800e blog

De gemeenteraden van Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas, de Provinciale Staten van Zuid-Holland en de Algemeen Besturen van de drie betrokken Waterschappen zijn akkoord met de Regionale Energiestrategie 1.0.

Bestuurlijk voorzitter van de regio Hilde Niezen en wethouder Klimaat Gouda reageert: “Grootschalig energie opwekken in onze regio kan alleen maar wanneer we samenwerken. Met elkaar zijn we overeengekomen dat we in Midden-Holland starten met zonnepanelen op grote daken en bijvoorbeeld langs wegen. Dit is een keerpunt in ons denken en handelen als het gaat om onze energievoorziening. We zijn nog maar net begonnen… op weg naar een duurzame toekomst.”

Totstandkoming RES 1.0 in het kort

In de afgelopen maanden hebben overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders, energiecoöperaties en diverse maatschappelijke organisaties in Midden-Holland met elkaar samengewerkt aan de RES 1.0. Samen hebben zij zoekgebieden aangewezen die geschikt zijn voor het grootschalig opwekken van duurzame energie uit zon en wind. De voorkeur gaat in de regio uit naar zonnepanelen op grote daken en langs Rijks- en Provinciale wegen. Mocht dit niet genoeg elektriciteit opleveren, dan worden de opties voor windmolens langs deze wegen bekeken. Een aantal gemeenten hebben laten weten voorlopig niet voor windenergie te kiezen. Een meerderheid in de gemeenteraad van Gouda (waaronder de ChristenUnie) vindt het belangrijk dat de mogelijkheid van windenergie nadrukkelijk wel wordt meegenomen in de verdere uitwerking van de plannen.      

Hoe nu verder?

De communicatie en participatie houdt niet op. Met de vaststelling van de RES 1.0 is een start gemaakt met een jarenlang proces. De komende periode gaan de gemeenten de mogelijke locaties voor zon- en windenergie verder onderzoeken en uitwerken. Dit doen zij samen met de provincie, netbeheerders, grondeigenaren, inwoners en andere betrokken partijen. De regio vindt het belangrijk dat inwoners mee kunnen profiteren, bijvoorbeeld door ze mede-eigenaar te maken van energieprojecten.

Wat staat er in de RES 1.0?

In het overleg met alle betrokkenen is gekeken waar windmolens en zonnepanelen passen in het landschap, of het elektriciteitsnet het aan kan en of inwoners en de politiek achter deze mogelijke plekken staan. Op basis daarvan zijn zoekgebieden aangewezen. Deze zijn op de kaart (zie hierboven) ingetekend. De zoekgebieden uit RES 1.0 worden tot aan 2030 samen met de betrokken partijen en inwoners van de regio verder uitgewerkt in concrete energieprojecten.

Naast zoekgebieden voor de opwek van duurzame zonne- en windenergie bevat de RES 1.0 ook vier mogelijkheden om aardgas als bron van verwarming van gebouwen en industrie in de regio te vervangen. Aardgas is namelijk een fossiele brandstof en daarom niet duurzaam. Twee van deze vier mogelijkheden gaan uit van het gebruik van restwarmte uit de regio Rotterdam. De andere twee mogelijkheden gaan uit van andere oplossingen. In 2023 wordt de haalbaarheid en wenselijkheid opnieuw bekeken. Tegelijkertijd worden nieuwe, landelijke ontwikkelingen en technieken gevolgd zoals biogas, waterkracht, opslag van energie, waterstof en kernenergie. 

Voor diverse fracties in Gouda, waaronder de ChristenUnie, is kernenergie op basis van de huidige stand van de techniek niet bespreekbaar. Overigens is het voor onze regio ook niet echt aan de orde. Er is namelijk planologisch geen ruimte voor.

Waarom een Regionale Energiestrategie?

Nederland stopt met het gebruik van aardgas en gaat stap voor stap over naar het gebruik van schone energie en warmte. Om de opwek van deze energie in Nederland mogelijk te maken, moeten we samenwerken. Het land is daarvoor opgedeeld in 30 gebieden, RES-regio’s genoemd. In Nederland is afgesproken dat deze 30 RES-regio’s in 2030 samen 35 TWh per jaar aan hernieuwbare elektriciteit opwekken. Het gaat dan om opwek die grootschalig, weersafhankelijk en op land plaatsvindt. Iedere regio maakt een energieplan: een Regionale Energiestrategie (RES). Wij zijn de regio Midden-Holland. 

In de concept-RES voor Midden-Holland (september 2020) is de ambitie geformuleerd om 0,435 TWh (1.567 TJ) aan hernieuwbare elektriciteit, opgewekt met wind- of zonne-energie, te realiseren. Dat staat in de regio Midden-Holland gelijk aan 67 windmolens, of 544 hectare aan zonnepanelen. Dit is 1,24% van de landelijke opgave van 35 TWh. Deze 1,24% is gebaseerd op de huidige elektriciteitsvraag van de regio ten opzichte van de landelijke elektriciteitsvraag.

Moties ChristenUnie

Bij het vaststellen van de RES 1.0 konden ook moties worden ingediend en o.a. de ChristenUnie heeft diverse moties – die in de regio zijn afgestemd – ingediend.

