De verkiezingen waren natuurlijk ontzettend spannend, maar de formatieperiode is dat niet minder. Ik herinner mij nog goed dat in 2014 het concept coalitieakkoord al klaarlag en kandidaat wethouders hun baan hadden opgezegd toen het beoogde college onverwachts niet doorging. Gouda Positief bleek op twee borden te schaken en koos alsnog voor een coalitie met D66, de PvdA, GroenLinks en de VVD. De ChristenUnie viel daardoor buiten de boot.

In 2016 kregen we alsnog de kans om te gaan meebesturen en ook de afgelopen periode (2018-2022) waren we in het college vertegenwoordigd. Als ChristenUnie vinden we het belangrijk om verantwoordelijkheid te blijven nemen voor het besturen van onze stad. Daarbij worden we natuurlijk ook gesterkt door het feit dat maar liefst 3.586 mensen op ons hebben gestemd. Dat waren er meer dan bij de verkiezingen in 2018 en dat terwijl de opkomst is gedaald.

In de afgelopen jaren hebben we goed samengewerkt met D66, GroenLinks, de PvdA en het CDA. In totaliteit is het zetelaantal van de huidige coalitiepartijen gegroeid van 19 naar 20. Dat maakt dat wij er als ChristenUnie voorstander van zijn om door te gaan met de huidige coalitie. Dit sluit aan bij het feit dat D66, GroenLinks en de ChristenUnie alle drie stemmen hebben gewonnen bij de afgelopen verkiezingen. Ook Gemeentebelangen Gouda (GBG) was een duidelijke winnaar bij de verkiezingen. Inhoudelijk ziet de ChristenUnie echter minder raakvlakken voor samenwerking met GBG. Dat laatste geldt ook voor Gouda Positief (GoPo). Deze partij heeft overigens ook geen stemmen gewonnen, het aantal stemmen op GoPo daalde licht van 3.106 naar 3.069. Dat GoPo toch een zetel won komt doordat de opkomst gedaald is en daarmee de kiesdeler.

Op maandag 28 maart ben ik samen met Lennart Visser op bezoek geweest bij informateur Sjoerd Sjoerdsma . Wij hebben met hem gesproken over de verkiezingsuitslag, de politieke cultuur, de gewenste manier van samenwerken met de raad en de stad, de gemeentefinanciën en onze voorkeuren voor de samenstelling van de coalitie. Wat dat laatste betreft hebben wij de voortzetting van de huidige coalitie bepleit. Inmiddels is het rapport van de informateur beschikbaar. Tot onze vreugde adviseert hij, in lijn met onze wens, om te gaan onderhandelen met de huidige coalitiepartijen. Het verslag van de verkenner is na te lezen via: https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/0298b344-1a10-4562-b15b-96a2c38d4caa

De ChristenUnie wil graag met de hele raad samenwerken voor de stad, niet alleen met de huidige coalitie. Tijdens de bespreking van het rapport van de informateur bleek de wens tot samenwerking breed te leven. In de komende periode gaan we daarom als raad nog verder met elkaar in gesprek over de manier waarop we samenwerking kunnen vormgeven en welke thema’s zich daarvoor het beste lenen. Wat ons betreft een goed begin!

Als ChristenUnie zijn wij verder voorstander van een akkoord op hoofdlijnen, zodat er ruimte is om met de gemeenteraad als geheel samen te werken. Verder willen we ook meer dualisme in de gemeenteraad.

Omdat we eerst verder met de raad als geheel in gesprek gaan komt de formatie niet heel snel uit de start blokken. Maar als ChristenUnie vinden we zorgvuldigheid belangrijker dan snelheid. Wordt vervolgd!

 

 

 

 

Uitgesteld oordeel

Daar lag hij. Een man van begin veertig, op kamer 12. Ik liep de kamer in en begon een praatje – vroeg hoe het met hem ging. Hij baalde. Covid had ervoor gezorgd dat zijn donornier, die hij enkele jaren geleden kreeg, er mee opgehouden was. En nu was hij weer terug bij af; moest weer dialyseren en een zware en onzekere toekomst lag weer voor hem. Helaas is hij niet de enige; in mijn werk als medisch maatschappelijk werker voor mensen met nierfalen kom ik meer mensen tegen zoals hij. Mensen met slechte nieren behoren tot de kwetsbare groepen waarover veel gesproken wordt in de coronapandemie.

