Niemand zal ontkennen dat zwerfafval als één van de grote ergernissen wordt gezien. Ook in onze mooie stad Gouda.

Dat we daar niet uniek in zijn bleek toen ik nog niet zo lang geleden in Amsterdam moest zijn. Daar stond bij een ondergrondse afvalcontainer de waarschuwing dat er cameratoezicht zou zijn en boetes zouden worden uitgedeeld. En inderdaad, er hing een camera.

Op de foto is te zien dat deze waarschuwing van het cameratoezicht absoluut niet heeft geholpen. Ook de dreiging met een hoge boete niet. Er staat nog steeds rotzooi op de stoep. Op de muur is ook een stukje burgerinitiatief te zien. “Rotzooi laten staan is a-sociaal”. Ook dat heeft niet geholpen.

Volgens mij is deze foto een mooie samenvatting van het probleem van zwerfvuil. Uiteindelijk gaat het om het gedrag van mensen. Ligt dat op het bordje van de gemeente? Voor een deel wel. Handhaven heet dat dan. Of het voorkomen van zwerfvuil door het makkelijker te maken om je afval kwijt te kunnen. En ook zo snel mogelijk opruimen.

Wat doet Gouda daaraan?

Bijna recht tegenover mijn huis staan ook een aantal afvalcontainers. Ook daar staan regelmatig zakken naast de container of staat er grof vuil naast. Wat mij opvalt is dat,  namens de gemeente, Cyclus altijd heel snel reageert. De zakken staan er nooit lang. Helaas zijn meeuwen vaak nog sneller, maar dat kun je Cyclus niet verwijten. Handhaven gebeurt ook. Ik zie tenminste soms zakken met een sticker staan die worden meegenomen voor onderzoek naar de overtreder. In Gouda kun je ook grof vuil weer laten ophalen. Gratis!

Er gebeurt dus genoeg maar blijkbaar niet voldoende. Uiteindelijk gaat het om gedrag van mensen. Van onszelf dus. Laten we allemaal meehelpen om Gouda mooi te maken/houden.

800e blog

De gemeenteraden van Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas, de Provinciale Staten van Zuid-Holland en de Algemeen Besturen van de drie betrokken Waterschappen zijn akkoord met de Regionale Energiestrategie 1.0.

Bestuurlijk voorzitter van de regio Hilde Niezen en wethouder Klimaat Gouda reageert: “Grootschalig energie opwekken in onze regio kan alleen maar wanneer we samenwerken. Met elkaar zijn we overeengekomen dat we in Midden-Holland starten met zonnepanelen op grote daken en bijvoorbeeld langs wegen. Dit is een keerpunt in ons denken en handelen als het gaat om onze energievoorziening. We zijn nog maar net begonnen… op weg naar een duurzame toekomst.”

Totstandkoming RES 1.0 in het kort

In de afgelopen maanden hebben overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders, energiecoöperaties en diverse maatschappelijke organisaties in Midden-Holland met elkaar samengewerkt aan de RES 1.0. Samen hebben zij zoekgebieden aangewezen die geschikt zijn voor het grootschalig opwekken van duurzame energie uit zon en wind. De voorkeur gaat in de regio uit naar zonnepanelen op grote daken en langs Rijks- en Provinciale wegen. Mocht dit niet genoeg elektriciteit opleveren, dan worden de opties voor windmolens langs deze wegen bekeken. Een aantal gemeenten hebben laten weten voorlopig niet voor windenergie te kiezen. Een meerderheid in de gemeenteraad van Gouda (waaronder de ChristenUnie) vindt het belangrijk dat de mogelijkheid van windenergie nadrukkelijk wel wordt meegenomen in de verdere uitwerking van de plannen.      

Hoe nu verder?

De communicatie en participatie houdt niet op. Met de vaststelling van de RES 1.0 is een start gemaakt met een jarenlang proces. De komende periode gaan de gemeenten de mogelijke locaties voor zon- en windenergie verder onderzoeken en uitwerken. Dit doen zij samen met de provincie, netbeheerders, grondeigenaren, inwoners en andere betrokken partijen. De regio vindt het belangrijk dat inwoners mee kunnen profiteren, bijvoorbeeld door ze mede-eigenaar te maken van energieprojecten.

