit omdat de demografische ontwikkeling voor meer ouderen zorgt. Stel dat 10 procent van de ouderen in een intramurale voorziening komt. Als er veel meer 80-plussers zijn, doet die 10 procent toch een groter beslag op het vastgoed. De consequenties daarvan doorrekenen, ook met de zorgkantoren en aanbieders van verpleeghuiszorg, betekent nogal iets voor het ruimtebeslag.’

De bouw van ouderenwoningen en verpleegzorgplekken gaan nu nog niet snel genoeg, geeft zij toe. Zij wil dit zelf opnieuw op de agenda zetten en met de nieuwe gemeenteraadsverkiezingen is er ook een nieuwe kans om het onderwerp via een coalitieakkoord te agenderen. ‘Het helpt om aan de voorkant doelstellingen te realiseren. Dan gaat de ambtelijke organisatie ook veel harder lopen dan wanneer je dit via een akkoord aan de voorkant doet.’

Sommige gemeenten moeten nog toekomen aan het realiseren van de visie. Waardoor komt het dat dit proces soms zo traag gaat. Volgens Dijkstra is het ook belangrijk dat de wethouder Wonen en wethouder Zorg elkaar liggen. Een ‘tweelinggevoel’, is hiervoor nodig, zegt zij. ‘Wij hebben in dit college die gemeenschappelijkheid voor ogen. Maar als je als wethouder Wonen in een college bent gekomen om voor de rijkeren in jouw gemeente mooie woningen te bouwen dan heb je wat minder feeling met de wethouder zorg. Dat is soms ook politieke kleur.’

Zij ziet zelf in de gemeente nog kansen als het gaat om het levensloop bestendig maken van bestaande woningen. Dan gaat het om oudere flats waar bijvoorbeeld een traplift moet komen of een drempel moet worden weggehaald. Maar voor de gemeente is dit moeilijk te financieren omdat de Wmo-uitgaven nu al op de gemeentelijke begroting drukken. ‘Wij kunnen het eigenlijk echt niet betalen. Het vergt collectieve aanpassing om die flats uit de jaren zestig of zeventig geschikt te maken, maar wetgeving voor de Wmo is op het individu.’ Zij vraagt zich af of Den Haag hier geen bijdrage voor kan leveren.

Ook zou het helpen als er een bijdrage komt van verzekeraars voor een persoon die ouderen kan ondersteunen bij geclusterde ouderenwoningen. Op die manier kunnen ouderen vaak langer thuis wonen en een verhuizing naar een verpleeghuis uitstellen. Zij wijst ook op de voordelen voor de wijkverpleging. ‘Die moeten nu elke ochtend op de fiets van cliënt A naar cliënt B en dan heb je vijf aanbieders die de hele stad doorgaan. Wat een kapitaalvernietiging is dat. Wij proberen in één wijk één aanbieder te krijgen zodat ze niet door de hele stad met de auto’s hoeven, maar goed het is ook marktwerking.’ Met één persoon per woonzorgcomplex kan dat veel efficiënter, merkt de wethouder op.

Bron: https://www.zorgvisie.nl/noodwet-nodig-om-de-bouw-van-ouderenwoningen-te-versnellen/