’s Avonds trilt mijn telefoon; het is een bericht van de school van onze zoon. Morgen moet hij opnieuw thuisblijven, omdat teveel leerkrachten ziek zijn of in quarantaine zitten. Vriendelijk wordt gevraagd om begrip. Nu baal ik ook. Want eerlijk gezegd is de rek er wel zo’n beetje uit. Met drie jonge kinderen hebben we te maken met een kinderdagverblijf, BSO en basisschool. En dat betekende quarantaines in wisselende samenstellingen en op onverwachte momenten. Soms wisten we niet meer hoe we het nog moesten verantwoorden naar onze werkgevers. En ik weet, wij zijn niet de enige die baalden van de maatregelen; ouders, alleenstaanden, jongeren, ondernemers, muzikanten…

Ondertussen kondigt het kabinet de ene na de andere maatregel of juist versoepeling aan en stromen Twitter, Facebook en het Museumplein vol met boze mensen, die vinden dat het allemaal te snel, te langzaam, te veel of te weinig gaat. En in toenemende mate begon ik mij af te vragen hoe nierpatiënt en ouder, politicus en ondernemer en u en ik nog bij elkaar gehouden kunnen worden binnen één en dezelfde samenleving.

Ik vind het bar ingewikkeld, al die meningen en dat geschreeuw door elkaar. En laat ik eerlijk zijn; ook ik heb mij laten verleiden tot het geven van een (achteraf gezien te) stevige reactie. Inmiddels heb ik ingezien dat al die grote woorden zéker niet leiden tot het bij elkaar houden van de samenleving. Integendeel zelfs. Maar wat dan wel?

Volgens mij is daar van alles over te zeggen, maar voor nu wil ik het bij één inzicht houden. Het is mij opgevallen hoe sterk de reflex kan zijn, om over onderwerpen die persoonlijk raken direct een uitgesproken mening te (willen) vormen. Maar om eerlijk te zijn: op wat gebaseerd? Vanuit welke ervaring? Vanuit welke bubbel? En nog veel spannender: wie ben ik en welke capaciteiten heb ik, om de aangevoerde informatie en wetenschappelijke inzichten, écht op waarde te kunnen schatten en de juiste conclusies te trekken?

Als er iets is wat de coronacrisis mij heeft geleerd, dan is het de waarde van het uitgesteld oordelen. Het aandurven om eens even ergens géén mening over te hebben. Of in ieder geval niet meteen. Maar die mening en beslissingen voor te behouden aan mensen die het beter kunnen weten – of in ieder geval zouden moeten weten – dan ik. Dat vraagt om durven vertrouwen en het loslaten.

Toegegeven, het klinkt nogal slap. Want wat kan het fijn zijn om je mening groots en vrijuit te verkondigen, te stáán voor je rechten en het maatschappelijke debat aan te gaan. Maar mij zul je nooit horen bepleiten dat het goed is om nooit een mening te hebben. En al helemaal niet om die mening niet uit te dragen. Maar wat een samenleving volgens mij helpt, is om een passende plaats in te nemen en die te kennen. En sommige beoordelingen en beslissingen over laat aan hen die het geheel beter overzien of ervoor geleerd hebben. Ik ben maatschappelijk werker. Geen viroloog. Geen politicus. En geen dansleraar. Dus wie ben ik, om een ander te doceren over coronavirussen, de noodzaak van bepaalde maatregelen of salsadansen? Over hemodialyse en peritoneale dialyse kan ik u echter wel van alles vertellen…

De lokale verkiezingen staan voor de deur. En politici zijn net mensen. Dus grote woorden, makkelijke meningen en snelle oplossingen zullen ons ook in deze campagne vast weer tegemoet komen. Maar wat nu, als een kandidaat in een verhit verkiezingsdebat zou zeggen: ‘ik weet het nog niet’, ‘ik zal er eens over nadenken’ of ‘ik ga het navragen’? Tot voor kort zou het op mij misschien weinig indruk hebben gemaakt. Maar sinds corona is alles anders. En kan het maar zo gebeuren dat ik deze kandidaat mijn geloof en vertrouwen krijgt…

 

Martijn Riet

In dit tweede deel van de serie over de betrouwbare overheid de vraag of regels nu helpen of juist tegenwerken om betrouwbaar over te komen.