Wat staat er in de RES 1.0?

In het overleg met alle betrokkenen is gekeken waar windmolens en zonnepanelen passen in het landschap, of het elektriciteitsnet het aan kan en of inwoners en de politiek achter deze mogelijke plekken staan. Op basis daarvan zijn zoekgebieden aangewezen. Deze zijn op de kaart (zie hierboven) ingetekend. De zoekgebieden uit RES 1.0 worden tot aan 2030 samen met de betrokken partijen en inwoners van de regio verder uitgewerkt in concrete energieprojecten.

Naast zoekgebieden voor de opwek van duurzame zonne- en windenergie bevat de RES 1.0 ook vier mogelijkheden om aardgas als bron van verwarming van gebouwen en industrie in de regio te vervangen. Aardgas is namelijk een fossiele brandstof en daarom niet duurzaam. Twee van deze vier mogelijkheden gaan uit van het gebruik van restwarmte uit de regio Rotterdam. De andere twee mogelijkheden gaan uit van andere oplossingen. In 2023 wordt de haalbaarheid en wenselijkheid opnieuw bekeken. Tegelijkertijd worden nieuwe, landelijke ontwikkelingen en technieken gevolgd zoals biogas, waterkracht, opslag van energie, waterstof en kernenergie. 

Voor diverse fracties in Gouda, waaronder de ChristenUnie, is kernenergie op basis van de huidige stand van de techniek niet bespreekbaar. Overigens is het voor onze regio ook niet echt aan de orde. Er is namelijk planologisch geen ruimte voor.

Waarom een Regionale Energiestrategie?

Nederland stopt met het gebruik van aardgas en gaat stap voor stap over naar het gebruik van schone energie en warmte. Om de opwek van deze energie in Nederland mogelijk te maken, moeten we samenwerken. Het land is daarvoor opgedeeld in 30 gebieden, RES-regio’s genoemd. In Nederland is afgesproken dat deze 30 RES-regio’s in 2030 samen 35 TWh per jaar aan hernieuwbare elektriciteit opwekken. Het gaat dan om opwek die grootschalig, weersafhankelijk en op land plaatsvindt. Iedere regio maakt een energieplan: een Regionale Energiestrategie (RES). Wij zijn de regio Midden-Holland. 

In de concept-RES voor Midden-Holland (september 2020) is de ambitie geformuleerd om 0,435 TWh (1.567 TJ) aan hernieuwbare elektriciteit, opgewekt met wind- of zonne-energie, te realiseren. Dat staat in de regio Midden-Holland gelijk aan 67 windmolens, of 544 hectare aan zonnepanelen. Dit is 1,24% van de landelijke opgave van 35 TWh. Deze 1,24% is gebaseerd op de huidige elektriciteitsvraag van de regio ten opzichte van de landelijke elektriciteitsvraag.

Moties ChristenUnie

Bij het vaststellen van de RES 1.0 konden ook moties worden ingediend en o.a. de ChristenUnie heeft diverse moties – die in de regio zijn afgestemd – ingediend.

De volgende moties zijn in Gouda door ons ingediend en aangenomen:

1. Motie Behoud van functies (28 voor 6 tegen)

In deze motie roepen we op om zorgvuldig met de locaties die als zoekgebied zijn bestempeld om te gaan. Concreet gaat het o.a. om de volgende zaken:

  • In Natuur Netwerk Nederland-gebieden mag de biodiversiteit en natuurwaarden niet worden aangetast door zonnepanelen,
  • zonnepanelen op weilanden mogen slechts dan worden toegepast waar het functieverlies minimaal is en wanneer grondeigenaren instemmen en er breed draagvlak is bij omwonenden.
  • Niet alleen zonnepanelen neerleggen, maar meervoudig gebruik van deze locatie bevorderen.
2. Motie Recyclebaar materiaal (29 voor 5 tegen)

In het kader van de energietransitie zullen veel nieuwe materialen worden aangebracht/geplaatst ten behoeve van het opwekken van elektriciteit. Deze materialen zijn na een (groot aantal) jaren van gebruik “op” en zullen dan vervangen worden waarmee een afvalprobleem ontstaat. 
Circulariteit, zeker bij duurzaamheidsmaatregelen ten behoeve van het klimaat, is daarbij een groot goed en moet worden meegenomen in de overwegingen.