De volgende moties zijn in Gouda door ons ingediend en aangenomen:

1. Motie Behoud van functies (28 voor 6 tegen)

In deze motie roepen we op om zorgvuldig met de locaties die als zoekgebied zijn bestempeld om te gaan. Concreet gaat het o.a. om de volgende zaken:

  • In Natuur Netwerk Nederland-gebieden mag de biodiversiteit en natuurwaarden niet worden aangetast door zonnepanelen,
  • zonnepanelen op weilanden mogen slechts dan worden toegepast waar het functieverlies minimaal is en wanneer grondeigenaren instemmen en er breed draagvlak is bij omwonenden.
  • Niet alleen zonnepanelen neerleggen, maar meervoudig gebruik van deze locatie bevorderen.
2. Motie Recyclebaar materiaal (29 voor 5 tegen)

In het kader van de energietransitie zullen veel nieuwe materialen worden aangebracht/geplaatst ten behoeve van het opwekken van elektriciteit. Deze materialen zijn na een (groot aantal) jaren van gebruik “op” en zullen dan vervangen worden waarmee een afvalprobleem ontstaat. 
Circulariteit, zeker bij duurzaamheidsmaatregelen ten behoeve van het klimaat, is daarbij een groot goed en moet worden meegenomen in de overwegingen.

De motie roept daarom de gemeente op dat  
  • er maatregelen komen die voorkomen dat gebouw- en grondeigenaren later ‘blijven zitten’ met een afvalprobleem;
  • er zicht komt op duurzame afvoer en zo veel mogelijk hergebruik (waarde-behoud) van de aan te brengen materialen;
  • en hiertoe een actief lobbytraject cq samenwerking te starten richting provinciale- en rijksoverheid met als doel circulariteit van energie-opwekmiddelen te stimuleren.
3. Motie systeem-efficiëntie en systeem-effectiviteit (29 voor 5 tegen)

In onze regio is in beginsel gekozen voor energieopwekking met zon.  Deze opwek is grotendeels ingetekend langs de A12 en N210, op parkeerplaatsen en grote bedrijfsdaken. Daarnaast wordt uitgegaan van een nader te bepalen hoeveelheid zon en kleinschalige wind op boerenerven. Ook wordt gekeken naar
zon op agrarische gebieden en wind langs infrastructuur.

Het is belangrijk om goed zicht te krijgen in de verschillende mogelijkheden en wat de impact daarvan – zowel technisch als financieel – is voor de netwerkbeheerders Stedin en Liander.

Daarom roept de motie op om op zo kort mogelijke termijn (uiterlijk binnen een jaar, dus voor 1 juli 2022) een impactanalyse (van met name de kosten en de ruimtelijke impact van de keuze voor zon) van de RES 1.0 uit te voeren. Daarbij dient in deze impactanalyse ook onderzocht te worden welke rol zogenaamde ‘smart-grids’ kunnen hebben in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod en hoe dit kan worden toegepast binnen de regio Midden-Holland.


Sinds december 2020 is op een speciale online kaart te zien welke daken in Gouda geschikt zijn voor de aanleg van zonnepanelen. 65% van alle Goudse daken geschikt is voor het opwekken van zonne-energie. Eerder presenteerde de gemeente Gouda al een lagere drempel op vergunningen, onder meer met een vergunning-sneltoets. Met de dakenkaart hoopt de gemeente het plaatsen van zonnepanelen nog aantrekkelijker te maken.

Rode daken

Je kunt nu via die website inzoomen op een woning en dan zien of er zonnepanelen kunnen worden geplaatst. Het is een eenvoudige systeem waar je kunt zien of een dak groen, oranje of rood is. De gemeente heeft de daken vanuit de lucht geïnventariseerd. Bij een groen dak is plaatsing van panelen zeker mogelijk. Oranje daken zijn twijfelgevallen: bij oranje daken moet de ODMH een uitspraak doen. De reden is dat die daken niet goed zichtbaar zijn vanuit de lucht.  En bij rode daken zijn panelen in elk geval niet mogelijk.
In de praktijk betekent dit dat het voor zo’n 50% van de monumenten in de binnenstad het mogelijk is om zonnepalen te plaatsen.


Zonnepaneel bij Oosthaven 34

Onze fractie heeft onlangs geconstateerd dat op het dak van het pand van Oosthaven 34 een zonnepaneel is geplaatst, terwijl dit volgens de kaart van de binnenstad niet is toegestaan. We waren benieuwd hoe dit mogelijk was en daarom maar vragen gesteld aan het college:

1. In hoeverre is er toestemming geweest om dit paneel te mogen plaatsen?

Er is geen omgevingsvergunning aangevraagdof verleend voor plaatsing van dit zonnepaneel.

2. Indien deze er niet is, wat gaat het college hier dan tegen doen?

Plaatsing van het zonnepaneel is vergunningplichtig. De wijze van plaatsing voldoet op meerdere punten echter niet aan de sneltoetscriteria van de Regeling Erfgoed en Duurzaamheid 2020, waaronder het zichtbaarheidscriterium en de afstand tot de dakrand (hoogte van plaatsing van het paneel).
In verband hiermee heeft de ODMH inmiddels met de eigenaar ter plaatse gesproken en beoordeeld of een andere wijze van plaatsing op het dak 
van het betreffende zonnepaneel mogelijk is. Hieruit bleek dat dit niet mogelijk is.