Ik vraag me al even af of alles is op te lossen is met het vastleggen in regels. Er wordt een probleem gesignaleerd en als oplossing worden de regels aangepast. Probleem opgelost. Totdat duidelijk wordt dat de nieuwe regels weer nieuwe problemen veroorzaken. En het is niet alleen de politiek die daar zo over denkt. Ik kom het ook tegen in mijn eigen vakgebied. Accountants moeten zich aan regels houden en hoe meer hoe beter.

Maar dit keer geen voorbeeld uit mijn werkervaring maar iets wat ik kortgeleden privé tegenkwam.

We wilden met onze kinderen en kleinkinderen een verjaardag vieren met een lunch op een plek die ook geschikt is voor kleine kinderen. Het kon weer. Reserveren moest via een website. Volgens die website was er nog voldoende ruimte. Alleen bij het reserveren stond een toelichting dat ik bij een reservering van meer dan 8 personen een mailtje moest sturen. Dan kon reserveren niet via de website. Ik heb dus een mailtje gestuurd. (er stond ook geen telefoonnummer bij om even te bellen).

Wij gingen de volgende dag welgemoed naar de betreffende gelegenheid. Daar bleek mijn reservering niet te zijn doorgekomen. “Ja meneer van den Brink, die reserveringen per mail komen ergens anders binnen. Die zien wij niet rechtstreeks. Waarom heeft u geen reservering via de website gemaakt?” was de reactie. En ik had inderdaad ook geen reactie op mijn mail teruggekregen. Nu had het bedienend personeel kunnen zeggen, “Ja sorry, het kan niet door gaan, we hebben het druk en zitten eigenlijk ook vol. U heeft blijkbaar niet op tijd gereserveerd”. Gelukkig deden ze dat niet. Ze zijn gaan improviseren en we konden uiteindelijk toch de verjaardag vieren met een eigen tafel en zonder ons te moeten haasten. Terwijl het echt bijna helemaal vol zat.

Wat zegt dit voorbeeld nu over de regels van de betreffende gelegenheid: Waren ze niet duidelijk genoeg? Er stond bijvoorbeeld niet bij dat er tenminste 1 dag van te voren moesten worden gereserveerd. Kende de medewerkers de eigen regels eigenlijk wel? Pasten de regels wel bij de bedoeling? Ik kan me voorstellen dat je ze maakt voor grote gezelschappen maar vallen kinderen onder 2 jaar ook onder de maximaal 8 personen?

 

En nu de vertaling naar de politiek

Wij willen als ChristenUnie de menselijk maat weer terug bij de overheid. We erkennen dat dat best lastig kan zijn. Want dat is toegeven dat niet alles is te regelen. En het betekent dat op sommige momenten iemand een beslissing mag nemen die afwijkt. Omdat ook de situatie anders is. (Wij waren blij dat dit restaurant zo flexibel was). Het was overigens “Keck” hier in Gouda. Die vermelding verdienen ze wel.

Is het mogelijk, de menselijke maat terugbrengen in de regelgeving? Wij denken van wel.

 

Daarom gaat de ChristenUnie zich in het verkiezingsprogramma onder andere voor het volgende inzetten:

  • De mogelijkheid bieden om in bijzondere gevallen af te wijken van de vastgestelde regels als die onbedoelde effecten hebben. Dat kan door zogenaamde hardheidsclausules op te nemen in verordeningen waar dat nog niet is gebeurd.
  • Vragen aan het college om met voorstellen te komen voor regels die geschrapt, vereenvoudigd of samengevoegd kunnen worden.
  • Het vinden en begrijpen van regelgeving eenvoudiger maken.