De motie roept daarom de gemeente op dat  
  • er maatregelen komen die voorkomen dat gebouw- en grondeigenaren later ‘blijven zitten’ met een afvalprobleem;
  • er zicht komt op duurzame afvoer en zo veel mogelijk hergebruik (waarde-behoud) van de aan te brengen materialen;
  • en hiertoe een actief lobbytraject cq samenwerking te starten richting provinciale- en rijksoverheid met als doel circulariteit van energie-opwekmiddelen te stimuleren.
3. Motie systeem-efficiëntie en systeem-effectiviteit (29 voor 5 tegen)

In onze regio is in beginsel gekozen voor energieopwekking met zon.  Deze opwek is grotendeels ingetekend langs de A12 en N210, op parkeerplaatsen en grote bedrijfsdaken. Daarnaast wordt uitgegaan van een nader te bepalen hoeveelheid zon en kleinschalige wind op boerenerven. Ook wordt gekeken naar
zon op agrarische gebieden en wind langs infrastructuur.

Het is belangrijk om goed zicht te krijgen in de verschillende mogelijkheden en wat de impact daarvan – zowel technisch als financieel – is voor de netwerkbeheerders Stedin en Liander.

Daarom roept de motie op om op zo kort mogelijke termijn (uiterlijk binnen een jaar, dus voor 1 juli 2022) een impactanalyse (van met name de kosten en de ruimtelijke impact van de keuze voor zon) van de RES 1.0 uit te voeren. Daarbij dient in deze impactanalyse ook onderzocht te worden welke rol zogenaamde ‘smart-grids’ kunnen hebben in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod en hoe dit kan worden toegepast binnen de regio Midden-Holland.


Sinds december 2020 is op een speciale online kaart te zien welke daken in Gouda geschikt zijn voor de aanleg van zonnepanelen. 65% van alle Goudse daken geschikt is voor het opwekken van zonne-energie. Eerder presenteerde de gemeente Gouda al een lagere drempel op vergunningen, onder meer met een vergunning-sneltoets. Met de dakenkaart hoopt de gemeente het plaatsen van zonnepanelen nog aantrekkelijker te maken.

Rode daken

Je kunt nu via die website inzoomen op een woning en dan zien of er zonnepanelen kunnen worden geplaatst. Het is een eenvoudige systeem waar je kunt zien of een dak groen, oranje of rood is. De gemeente heeft de daken vanuit de lucht geïnventariseerd. Bij een groen dak is plaatsing van panelen zeker mogelijk. Oranje daken zijn twijfelgevallen: bij oranje daken moet de ODMH een uitspraak doen. De reden is dat die daken niet goed zichtbaar zijn vanuit de lucht.  En bij rode daken zijn panelen in elk geval niet mogelijk.
In de praktijk betekent dit dat het voor zo’n 50% van de monumenten in de binnenstad het mogelijk is om zonnepalen te plaatsen.


Zonnepaneel bij Oosthaven 34

Onze fractie heeft onlangs geconstateerd dat op het dak van het pand van Oosthaven 34 een zonnepaneel is geplaatst, terwijl dit volgens de kaart van de binnenstad niet is toegestaan. We waren benieuwd hoe dit mogelijk was en daarom maar vragen gesteld aan het college:

1. In hoeverre is er toestemming geweest om dit paneel te mogen plaatsen?

Er is geen omgevingsvergunning aangevraagdof verleend voor plaatsing van dit zonnepaneel.

2. Indien deze er niet is, wat gaat het college hier dan tegen doen?

Plaatsing van het zonnepaneel is vergunningplichtig. De wijze van plaatsing voldoet op meerdere punten echter niet aan de sneltoetscriteria van de Regeling Erfgoed en Duurzaamheid 2020, waaronder het zichtbaarheidscriterium en de afstand tot de dakrand (hoogte van plaatsing van het paneel).
In verband hiermee heeft de ODMH inmiddels met de eigenaar ter plaatse gesproken en beoordeeld of een andere wijze van plaatsing op het dak 
van het betreffende zonnepaneel mogelijk is. Hieruit bleek dat dit niet mogelijk is.