Op basis hiervan heeft de eigenaar met de ODMH vervolgens afgesproken het zonnepaneel binnen twee weken te verwijderen.

We zijn blij dat de regels goed worden toegepast door ODMH, want hoewel het natuurlijk fijn is dat er steeds meer woningen worden voorzien van zonnepanelen, moeten we wel blijven letten op het effect daarvan voor de uitstraling van monumentale panden in de binnenstad.


Binnenkort geen stinkende vrachtauto’s meer in binnenstad en tevens minder auto’s van bezoekers door een Transferium. Deze ambities van de ChristenUnie Gouda gaan waarschijnlijk binnenkort werkelijkheid worden. 

 

De laatste jaren is er steeds vaker discussie over zwaar en vervuilend vrachtverkeer in de binnensteden en ook in Gouda zijn de bewoners van de binnenstad dit verkeer spuugzat.

De woningen staan vaak te trillen als deze vrachtauto’s voorbijkomen en het verkeer belast ook enorm de kwetsbare wegen, vooral langs de grachten, in de binnenstad. 

 

In Gouda is het startsein gegeven om dit jaar een zgn. “stadshub” te gaan realiseren op de Goudse Poort. Van daaruit worden goederen met elektrische voertuigen naar winkels, bedrijven en instellingen in de stad vervoerd. Later zal worden onderzocht in hoeverre vervoer over water in de binnenstad en een overslag locatie bij de Goudse Poort ook mogelijk is. 

Een nieuw opgericht bedrijf, Gouda Logistiek, gaat na de zomer van start met een pilot.

 

De stadshub wordt onderdeel van het landelijke netwerk Stadslogistiek. Daarbij zijn al meerdere steden aangesloten. De hubs werken samen met PostNL, dat vanuit de hubs uitstootvrij vervoer verzorgt met elektrische vrachtwagens.

 

Nu rijden er nog dagelijks vervuilende dieseltrucks de binnenstad in en uit om voorraden bij winkels en bedrijven af te leveren. Eind 2021 zal die bevoorrading steeds meer worden uitgevoerd door ‘schone’ vrachtwagentjes en elektrische bakfietsen. Bedrijven in (onder andere) het centrum van Gouda worden dan nog maar één keer in plaats van diverse keren per dag bevoorraad. Als alles naar wens verloopt zullen in de loop van 2022 de winkels uitsluitend via deze stadshub worden bevoorraad.

 

Innovatief concept

 

Gouda investeert niet alleen in een “stadshub”, maar ook in minder autoverkeer in de binnenstad. Daarom wordt de locatie van de stadshub tevens een Transferium waar  vanaf eind 2022 zo’n 750 auto’s voor een vaste prijs kunnen parkeren en dan met een pendelbus of per fiets naar het centrum kunnen reizen. De verwachting is dat het aantal auto’s naar de binnenstad hierdoor behoorlijk gaat afnemen en de huidige capaciteit aan parkeerplaatsen niet hoeft te worden uitgebreid. Tevens is het dan de bedoeling dat de Nieuwe Marktgarage wordt ingezet voor de bewoners binnen de singels. Deze raken namelijk de komende jaren parkeerplaatsen langs de grachten kwijt als die opnieuw worden ingericht met meer groen en terrassen.

 

Schoner en duurzamer


Door minder autoverkeer in de binnenstad en de introductie van stadsdistributie is onze stad straks niet alleen schoner, maar ook leefbaarder.

Daarnaast wordt het vervoer van goederen ook sneller en efficiënter. De grote en zware vrachtwagens van leveranciers hoeven zich namelijk niet meer door nauwe binnenstadstraten te manoeuvreren, wat tijdwinst zal opleveren.  

 

De ChristenUnie is erg enthousiast over het versneld realiseren van de deze stadshub in combinatie met een Transferium. Het aantal transporten en verkeersbewegingen door auto’s worden namelijk veel lager en de milieubelasting en (geluids)overlast worden fors beperkt. Daarnaast wordt de binnenstad ook schoner doordat de distributie wordt gedaan door elektrische bakfietsen en kleine elektrische vrachtwagens.”

 

Autoluw

 

Het terugdringen van het transportverkeer en autoverkeer dragen daarnaast ook bij aan streven naar het autoluw maken van het centrum van Gouda. Dit is een ambitie bij het Verkeerscirculatieplan (VCP). 


De versnelde realisatie van een stadshub sluit ook goed aan bij de ambitie van de gemeente die zo snel mogelijk, maar uiterlijk in 2030, vervuilende en zware dieseltrucks voorgoed uit de binnenstad wil bannen. 

 

De binnenstad van Gouda wordt de komende jaren veel schoner en duurzamer en daardoor ook leefbaarder! Een prachtig en duurzaam vooruitzicht!