Weet u als Gouwenaar niet op welke partij u gaat stemmen komende gemeenteraadsverkiezingen? Natuurlijk wil ik u best een stemadvies geven, maar het zal u niet verbazen welke partij ik aanbeveel. Gelukkig zijn er binnenkort online stemhulpen beschikbaar, die u als inwoner van Gouda kunnen helpen. Zo’n stemhulp bestaat uit een aantal stellingen waarop u kunt reageren. Deze stellingen gaan bijvoorbeeld over thema’s als duurzaamheid, lokale belastingen, asielzoekers en andere zaken die in Gouda spelen. Nadat u op alle stellingen hebt gereageerd, ziet u welke partij het beste bij uw score past.

Voordat zo’n stemhulp online gaat, hebben Goudse partijen die met de stemhulp meedoen,  gereageerd op de stellingen en op die manier hun posities bepaald. Afgelopen weken kregen we als ChristenUnie Gouda van verschillende stemhulpen het verzoek om onze posities aan te leveren. We hebben dit voor een aantal stemhulpen gedaan en waren er behoorlijk druk mee.

Wat mij persoonlijk opviel is dat sommige stemhulpen alleen gericht zijn op een bepaald thema zoals duurzaamheid, andere stemhulpen proberen de hele breedte te pakken. Opvallend was ook dat je als partij bij de ene stemhulp vrij makkelijk je positie kon bepalen en kon onderbouwen waarom je als partij een bepaalde keuze maakt. Een andere stemhulp pakte het gedegener aan en bepaalde samen met de partijen in een aantal rondes eerst welke stellingen het meeste onderscheid gaven tussen de Goudse partijen. De stap daarna was dat je als partij je positie moest bepalen en met de letterlijke tekst uit het verkiezingsprogramma, of andere bronnen van je partij, de gemaakte keuze moest onderbouwen. Je kan dan als partij niet zomaar iets roepen.

Wat nu de beste kieshulp is bepaalt u uiteraard zelf. Mijn advies is om meerdere kieshulpen te gebruiken en de uitkomsten met elkaar te vergelijken. Als u de tijd heeft is het lezen van de verkiezingsprogramma’s van de 13 Goudse partijen de beste manier om tot een goede en gedegen keuze te komen.

En daarna op 16 maart naar het stemlokaal om uw stem uit te brengen!

Na een aanloop van negen maanden is eindelijk het verkiezingsprogramma klaar om gepresenteerd te worden. Het was een lang proces, maar we zijn ontzettend dankbaar en blij met het eindresultaat. Nu de laatste puntjes gezet zijn, wil ik graag vertellen hoe er hard is gewerkt door een heel team.

We zijn begonnen met het verzamelen van bouwstenen. Welke onderwerpen willen we in ons programma uitwerken? Wat vinden onze leden daarvan? Wie heeft er verstand van en gaat daarover informatie verzamelen? Zo zijn er teams gevormd die zijn gaan schrijven en praten. Ze hebben gesprekken gevoerd met allerlei mensen die bij hun bouwsteen betrokken zijn. Zelf ben ik bijvoorbeeld gaan praten met wijkteams, om te horen welke wensen en belangen zij hebben.

Daarna zijn de teams gaan schrijven. Iedere bouwsteen zou een hoofdstuk worden, was het plan. Er lagen twee documenten als voorbeeld: het oude verkiezingsprogramma en een format van de Bestuurdersvereniging van de ChristenUnie.  Zelf schreef ik met Christiaan Quik de hoofdstukken over Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit. Want we willen meer woningen, zodat iedereen passend onderdak kan vinden. We willen veilige wegen, waar vooral fietsers en wandelaars de hoofdrol krijgen. Hoe we dat precies willen bereiken en wat daarvoor nodig is, dat kostte heel veel denkwerk.

Vanaf oktober lag er een soort basisstuk. Daarin waren alle hoofdstukken opgenomen en was de meeste input verwerkt. Tussendoor hadden we als fractie regelmatig discussierondjes. Want wat zijn onze standpunten en speerpunten, bijvoorbeeld over duurzaamheid? Welke thema’s zijn actueel en verdienen ook een plekje in het programma? Zo vulden alle schrijvers hun hoofdstukken steeds verder aan.