Op basis hiervan heeft de eigenaar met de ODMH vervolgens afgesproken het zonnepaneel binnen twee weken te verwijderen.

We zijn blij dat de regels goed worden toegepast door ODMH, want hoewel het natuurlijk fijn is dat er steeds meer woningen worden voorzien van zonnepanelen, moeten we wel blijven letten op het effect daarvan voor de uitstraling van monumentale panden in de binnenstad.


Binnenkort geen stinkende vrachtauto’s meer in binnenstad en tevens minder auto’s van bezoekers door een Transferium. Deze ambities van de ChristenUnie Gouda gaan waarschijnlijk binnenkort werkelijkheid worden. 

 

De laatste jaren is er steeds vaker discussie over zwaar en vervuilend vrachtverkeer in de binnensteden en ook in Gouda zijn de bewoners van de binnenstad dit verkeer spuugzat.

De woningen staan vaak te trillen als deze vrachtauto’s voorbijkomen en het verkeer belast ook enorm de kwetsbare wegen, vooral langs de grachten, in de binnenstad. 

 

In Gouda is het startsein gegeven om dit jaar een zgn. “stadshub” te gaan realiseren op de Goudse Poort. Van daaruit worden goederen met elektrische voertuigen naar winkels, bedrijven en instellingen in de stad vervoerd. Later zal worden onderzocht in hoeverre vervoer over water in de binnenstad en een overslag locatie bij de Goudse Poort ook mogelijk is. 

Een nieuw opgericht bedrijf, Gouda Logistiek, gaat na de zomer van start met een pilot.

 

De stadshub wordt onderdeel van het landelijke netwerk Stadslogistiek. Daarbij zijn al meerdere steden aangesloten. De hubs werken samen met PostNL, dat vanuit de hubs uitstootvrij vervoer verzorgt met elektrische vrachtwagens.

 

Nu rijden er nog dagelijks vervuilende dieseltrucks de binnenstad in en uit om voorraden bij winkels en bedrijven af te leveren. Eind 2021 zal die bevoorrading steeds meer worden uitgevoerd door ‘schone’ vrachtwagentjes en elektrische bakfietsen. Bedrijven in (onder andere) het centrum van Gouda worden dan nog maar één keer in plaats van diverse keren per dag bevoorraad. Als alles naar wens verloopt zullen in de loop van 2022 de winkels uitsluitend via deze stadshub worden bevoorraad.

 

Innovatief concept

 

Gouda investeert niet alleen in een “stadshub”, maar ook in minder autoverkeer in de binnenstad. Daarom wordt de locatie van de stadshub tevens een Transferium waar  vanaf eind 2022 zo’n 750 auto’s voor een vaste prijs kunnen parkeren en dan met een pendelbus of per fiets naar het centrum kunnen reizen. De verwachting is dat het aantal auto’s naar de binnenstad hierdoor behoorlijk gaat afnemen en de huidige capaciteit aan parkeerplaatsen niet hoeft te worden uitgebreid. Tevens is het dan de bedoeling dat de Nieuwe Marktgarage wordt ingezet voor de bewoners binnen de singels. Deze raken namelijk de komende jaren parkeerplaatsen langs de grachten kwijt als die opnieuw worden ingericht met meer groen en terrassen.

 

Schoner en duurzamer


Door minder autoverkeer in de binnenstad en de introductie van stadsdistributie is onze stad straks niet alleen schoner, maar ook leefbaarder.

Daarnaast wordt het vervoer van goederen ook sneller en efficiënter. De grote en zware vrachtwagens van leveranciers hoeven zich namelijk niet meer door nauwe binnenstadstraten te manoeuvreren, wat tijdwinst zal opleveren.  

 

De ChristenUnie is erg enthousiast over het versneld realiseren van de deze stadshub in combinatie met een Transferium. Het aantal transporten en verkeersbewegingen door auto’s worden namelijk veel lager en de milieubelasting en (geluids)overlast worden fors beperkt. Daarnaast wordt de binnenstad ook schoner doordat de distributie wordt gedaan door elektrische bakfietsen en kleine elektrische vrachtwagens.”