Ik schrijf vaker blogs over vliegtuigoverlast en vervuiling van vliegtuigen in Gouda. Schreef ik eerder deze maand blogs over machtig Schiphol en een snelweg van vliegtuigen boven Gouda, beschrijf ik in deze blog de visie van de ChristenUnie op de toekomst van de luchtvaart. Wellicht helpt dit bij het stemmen op de ChristenUnie op 17 maart 2021 bij de landelijke verkiezingen.

foto; Theo Krins

Schonere luchtvaart

Groei van de luchtvaart is geen vanzelfsprekendheid. De overheid moet actief sturen op de omvang van deze meest milieubelastende vorm van transport. De CO2-emissies en de hinder van de luchtvaart moeten naar beneden. De coronacrisis heeft laten zien dat minder vliegen kan. Een mid-week dicht bij huis is echt veel minder milieubelastend dan een korte stedentrip met het vliegtuig. Na de coronacrisis kan worden ingezet op een gecontroleerd herstel van de luchtvaarsector, maar ruim binnen de kwaliteitsgrenzen rond hinder en milieubelasting. De tijd van ongebreidelde groei is definitief voorbij. Het uitgangspunt wordt: zo mogelijk niet reizen, waar dat kan anders reizen (trein) en alleen vliegen als het echt moet.


De negen standpunten over schonere luchtvaart

Onderstaand een opsomming van de standpunten van de ChristenUnie als het gaat om de luchtvaart: 


1. CO2-beprijzing, kerosine-accijns en vliegbelasting. 

Negatieve externe effecten als overlast en milieuschade moeten in de prijs van vliegtickets worden verdisconteerd. In Europees en internationaal verband maken we meer ambitieuze afspraken over een CO2-prijs voor de luchtvaart, invoering van een kerosine-accijns en btw op vliegtickets. De vliegbelasting wordt enerzijds meer gebaseerd op de daadwerkelijke CO2-belasting, anderzijds komt er een significante opslag voor vluchten tot 1250 km om duurzamer vervoer per trein te stimuleren. 


2. Europa met de trein. 

Wat betreft bereikbaarheid en betaalbaarheid moet het reizen per trein binnen Europa een concurrerend alternatief worden voor het vliegreizen tot minstens 1000 kilometer. Om dit te bereiken moeten Europese fondsen zoals het TEN-T programma gebruikt worden voor het verbeteren van grensoverschrijdende treinverbindingen. 


3. Bijmeng verplichting alternatieve brandstoffen. 

Door het grote aandeel van de kerosine-kosten in de totale kosten van vliegen, is er al een stevige stimulans voor energiebesparing in de luchtvaart. De stimulans voor vergroening is er nog onvoldoende: de Europese plannen voor CO2-beprijzing van de luchtvaart geven voorlopig onvoldoende prijsprikkels. De geplande bijmeng-verplichting van bio- en synthetische kerosine wordt per 2023 nationaal ingevoerd als dit Europees niet lukt, om daarmee de productie aan te jagen en bij te dragen aan de vergroening van de luchtvaart.


4. Beperken nachtvluchten. 

De ruimte voor nachtvluchten op Schiphol wordt beperkt. Regionale luchthavens gaan ’s nachts dicht. We stimuleren de komst van nachttreinen zodat de trein ook voor langere reisafstanden aantrekkelijk wordt. 


5. Geen Lelystad Airport.

Er gaat definitief een streep door de opening van het nieuwe Lelystad Airport. Het openen van een extra luchthaven voor vakantievluchten past niet bij de noodzaak om minder te vliegen. Eerdere publieke en private investeringen worden gecompenseerd. Er komt een gericht programma om de sociaaleconomische positie van Flevoland en de gemeente Lelystad te verbeteren en een ruimhartige compensatie die tenminste dezelfde economische waarde en hetzelfde arbeidsmarktpotentieel vertegenwoordigt, bijvoorbeeld gericht op betere toegankelijkheid zorg, innovatieve landbouw, spooraftakking Lelylijn naar de haven van Lelystad voor goederenvervoer naar Duitsland, aanleg spoorwegemplacement en de bouw van tenminste 10.000 woningen.


6. Beroepsmogelijkheid voor burgers. 

Burgers krijgen de gelegenheid om besluiten op luchtvaartgebied aan te vechten bij de bestuursrechter, vergelijkbaar met het beroep tegen een bestemmingsplan. De bestuursrechter moet deze besluiten en de onderliggende stukken (waaronder milieueffectrapportages) volledig kunnen toetsen. 


7. Innovatie stimuleren. 

Technologische ontwikkelingen in de luchtvaart, zoals elektrisch taxiën, elektrisch vliegen en synthetische kerosine, worden gestimuleerd. De milieu- en overlast besparingen van dergelijke onzekere, toekomstige ontwikkelingen mogen niet nu al ingeboekt worden om groei van het vliegverkeer mogelijk te maken. Wel kunnen opbrengsten van (inter)nationale milieuheffingen deels worden gebruikt voor het stimuleren van de noodzakelijke verduurzaming van de sector.


8. Beperken aantal vliegslots. 

De coronacrisis heeft laten zien dat de wereld met minder vliegen toe kan. Daarom pleiten we voor het op Europees niveau reduceren van het aantal vliegslots en meer nationale soevereiniteit in het toewijzen ervan. Zo kan op nationaal niveau worden besloten hoe vaak welk vliegverkeer naar welke landen wordt toegestaan. 