Wat wij belangrijk vinden, is dat ons verkiezingsprogramma echt Gouds en actueel is. We willen oog voor onze prachtige stad hebben, voor de inwoners, ondernemers en organisaties. We hebben een warm hart voor onze Goudse jeugd, met hun behoefte aan sport, ontspanning en zorg. We zien ook hoe groot de impact van corona is, op allerlei terreinen. Juist daarom hebben we bijna ieder hoofdstuk afgesloten met een paragraaf over corona.

In december was het tijd voor de grote redactieronde. Alle hoofdstukken moesten zo leesbaar mogelijk worden, zonder fouten en zonder herhalingen. Wij willen dat de overheid helder communiceert, betrouwbaar en duidelijk is, met oog voor alle burgers. Dus moet ons eigen verkiezingsprogramma ook aan die eisen voldoen. De lat lag hoog en het was een intensieve klus.

Gelukkig vond onze constructieve en soms kritische ledenvergadering het uiteindelijk een goed programma. Er zijn nog wat wijzigingen voorgesteld en verwerkt. Maar nu is ook de vormgeving afgerond en ligt er een prachtig document. We zijn als fractie ontzettend blij met iedereen die daaraan heeft bijgedragen. Met deze basis gaan we vol vertrouwen aan de slag voor Gouda!

 

 

Bron: NRC 27 januari 2022

 

Vertrouwen in de overheid

Het is duidelijk dat het vertrouwen in de overheid een dieptepunt heeft bereikt. Dat willen we zo niet langer en de vraag is wat daaraan gedaan kan worden.

Om eerlijk te zijn, een snel en makkelijk antwoord daarop is er niet. Ook niet in de Goudse politiek. Ik wil in een aantal Blogs toch proberen om een begin van het antwoord te geven.

Deze eerste blog in een serie van drie gaat over de vraag of je fouten mag maken. Voor we zeggen: “natuurlijk mag dat, daar leer je van” zou ik graag een voorbeeld willen geven vanuit mijn beroep (accountant).

Een voorbeeld uit mijn werk

Kortgeleden stond er in ons vaknieuws een verslag van een rechtszaak tegen een accountant. Die had voor een bedrijf een jaarrekening opgesteld en kwam erachter dat hij in het voorafgaande jaar een fout had gemaakt. Zo te zien was de fout niet echt heel erg voor lezer van de jaarrekening.

Nadat de accountant de fout had ontdekt die hij in het voorgaande jaar had gemaakt ging hij bij de klant langs om die fout uit te leggen. Zijn boodschap was dat hij die nu echt moest herstellen. De klant was het daar niet mee eens en wilde dat de nieuwe jaarrekening op dezelfde manier zou worden gemaakt als het jaar daarvoor. De Accountant hield een rechte rug en uiteindelijk was het resultaat dat de fout toch werd hersteld.

De klant bleef boos en diende een klacht in bij de tuchtrechter. Die oordeelde uiteindelijk dat de accountant zelf had toegegeven dat hij een fout had gemaakt. En ondanks het feit dat de accountant de fout zelf had ontdekt en gecorrigeerd kreeg deze toch straf. Weliswaar een lichte en helemaal volgens de regels, maar toch een straf die voor iedereen zichtbaar is. De accountant had er ook voor kunnen kiezen om de fout te herstellen en niets tegen de klant te zeggen. Dat is ook niet goed maar ik vraag me af of de klant die correctie had gezien.

Mag je fouten maken?

Als je deze uitspraak leest is het antwoord op de vraag of je fouten mag maken opeens niet zo meer zo makkelijk. Blijkbaar betekent hier het toegeven en zelf herstellen van een fout dat je er toch voor gestraft kunt worden. Er is een gezegde dat ieder mens fouten maakt en dat je van het maken van fouten kunt leren. Daar ben ik het helemaal mee eens. Het is één van de belangrijkste onderdelen van het geven van onderwijs. En dat is wat anders dan afgerekend worden op fouten.

Laten we de vergelijking maken met de overheid.

Blijkbaar vinden de politiek en de overheid het lastig om fouten te bekennen. Ik denk dat iedereen daar wel een paar voorbeelden bij kan verzinnen. Dat niet durven erkennen van fouten is niet goed voor het vertrouwen. Het geeft dan ook geen kans om ervan te leren.