 

Autoluw

 

Het terugdringen van het transportverkeer en autoverkeer dragen daarnaast ook bij aan streven naar het autoluw maken van het centrum van Gouda. Dit is een ambitie bij het Verkeerscirculatieplan (VCP). 


De versnelde realisatie van een stadshub sluit ook goed aan bij de ambitie van de gemeente die zo snel mogelijk, maar uiterlijk in 2030, vervuilende en zware dieseltrucks voorgoed uit de binnenstad wil bannen. 

 

De binnenstad van Gouda wordt de komende jaren veel schoner en duurzamer en daardoor ook leefbaarder! Een prachtig en duurzaam vooruitzicht!

Ik schrijf vaker blogs over vliegtuigoverlast en vervuiling van vliegtuigen in Gouda. Schreef ik eerder deze maand blogs over machtig Schiphol en een snelweg van vliegtuigen boven Gouda, beschrijf ik in deze blog de visie van de ChristenUnie op de toekomst van de luchtvaart. Wellicht helpt dit bij het stemmen op de ChristenUnie op 17 maart 2021 bij de landelijke verkiezingen.

foto; Theo Krins

Schonere luchtvaart

Groei van de luchtvaart is geen vanzelfsprekendheid. De overheid moet actief sturen op de omvang van deze meest milieubelastende vorm van transport. De CO2-emissies en de hinder van de luchtvaart moeten naar beneden. De coronacrisis heeft laten zien dat minder vliegen kan. Een mid-week dicht bij huis is echt veel minder milieubelastend dan een korte stedentrip met het vliegtuig. Na de coronacrisis kan worden ingezet op een gecontroleerd herstel van de luchtvaarsector, maar ruim binnen de kwaliteitsgrenzen rond hinder en milieubelasting. De tijd van ongebreidelde groei is definitief voorbij. Het uitgangspunt wordt: zo mogelijk niet reizen, waar dat kan anders reizen (trein) en alleen vliegen als het echt moet.


De negen standpunten over schonere luchtvaart

Onderstaand een opsomming van de standpunten van de ChristenUnie als het gaat om de luchtvaart: 


1. CO2-beprijzing, kerosine-accijns en vliegbelasting. 

Negatieve externe effecten als overlast en milieuschade moeten in de prijs van vliegtickets worden verdisconteerd. In Europees en internationaal verband maken we meer ambitieuze afspraken over een CO2-prijs voor de luchtvaart, invoering van een kerosine-accijns en btw op vliegtickets. De vliegbelasting wordt enerzijds meer gebaseerd op de daadwerkelijke CO2-belasting, anderzijds komt er een significante opslag voor vluchten tot 1250 km om duurzamer vervoer per trein te stimuleren. 


2. Europa met de trein. 

Wat betreft bereikbaarheid en betaalbaarheid moet het reizen per trein binnen Europa een concurrerend alternatief worden voor het vliegreizen tot minstens 1000 kilometer. Om dit te bereiken moeten Europese fondsen zoals het TEN-T programma gebruikt worden voor het verbeteren van grensoverschrijdende treinverbindingen. 


3. Bijmeng verplichting alternatieve brandstoffen. 

Door het grote aandeel van de kerosine-kosten in de totale kosten van vliegen, is er al een stevige stimulans voor energiebesparing in de luchtvaart. De stimulans voor vergroening is er nog onvoldoende: de Europese plannen voor CO2-beprijzing van de luchtvaart geven voorlopig onvoldoende prijsprikkels. De geplande bijmeng-verplichting van bio- en synthetische kerosine wordt per 2023 nationaal ingevoerd als dit Europees niet lukt, om daarmee de productie aan te jagen en bij te dragen aan de vergroening van de luchtvaart.


4. Beperken nachtvluchten. 

De ruimte voor nachtvluchten op Schiphol wordt beperkt. Regionale luchthavens gaan ’s nachts dicht. We stimuleren de komst van nachttreinen zodat de trein ook voor langere reisafstanden aantrekkelijk wordt. 