9. Geen luchthaven op zee. 

De ChristenUnie is tegen een luchthaven op zee. Een dergelijke luchthaven gaat ten koste van de visserij, scheepvaart en windmolens en neemt de overlast niet weg. De tientallen miljarden die een dergelijke investering vraagt, kunnen beter worden geïnvesteerd in duurzame mobiliteit. 


foto Theo Krins

Amendement inperken vliegverkeer

Op de ledenvergadering van de ChristenUnie over de vaststelling van het verkiezingsprogramma is ook nog een amendement aangenomen. Dit wijzigingsvoorstel voor een deel van de tekst over duurzaam mainportbeleid is aangenomen en is ook onderdeel geworden van het verkiezingsprogramma:

“Verdere groei van Schiphol past daar niet in. Het aantal vliegbewegingen wordt daarom gemaximeerd op het huidige maximale aantal van 500.000 vluchten. Er komt binnen twee jaar een voorstel om dit aantal uiterlijk in 2030 te verlagen met tenminste 10%. In dit voorstel worden maatschappijen verplicht slots voor korte afstandsvluchten in te leveren en investeert het Rijk in betere spoorverbindingen naar Duitsland.”

Tot slot

Ik ben trots met de standpunten van de ChristenUnie op het gebied van luchtvaart. Realistisch maar wel duidelijk dat er iets moet veranderen met de kijk op de luchtvaart. Wellicht helpt dit als geïnteresseerde in de luchtvaart bij uw keuze in de verkiezingen op 17 maart 2021. 


Landelijk is bepaald dat de energietransitie in belangrijke mate op regionale schaal moet worden opgepakt via een Regionale Energie Strategie (RES). Daarvoor zijn 30 RES-regio’s aangewezen. De regio Midden-Holland is er daar een van. De vraag is nu hoe de regio’s invulling moeten gaan geven aan hun energie doelstelling. Komt  een regio vol te staan met windmolens of enorme velden met zonnepanelen? En zo ja, waar dan?


In 2016 is de regio Midden-Holland gestart met het uitvoeren van de RES. Onze regio was een van de zeven pilots van Nederland. Het resultaat van deze pilot is het ondertekende Convenant (2018) waarin het doel is vastgelegd om te komen tot een energie- en klimaatneutrale regio in 2050


Eind 2019 is de huidige RES-organisatie in Midden-Holland opgericht waarin alle gemeenten, waterschappen, provincie Zuid-Holland en diverse maatschappelijke partijen hun rol hebben.

Vervolgens is een concept-RES opgesteld, die een eerste duiding van de opgaven en denkrichtingen bevat over hoe deze door de regio kunnen worden ingevuld. In de periode oktober 2020- juli 2021 worden de opgaven en denkrichtingen uitgewerkt in concrete ruimtelijk-energetische plannen

 

In de RES wordt beschreven hoeveel duurzame elektriciteit en warmte we willen opwekken. En op welke manier we dat gaan doen. Waar we windmolens of velden met zonnepanelen willen neerzetten. En hoe we duurzame warmte willen opslaan en naar de huizen brengen. 


Participatie

 

Er moeten nog veel keuzes gemaakt worden voor het plan echt klaar is. 

Daarbij is het belangrijk te weten hoe de inwoners in onze regio erover denken. 

Het participatieproces en onderzoek voor de RES  is in volle gang. 

Vanaf oktober zijn bewoners in een eerste communicatieronde geïnformeerd over de energie transitie in het algemeen en de RES in het bijzonder. 

Begin januari 2021 is de eerste participatieronde met onder meer twee enquêtes en diverse (lokale) kansentafels afgerond. Op de regionale bijeenkomst van 14 januari werden de volksvertegenwoordigers geïnformeerd over de inbreng van de participatieronde en de resultaten van het ruimtelijk onderzoek en konden ze reageren op de eerste resultaten.   

 

Op basis van de maatschappelijke participatie en de bestuurlijke en politieke afwegingen daarin, wordt een definitief regionaal energieplan, de zogenaamde RES 1.0 opgesteld. Dit plan dient in juli 2021 gereed te zijn. De RES wordt om de twee jaar geactualiseerd. Zodoende kunnen nieuwe ontwikkelingen en technieken worden meegenomen.


Keuzes maken

 

De opgave van onze regio laat zich vertalen in het realiseren van 67 windmolens of 544 ha zonnevelden of een combinatie van deze twee keuzes. Dat is geen geringe opgave en het stuit ook op flink verzet bij een aantal gemeenten. Er zijn nogal wat politici die niet eens willen praten over de mogelijkheid van plaatsen van windmolens…. 


Gouda zit in een wat lastige positie omdat ze op haar eigen grondgebied niet of nauwelijks invulling kan geven aan deze opgave en deze taak vooral ligt bij de omliggende gemeenten. In deze gemeenten maar bij ons provinciebestuur ligt het onderwerp windmolens buitengewoon gevoelig en dat maakt keuzes maken en het invulling geven aan onze ambities ingewikkeld.

In de praktijk zijn er mogelijkheden voor windmolens langs de snelwegen, dus langs de hoofdinfrastructuur, zoals nu ook bij Waddinxveen, waardoor er voor bewoners niet veel overlast is en ook voor zonnevelden zijn er wel locaties denkbaar. 