Wat vind de ChristenUnie

Daarom staan er in het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie in Gouda een aantal uitgangspunten voor het herstel van het vertrouwen waar we de komende periode in de gemeenteraad aan willen werken. Ik noem er twee die passen bij dit verhaal:

De ChristenUnie wil bijdragen aan het bouwen aan vertrouwen door:

  • Te erkennen dat er fouten kunnen worden gemaakt, die toe te geven en ervan te leren.
  • Eerlijk te zijn over de keuzes die worden gemaakt en geen beloftes te doen die niet zijn na te komen.

Fouten maken en toegeven mag dus wat ons betreft. We willen geen afrekencultuur. Dat betekent overigens niet dat er nooit bestraft mag worden. Ook dat kan een consequentie zijn van een foute beslissing.

Gert van den Brink

In een democratie draait alles om samenwerking. Ook de Goudse raad neemt besluiten op basis van een meerderheid die een optelsom is van meerdere partijen. Maar hoe wordt er eigenlijk samengewerkt in Gouda? En met wie wordt er samengewerkt? Na deel 1 en 2 van Goudse raad in cijfertjes kijken we nu naar de samenwerking tussen de politieke partijen in Gouda.

Samenwerken

Om de samenwerking tussen partijen in beeld te brengen gebruiken we de cijfers van ‘mede-indienen en of steun geven aan elkaars moties, amendementen. Wanneer een partij bijv. een motie indient kunnen andere partijen er voor kiezen om deze motie vooraf mede in te dienen. Tijdens de besluitvorming kan er door de andere partijen dan nog voorgestemd worden of juist tegen de motie.

Al deze informatie is in beeld gebracht in tabel 3 waar je kunt aflezen hoe een partij (linker kolom) samenwerkt (steun geeft, mede-indient) met een andere partij (koptitel).

Tabel 3

 

Als voorbeeld kun je aflezen dat de PvdA (linker kolom) steunt geeft aan D66 en de ChristenUnie maar niet aan de VVD en SGP. En de VVD geeft geen steun aan D66 en PvdA maar wel weer steun aan het CDA en de SGP. Omdat GoPo alle moties in 2021 heeft ingetrokken is er geen data om de steun die andere partijen aan hen geven te laten zien. Wel is zichtbaar dat GoPo vooral steun geeft aan de VVD en GBG.

Als je alle steun bij elkaar optelt (en aftrekt) zie je in de onderste kolom dat de ChristenUnie de meeste steun ontvangt van de andere partijen gevolgd door D66. De partij die het minste steun krijgt van de andere partijen is de PvdD gevolgd door de SGP.

 

Als je dit vertaalt naar coalitie en oppositie partijen wordt ook inzichtelijk welke partijen steun geven aan de coalitie (geel gearceerd) of de oppositie in 2021. Dit is vooral boeiend omdat er veelvuldig in de gemeente raad het verwijt werd gemaakt dat er een tegenstelling is tussen coalitie-oppositie en dat er vooral langs deze tegenstelling werd gestemd door de partijen.

Op basis van de cijfers in tabel 4 blijkt dit echter niet te kloppen en vooral beleving te zijn. Alleen GoPo en VVD (en SGP beperkt) steunen de coalitie niet, de andere partijen wel. De oppositie wordt alleen gesteund door G50+, SP, GBG (en SGP beperkt) maar niet door GoPo, VVD en PVdD als oppositie-partijen. Op basis van deze cijfers is er dus geen tegenstelling langs de lijn coalitie-oppositie maar zien we eigenlijk drie groepen:

  • Geen steun: GoPo en VVD
  • Coalitie steun: coalitiepartijen en PvdD
  • Oppositie steun: SP, Gouda’s 50+ en GBG

 

Serie ‘Goudse raad in cijfertjes 2021’

Dit is het derde deel over 2021, klik hier voor de vorige delen:

Deel 1: Een drukke raad in 2021

Deel 2: Inzet en resultaat van Goudse partijen

 

 

Sinds 2014 laten we cijfers zien van moties, amendementen en schriftelijke vragen van de Goudse gemeenteraad. Hiermee krijgen we beeld bij de inzet van de afzonderlijke politieke partijen. Naast de inzet laten we ook zien wat het resultaat is, wel of niet aangenomen, wat iets zegt over de productiviteit.