5. Geen Lelystad Airport.

Er gaat definitief een streep door de opening van het nieuwe Lelystad Airport. Het openen van een extra luchthaven voor vakantievluchten past niet bij de noodzaak om minder te vliegen. Eerdere publieke en private investeringen worden gecompenseerd. Er komt een gericht programma om de sociaaleconomische positie van Flevoland en de gemeente Lelystad te verbeteren en een ruimhartige compensatie die tenminste dezelfde economische waarde en hetzelfde arbeidsmarktpotentieel vertegenwoordigt, bijvoorbeeld gericht op betere toegankelijkheid zorg, innovatieve landbouw, spooraftakking Lelylijn naar de haven van Lelystad voor goederenvervoer naar Duitsland, aanleg spoorwegemplacement en de bouw van tenminste 10.000 woningen.


6. Beroepsmogelijkheid voor burgers. 

Burgers krijgen de gelegenheid om besluiten op luchtvaartgebied aan te vechten bij de bestuursrechter, vergelijkbaar met het beroep tegen een bestemmingsplan. De bestuursrechter moet deze besluiten en de onderliggende stukken (waaronder milieueffectrapportages) volledig kunnen toetsen. 


7. Innovatie stimuleren. 

Technologische ontwikkelingen in de luchtvaart, zoals elektrisch taxiën, elektrisch vliegen en synthetische kerosine, worden gestimuleerd. De milieu- en overlast besparingen van dergelijke onzekere, toekomstige ontwikkelingen mogen niet nu al ingeboekt worden om groei van het vliegverkeer mogelijk te maken. Wel kunnen opbrengsten van (inter)nationale milieuheffingen deels worden gebruikt voor het stimuleren van de noodzakelijke verduurzaming van de sector.


8. Beperken aantal vliegslots. 

De coronacrisis heeft laten zien dat de wereld met minder vliegen toe kan. Daarom pleiten we voor het op Europees niveau reduceren van het aantal vliegslots en meer nationale soevereiniteit in het toewijzen ervan. Zo kan op nationaal niveau worden besloten hoe vaak welk vliegverkeer naar welke landen wordt toegestaan. 


9. Geen luchthaven op zee. 

De ChristenUnie is tegen een luchthaven op zee. Een dergelijke luchthaven gaat ten koste van de visserij, scheepvaart en windmolens en neemt de overlast niet weg. De tientallen miljarden die een dergelijke investering vraagt, kunnen beter worden geïnvesteerd in duurzame mobiliteit. 


foto Theo Krins

Amendement inperken vliegverkeer

Op de ledenvergadering van de ChristenUnie over de vaststelling van het verkiezingsprogramma is ook nog een amendement aangenomen. Dit wijzigingsvoorstel voor een deel van de tekst over duurzaam mainportbeleid is aangenomen en is ook onderdeel geworden van het verkiezingsprogramma:

“Verdere groei van Schiphol past daar niet in. Het aantal vliegbewegingen wordt daarom gemaximeerd op het huidige maximale aantal van 500.000 vluchten. Er komt binnen twee jaar een voorstel om dit aantal uiterlijk in 2030 te verlagen met tenminste 10%. In dit voorstel worden maatschappijen verplicht slots voor korte afstandsvluchten in te leveren en investeert het Rijk in betere spoorverbindingen naar Duitsland.”

Tot slot

Ik ben trots met de standpunten van de ChristenUnie op het gebied van luchtvaart. Realistisch maar wel duidelijk dat er iets moet veranderen met de kijk op de luchtvaart. Wellicht helpt dit als geïnteresseerde in de luchtvaart bij uw keuze in de verkiezingen op 17 maart 2021. 


Landelijk is bepaald dat de energietransitie in belangrijke mate op regionale schaal moet worden opgepakt via een Regionale Energie Strategie (RES). Daarvoor zijn 30 RES-regio’s aangewezen. De regio Midden-Holland is er daar een van. De vraag is nu hoe de regio’s invulling moeten gaan geven aan hun energie doelstelling. Komt  een regio vol te staan met windmolens of enorme velden met zonnepanelen? En zo ja, waar dan?


In 2016 is de regio Midden-Holland gestart met het uitvoeren van de RES. Onze regio was een van de zeven pilots van Nederland. Het resultaat van deze pilot is het ondertekende Convenant (2018) waarin het doel is vastgelegd om te komen tot een energie- en klimaatneutrale regio in 2050


Eind 2019 is de huidige RES-organisatie in Midden-Holland opgericht waarin alle gemeenten, waterschappen, provincie Zuid-Holland en diverse maatschappelijke partijen hun rol hebben.