 

Versnippering

 

Ofschoon ik veel bewondering heb voor de inzet in onze regio en ook in de andere regio’s ongetwijfeld hard wordt gewerkt aan de RES, heb ik daar toch de nodige twijfels bij.


De opgave waarvoor we staan vraagt naar mijn mening om een gezamenlijke aanpak van regio’s, bijvoorbeeld het hele Groene Hart en misschien zelfs op basis van een plan voor de hele provincie Zuid-Holland.

 

Door de omgeving op te knippen in relatief kleine regio’s ontstaat een versnipperd beeld en lopen we tegen allerlei weerstanden aan die op grotere schaal wellicht (in ieder voor een deel) kunnen worden voorkomen. Als je keuzes maakt vanuit een groot oppervlak kan je echt de beste locaties kiezen.

 

Provincie moet de regie nemen

 

Wat mij betreft trekt de provincie het initiatief voor de totstandkoming van de RES naar zich toe en neemt ze – om het beheersbaar te houden – in ieder geval de regie om te komen tot een RES voor het Groene Hart. Daarmee wordt hopelijk voorkomen dat dit gebied wordt versnipperd en verrommeld. 


Laten we ons zowel inzetten voor de RES als voor het behoud van het Groene Hart!

 

 

foto: Theo Krins

Gouda heeft last van bodemdaling en daardoor ontstaan vochtproblemen in de woningen. Deze problemen zijn het grootst in een deel van de Goudse binnenstad. De gemeente biedt een oplossing voor dit probleem. Het college kiest voor een variant met een gedeeltelijke verlaging van het waterpeil in het laagste deel van de binnenstad. Binnen dit zogenaamde compartiment wordt vanaf 2024 elk jaar het peil met 5 cm verlaagd. In totaal 25 centimeter. Maar is dit wel de beste variant? En hoe weten we zeker dat er niets misgaat? Gaan de huizen niet scheef zakken? En kunnen de bewoners straks op een schadevergoeding rekenen? In deze blog meer over dit onderwerp en de afweging die de ChristenUnie heeft gemaakt. 


Wat houdt het voorstel van het KBB in?

Op advies van o.a. De technische Universiteit Delft en Deltares  stelt het college nu het volgende voor in het Kaderplan Bodemdaling Binnenstad (KBB): 

  • Een peilverlaging van het water gedurende 5 jaar van in totaal 25 centimeter in het laagste deel van de binnenstad. Dit nieuwe peilgebied wordt gemaakt door twee dammen. 
  • Het vernieuwen van riolering en aanbrengen van drainagesysteem om het watersysteem goed te kunnen beheersen binnen het nieuwe peilgebied en aan de randen. 
  • Alle panden binnen het gebied van peilverlaging die op houten palen zijn gebouwd, krijgen een funderingsonderzoek voor de start van de verlaging van het waterpeil. 
  • De gemeente Gouda en het waterschap Rijnland komen binnen een half jaar met een voorstel hoe de eventuele schade aan de pandeigenaren betaald moet worden. 
  • De gemeente Gouda en het waterschap Rijnland gaan gedurende de peilverlaging alles monitoren om zo te onderzoeken of alles goed gaat of dat eventueel bijgestuurd moet worden. 
  • De gemeente Gouda en het waterschap Rijnland doen een vervolgonderzoek naar de gevolgen van hoogteverschillen die ontstaan tussen de verschillende panden met verschillende soorten funderingen (huizen die zijn gebouwd op staal, op stuit of op houtenpaal fundering). 

Het startschot voor dit voorstel wordt gegeven met het raadsbesluit dat op 28 oktober 2020 is genomen. Dit is nodig om met de voorbereidingen te kunnen starten, zodat het peil vanaf 2024 elk jaar met 5 centimeter omlaag kan. 


Voorstanders van het plan

De voorstanders van het plan zijn voornamelijk bewoners uit de binnenstad die nu al last hebben van vocht in hun woningen. Bij hevige regenval moeten ze soms zelfs hun huizen al dweilen en komt het rioolwater omhoog. Ze hebben direct baat bij maatregelen en ze hebben liever dat direct al gestart wordt met de oplossing. Dit zijn bijvoorbeeld bewoners uit de Looierspoort en de Turfmarkt. Alhoewel, ook insprekers die op de Turfmarkt wonen een andere mening hebben. 


Tegenstanders van het plan

foto: Theo Krins

Het eerste idee in de zoektocht naar een oplossing was een peilverlaging van de gehele stadsboezem met 10 centimeter. De stadsboezem rijkt tot de Breevaart en Karnemelksloot en de gehele binnenstad, een flink gebied. Deze variant, variant 2a, betekent echter dat tot 1.200 woningen kans hebben op schade aan hun fundering door droge paalkoppen. De wateralliantie met een aantal deskundigen, een aantal stadsbewoners en de meeste tegenstanders van de gekozen variant door het college, vinden dit toch het beste idee. Dit lost echter de natte voeten van bewoners in de woningen in het laagste deel van de binnenstad niet of maar beperkt op. Terwijl de bedoeling is met deze aanpak tot 2050 vooruit te kunnen. Daarnaast hopen de bezwaarmakers op innovaties die kunnen zorgen voor een betere aanpak. De vraag is echter wat die innovaties dan kunnen zijn. Navraag door mij bij een funderingsexpert leerde dat dit een onverstandige keuze is. Wel is het zo dat ook tegenstanders over het algemeen wel van mening zijn dat het waterpeil moet dalen. De manier waarop en hoeveel, daar bestaan dus andere inzichten over. 