 

Meerwaarde

Wat is de toegevoegde waarde van deze jaarlijkse terugblik? Dat is een vraag die ik me opnieuw heb gesteld bij het schrijven. In 2014 ben ik hiermee begonnen als raadslid die ontdekte dat veel van ons werk onbekend is en dat inzet en resultaat maar een beperkte rol speelt bij verkiezingen. Blijkbaar zijn we met elkaar gevoeliger voor mooie plaatjes en ronkende slogans dan voor feitelijke data. Daarom leek het mij waardevol om het aantal moties, amendementen en schriftelijke vragen objectief weer te geven. Al deze cijfers zijn eenvoudig te controleren en na te rekenen op basis van het Raadsinformatiesysteem van Gouda (RIS). Mijn reflectie op basis van deze cijfers is vanzelfsprekend persoonlijk maar geeft hopelijk wel inzicht in het stemgedrag van de Goudse gemeenteraad.

Inzet en resultaat

Naast de cijfers van de totale Goudse raad (zie deel 1) is het boeiend om in te zoomen op de inzet van de afzonderlijke partijen in 2021. Omdat de grote van de partij, het aantal zetels in de Goudse raad, mogelijk effect heeft laten we die ook zien. Hierbij zijn er in 2021 wel wat wisselingen geweest qua aantal partijen en hun zetels. Gouda’s 50+ partij is in het najaar opgesplitst in drie verschillende partijen, te weten Gouda’s 50+, Onafhankelijk Gouda en Vitaal Gouda. Omdat deze drie partijen geen inhoudelijke verschillen lieten zien qua stemgedrag heb ik ze als één partij weergegeven.

Grafiek 3

 

In het overzicht van grafiek 3 worden het aantal moties, amendementen en schriftelijke vragen weergeven, dit zijn de drie instrumenten van de raad die meegenomen zijn in de cijfers. In het overzicht wordt in beeld gebracht welke lokale partij het afgelopen jaar actief is geweest. Bovenaan staat de VVD gevolgd door de ChristenUnie en PvdA. Onderaan, dus het minst actief, staat Gouda’s 50+ gevolgd door het CDA en GroenLinks. Opvallend is dat partijen als PvdD en GBG met maar 1 zetel een dubbele inzet, qua drie instrumenten, leveren tov partijen als G50+ en CDA met 4 zetels.

Vanzelfsprekend zal de positie in de raad ook een rol spelen. Als coalitiepartij zul je minder noodzaak zien om moties, amendementen of vragen te stellen dan een oppositiepartij. Daarbij betekent ‘indienen’ niet automatisch ook resultaat in de politiek. Of een motie, amendement aangenomen wordt en of deze mede-ingediend of gesteund wordt bepaalt uiteindelijk je effectiviteit als politieke partij.

Tabel 1

 

Als we het percentage aangenomen moties en amendementen (52%) vergelijken met voorgaande jaren blijkt dat we minder effectief zijn als totale raad dan in 2020 (61%) maar effectiever dan in 2019 (40%). Tegelijk zijn er in tegenstelling tot 2019 nu drie partijen waarvan alle ingediende moties aangenomen zijn (100%): ChristenUnie, CDA en GrL.

Het minst effectief was GoPo die geen van de 6 ingediende moties (0%) aangenomen kreeg door de raad, gevolgd door GBG met 15% effectiviteit.

Het aantal ingetrokken moties, moties die wel werden ingediend maar tijdens de vergadering werden ingetrokken, is fors gestegen. In 2020 waren dat er 15 (12% van totaal ingediend) en in 2021 is dit verdubbeld naar 32 (25% van totaal ingediend). VVD en SP hebben beiden 7 moties ingetrokken gevolgd door de 6 moties van GoPo.

 

Wat is de productiviteit?