Vervolgens is een concept-RES opgesteld, die een eerste duiding van de opgaven en denkrichtingen bevat over hoe deze door de regio kunnen worden ingevuld. In de periode oktober 2020- juli 2021 worden de opgaven en denkrichtingen uitgewerkt in concrete ruimtelijk-energetische plannen

 

In de RES wordt beschreven hoeveel duurzame elektriciteit en warmte we willen opwekken. En op welke manier we dat gaan doen. Waar we windmolens of velden met zonnepanelen willen neerzetten. En hoe we duurzame warmte willen opslaan en naar de huizen brengen. 


Participatie

 

Er moeten nog veel keuzes gemaakt worden voor het plan echt klaar is. 

Daarbij is het belangrijk te weten hoe de inwoners in onze regio erover denken. 

Het participatieproces en onderzoek voor de RES  is in volle gang. 

Vanaf oktober zijn bewoners in een eerste communicatieronde geïnformeerd over de energie transitie in het algemeen en de RES in het bijzonder. 

Begin januari 2021 is de eerste participatieronde met onder meer twee enquêtes en diverse (lokale) kansentafels afgerond. Op de regionale bijeenkomst van 14 januari werden de volksvertegenwoordigers geïnformeerd over de inbreng van de participatieronde en de resultaten van het ruimtelijk onderzoek en konden ze reageren op de eerste resultaten.   

 

Op basis van de maatschappelijke participatie en de bestuurlijke en politieke afwegingen daarin, wordt een definitief regionaal energieplan, de zogenaamde RES 1.0 opgesteld. Dit plan dient in juli 2021 gereed te zijn. De RES wordt om de twee jaar geactualiseerd. Zodoende kunnen nieuwe ontwikkelingen en technieken worden meegenomen.


Keuzes maken

 

De opgave van onze regio laat zich vertalen in het realiseren van 67 windmolens of 544 ha zonnevelden of een combinatie van deze twee keuzes. Dat is geen geringe opgave en het stuit ook op flink verzet bij een aantal gemeenten. Er zijn nogal wat politici die niet eens willen praten over de mogelijkheid van plaatsen van windmolens…. 


Gouda zit in een wat lastige positie omdat ze op haar eigen grondgebied niet of nauwelijks invulling kan geven aan deze opgave en deze taak vooral ligt bij de omliggende gemeenten. In deze gemeenten maar bij ons provinciebestuur ligt het onderwerp windmolens buitengewoon gevoelig en dat maakt keuzes maken en het invulling geven aan onze ambities ingewikkeld.

In de praktijk zijn er mogelijkheden voor windmolens langs de snelwegen, dus langs de hoofdinfrastructuur, zoals nu ook bij Waddinxveen, waardoor er voor bewoners niet veel overlast is en ook voor zonnevelden zijn er wel locaties denkbaar. 

 

Versnippering

 

Ofschoon ik veel bewondering heb voor de inzet in onze regio en ook in de andere regio’s ongetwijfeld hard wordt gewerkt aan de RES, heb ik daar toch de nodige twijfels bij.


De opgave waarvoor we staan vraagt naar mijn mening om een gezamenlijke aanpak van regio’s, bijvoorbeeld het hele Groene Hart en misschien zelfs op basis van een plan voor de hele provincie Zuid-Holland.

 

Door de omgeving op te knippen in relatief kleine regio’s ontstaat een versnipperd beeld en lopen we tegen allerlei weerstanden aan die op grotere schaal wellicht (in ieder voor een deel) kunnen worden voorkomen. Als je keuzes maakt vanuit een groot oppervlak kan je echt de beste locaties kiezen.

 

Provincie moet de regie nemen

 

Wat mij betreft trekt de provincie het initiatief voor de totstandkoming van de RES naar zich toe en neemt ze – om het beheersbaar te houden – in ieder geval de regie om te komen tot een RES voor het Groene Hart. Daarmee wordt hopelijk voorkomen dat dit gebied wordt versnipperd en verrommeld. 


Laten we ons zowel inzetten voor de RES als voor het behoud van het Groene Hart!