Ook was vrees voor het instorten van kades en bruggen. Echter, de gemeente geeft aan dat de inspecties uit 2018 geen directe zorg op de kwaliteit van de kademuren heeft opgeleverd en dus in orde zijn. 


Raambuurt

De Raambuurt had wel een terecht punt die ze in brachten in de behandeling in de gemeenteraad. De oudere panden zijn meestal gefundeerd op staal en die zakken dus mee met de bodem en hebben nu ook al last van vocht. Het KBB biedt voor hen geen directe oplossing. De gemeente erkend wel de problemen maar wil eerst het onderzoek uitvoeren naar het hoogteverschil tussen verschillende panden, voordat tot een verdere maatregelen wordt genomen. Dit komt mede doordat in de Raambuurt een zeer diverse afwisseling van funderingstypen voorkomt naast elkaar. Ik snap deze uitleg wel maar zal namens de ChristenUnie wel scherp op letten welke aanpak gekozen wordt op basis van de uitkomsten van dit onderzoek. Immers, dit gebied moet ook droge voeten houden! 


Schadevergoeding

Bewoners aan het Regentesseplantsoen maken zich ook zorgen. In de raadsbehandeling vroeg ik waar de zorg met name zat. Ze wilden vooral een eerlijke schadevergoeding, ze snapten ook wel dat er iets moest gebeuren. De vergoeding is nog in nader onderzoek bij de gemeente en het waterschap. De eerste uitkomst was echter dat de peilverlaging valt onder het normaal maatschappelijk risico en hierdoor er dus weinig kans was dat er een vergoeding inzit. Een advocaat van de tegenstanders van het voorliggende plan beweerde weer dat dit niet klopte. De ChristenUnie vindt het van belang dat straks een schaderegeling wordt aangeboden die eerlijk is op basis van een goed juridisch advies. Daarbij wil ik wel de terechte kanttekening plaatsen dat het wel een eerlijke regeling moet zijn voor alle inwoners in de stad! Immers, er zijn vele woningen in Gouda die ook al funderingsherstel nodig hebben gehad en waarvoor geen schadevergoeding bestond. Als de juridisch basis gelijk is kan je voor binnenstadbewoners niet zomaar iets anders regelen als voor de rest van de gemeente met funderingsproblemen. Hierbij blijft gelden: gelijke monniken, gelijke kappen. 


Schade een probleem? 

Een punt van zorg blijft bij mij zeker bestaan gezien schade. Je verandert het gehele watersysteem. Dat het schade kan toebrengen aan historische panden is dan mogelijk. Vooral ook omdat funderingen van verschillende woningen naast elkaar vaak toch op een bepaalde manier met elkaar verbonden zijn. Echter, er moet een knoop doorgehakt worden om het probleem op te lossen. Door een gerichte aanpak in een klein gebied is het risico voor schade terugbracht. Daarnaast wordt in het project veel zorg besteed zowel voor als tijdens het proces van waterpeilverlaging en wellicht wordt er een schaderegeling ingesteld. 

De ChristenUnie vraagt wel alertheid gezien de lange doorlooptijd van dit project. We hebben in een door een bijna unaniem gesteunde motie (met mede-indieners PvdA, PvdD, GroenLinks en D66) opgeroepen om:

  • de gemeenteraad tot 2032 in de P&C cyclus, met door het college nader te formuleren beleidsindicatoren, te informeren over de uitkomsten van de onderzoeks- en monitoringsresultaten van het KBB en waar nodig tussentijds te informeren. 
  • wanneer de uitkomsten van onderzoek en monitoring moeten leiden tot een bijstelling van de aanpak, dit ook te doen en de gemeenteraad hierbij te betrekken.

Dit laatste punt in de motie is opgenomen om te zorgen dat we de koers eventueel nog kunnen bijstellen als dat nodig is gedurende dit ingewikkelde en omvangrijke project. 


Gouda Waterstad

Het besluit van het KBB heeft ook een effect op de ambitie van Gouda Waterstad. De gemeente Gouda heeft al langere tijd de ambitie de historische vaarroutes verder te versterken. Ook de wateralliantie heeft de ideeën voor Gouda in 2019 vervat in de visie “Gouda leeft met water”, die ook aan het college is aangeboden. Dit is de reden dat we als ChristenUnie een motie hebben opgesteld. Het is namelijk waardevol om te bezien waar de kansen liggen om concrete stappen te gaan zetten voor het beter benutten van de kwaliteiten van de historische waterstructuur. De motie (mede ingediend door PvdA en SGP) die unaniem is aangenomen door de gemeenteraad draagt het college op:


1. Uiterlijk in het 2e kwartaal van 2021 een inventarisatie op te leveren die in beeld brengt in welke mate en via welke concrete projecten Gouda stappen neemt die in lijn liggen met de ambitie van de watervisie. 

foto: Theo Krins

2. In het kader van deze inventarisatie aan te geven op welke manier koppelkansen mogelijk zijn binnen geplande (gemeentelijke) werkzaamheden (bijvoorbeeld vervangen bruggen en kades) en welke mogelijkheden er zijn voor (co)financiering van de projecten. 