Naast de feitelijke cijfers qua inzet en het resultaat van aangenomen moties, amendementen is het boeiend om een formule voor productiviteit over alle partijen heen te leggen. Voor de ‘productiviteit’ reken ik met de inzet (ingediende moties etc.), de samenwerking (mede-ingediend) maar ook het resultaat (aangenomen). Hiervoor gebruiken we de volgende berekening: Inzet (ingediend tov totaal van moties/amendementen en art38) + samenwerking voor 40% (mede-ingediend tov totaal) + resultaat (aangenomen tov ingediend).

Dit is een puur statistische waardering die niets zegt over de inhoud en de impact van de afzonderlijke moties, amendementen en vragen. Wel kun je op basis van onderstaande tabel het verschil tussen de partijen weergeven en ook trends over meerdere jaren zien.

Tabel 2

 

In tabel 2 worden de productiviteitscijfers over de afgelopen jaren per partij weergegeven. Rood is weinig productief en groen is zeer productief, hierbij is de meest productieve partij per jaar omrand.

Gebaseerd op bovenstaande berekening van productiviteit is de ChristenUnie het meest productief in 2021 gevolgd door GrL en de PvdA. Het minst productief is GoPo net als in 2019 en 2020.

Wanneer je over de afgelopen jaren, sinds 2014, kijkt zie je dat in 2015 GoPo het meest productief was, in 2019 was dit de PvdA en de anderen jaren de ChristenUnie de meest productieve partij.

Het jaar 2021 was een veelbewogen jaar en niet alleen door de beperkingen van Corona. Politiek gezien waren er heel wat dossiers die de samenwerking tussen de raad onderling en met het college onder druk hebben gezet. Het is een hele opgave om ondanks meningsverschillen, die heel diep kunnen gaan, naar elkaar te blijven luisteren. Daarbij waren er ook periodes waar we elkaar niet fysiek konden ontmoeten wat ongetwijfeld effect heeft gehad op de onderlinge relaties. Toch is het goed om ook terug te blikken op 2021 vanuit de cijfers. Sinds 2014 maak ik op basis van de feitelijke cijfers uit het RIS (RaadsInformatieSysteem) van Gouda een terugblik.

Een drukke raad

Als we alle cijfers uit het RIS in beeld brengen zien we een drukke gemeenteraad in 2021. Via deze link kunnen we alle ‘schriftelijke vragen’ terugvinden, de zogenaamde art 39 vragen. Het vorige jaar zijn er in totaal 137 keer schriftelijke vragen gesteld door de afzonderlijke partijen.

Naast de schriftelijke vragen zijn er tijdens de Raadsvergaderingen moties en/of amendementen ingediend, 126x in 2021. Dit is vergelijkbaar met 2019 en 2020 maar ten opzichte van 2014 zien we wel een totale stijging qua inzet over meerdere jaren.

Nog even kort een samenvatting:

  • Amendement: tekstwijziging in een besluit
  • Motie: uitspraak of oproep van de raad waarmee het college aan het werk wordt gezet
  • Schriftelijke vragen: naast technische vragen zijn dit de ‘politieke’ vragen.

Ook al geven deze drie verschillende instrumenten geen totaal plaatje van alle werkzaamheden van een raadslid toch kun je op basis van deze cijfers wel iets zeggen over de ‘inzet’ van de gemeenteraad.

Grafiek 1

 

In grafiek 1 wordt weergegeven per jaar hoeveel moties/amendementen en schriftelijke vragen er ingediend zijn door de hele Goudse gemeenteraad. De stijgende lijn door de jaren heen is een duidelijke trend en geeft ook weer dat we als raad steeds drukker worden. Dit is ook merkbaar aan het aantal vergaderingen, 68 vergaderingen in 2021, waardoor we na de piek in 2014 weer een stijging zien over de jaren (grafiek 2). Hierin zijn nog niet alle regionale vergaderingen, werkbezoeken en werkgroepen meegerekend.

Grafiek 2

 

Naast de Besluitvormende raadsvergadering waar alle raadsleden aanwezig zijn wordt er vergaderd in commissies. In deze drie commissies zijn meestal alle partijen vertegenwoordigd, dat betekent voor een kleine fractie een forse aanslag op de vrije avonden. Met name commissie Stad heeft een erg intensief 2021 beleefd met 27 vergaderingen.