In het tweede kwartaal van 2021 kunnen we dus zien op welke wijze het college zich inzet en wil inzetten om Gouda als Waterstad verder op de kaart te zetten. 



Doorvaarbaarheid

Niet alleen de ambitie Gouda Waterstad is van belang, ook de doorvaarbaarheid ter hoogte van de geplande dammen is van belang. Zo kan je bijvoorbeeld zorgen dat in de toekomst een rondje binnenstad met kleine boten mogelijk is. Ik heb daarom gepleit om i.p.v. dammen een tweetal klepstuwen te plaatsen achter elkaar, zodat doorvaren met bootjes mogelijk blijft. In de eerste onderzoeken blijkt dat de kosten mee kunnen vallen en het zou toch zonde zijn als dit niet gelijk meegenomen werd. Daarom heb ik in een bijna unaniem aangenomen motie (mede-indiener SGP) opgeroepen om: 

  1. Rijnland te vragen de peilscheidingen minimaal zo aan te leggen dat tegen zo laag mogelijke kosten aanpasbaar zijn in de toekomst en de dekking voor de meerkosten hiervan te vinden.
  2. In verband met de urgente wateroverlast Rijnland te vragen het ontwerpproces op te starten op basis van de bovenstaande uitgangspunten.
  3. De gemeenteraad in het eerste kwartaal van 2021 te informeren over de meerkosten en voor en nadelen van het (alvast) doorvaarbaar aanleggen van de peilscheidingen zodat de gemeenteraad kan besluiten de meerkosten van deze aanvullende variant te dragen. 
  4. In het bovenstaande voorstel de haalbaarheid van cofinanciering in beeld brengen o.b.v. een verkenning bij mogelijke financiers als de provincie en Rijnland. 

foto: Theo Krins

Tot slot 

Het KBB besluit is geen makkelijke keuze, maar langer wachten kan voor delen van de binnenstad niet. We hebben als ChristenUnie ook veel tijd besteed aan dit onderwerp en met vele experts gesproken. Ook de raad is de laatste jaren veelvuldig geïnformeerd en meegenomen. We nemen nu dus een weloverwogen besluit en kiezen op dit moment voor een aanpak die op basis van de kennis die we nu hebben de beste aanpak lijkt. We geven door dit besluit een startschot voor een aanpak die hopelijk zonder veel bijstellingen gaat zorgen voor droge voeten in de binnenstad van Gouda! 

In deze gastblog is burgerraadslid Petra Hamm- van Bodegraven uitgenodigd om te vertellen hoe zij zich inzet voor Gouda en de energietransitie. 


“Gouda een beetje mooier maken.” Ik denk vaak na over wat ik wil bereiken als burgerraadslid bij de ChristenUnie. Het antwoord is heel simpel: ik wil op mijn manier bijdragen om Gouda een stukje mooier te maken. En voor mij is mooier: samenwerken aan een duurzaam en groen Gouda. En dat is een uitdaging, want wat is duurzaam? En wat mag duurzaamheid kosten? En wie moet daarvoor actie ondernemen? In deze blog beschrijf ik mijn inzet vanuit de ChristenUnie om Gouda een stuk groener en duurzamer te maken.  

Gelukkig mag ik weer een plusje achter mijn naam zetten want wij doen mee met 100-100-100, het project om 100 dagen afvalvrij te leven als gezin. Het voelt goed om jezelf te profileren als ‘duurzaam’ mens en te laten zien hoe milieubewust je wel niet bent. Maar in alle eerlijkheid word ik ook moe van die competitie.

Hoe groen ben jij? Scheid jij het afval wel goed? Denk jij wel voldoende aan de toekomst van je kinderen? Je voelt de afkeurende blikken van de ‘groene elite’ die jou de maat neemt. De experts die je overrompelen met kennis over plastic soup, fair trade kleding en duurzaam eten en je als onwetende onbenul het zwijgen opleggen.

Natuurlijk weet ik hoe belangrijk het is om bewust te leven. Vanzelfsprekend wil ik de schepping bewaren voor het nageslacht. En ik heb geen twijfel over de noodzaak om afval te scheiden. Maar om deze idealen concreet te maken in mijn dagelijkse leven, dat vind ik niet zo makkelijk. En ik vermoed dat ik niet de enige ben. Als ik in mijn omgeving vraag wie onze aarde heel bewust wil beschadigen zie ik geen handen in de lucht gaan. Maar ik hoor ook niet heel veel enthousiasme bij het plan om 100 dagen afvalvrij te gaan leven. Blijkbaar zit er een groot gat tussen ideaal en werkelijkheid. De vraag is alleen hoe dat gat gedicht kan worden, hoe dromers doeners worden?

Als gezin zijn wij gestart met 100-100-100, we hebben onze eerste voorzichtige stapjes gezet en we kijken maar niet teveel naar de ‘groene elite’. Onze eigen droom, het eigen ideaal, de overtuiging die van binnen zit moet ons stimuleren en aansporen. We laten de competitie van ‘groen, groener, groenst’ graag over aan anderen en stappen rustig door met het oog gericht op het ideaal van een mooie wereld.